De Brochure `Vluchtelingen zet je niet op straat’ is
samengesteld
door:
·
ASKV/Steunpunt
Vluchtelingen - Amsterdam 020 6272408
·
Autonoom Centrum -
Amsterdam 020
6126172
·
De Vuurdoop -Tilburg 013 5421982
·
PRIME - Den Haag 070 3050299
·
Vluchteling als naaste
- Helmond 0492
475888
·
Vluchtelingen In de
Knel - Eindhoven 040
2525609
Lees de verhalen:
De
namen van de personen waar hier het verhaal van wordt verteld, zijn in de
meeste gevallen om redenen van privacy en veiligheid gefingeerd.
De
verhalen dienen ter verduidelijking van de mensonterende situatie waarin veel
vluchtelingen zich bevinden.
Zij
zijn geschreven door bovenstaande hulporganisaties.
Voor
reacties kunt u met desbetreffende organisaties contact opnemen.
april
2001
Ter informatie bij de brochure:
In
Nederland wonen honderden asielzoekers die, hoewel hun asielaanvraag nog
onderzocht wordt en zij legaal hier verblijven, geen opvang van de overheid
krijgen. Voor het overleven in Nederland zijn zij afhankelijk van familie,
vrienden en hulporganisaties. Hun situatie heeft te maken met een wijziging van
de wet die de opvang van asielzoekers regelt en die in oktober 1998 van kracht
werd. Met de invoering van de nieuwe vreemdelingenwet per 1 april 2001 wordt
het vluchtelingenbeleid verder
uitgehold. Er dreigen duizenden mensen op te worden gezet.
Als ondersteuningsorganisaties van uitgeprocedeerde asielzoekers vinden wij dat de verantwoordelijkheid voor de opvang van deze groepen asielzoekers bij de overheid hoort te liggen.
Wij vinden het een slechte zaak als
de Nederlandse overheid de zorg voor deze mensen deponeert bij landgenoten,
individuele hulpverleners of particuliere organisaties zoals de onzen
Ons verzoek aan leden van de Tweede
Kamer is: de bestaande wetgeving ter zake te corrigeren en deze mensen in de
opvang en de voorzieningen op te nemen, om zo hun recht op een zorgvuldige en
menswaardige asielprocedure te kunnen garanderen.
1) Dublinclaimanten.
Asielzoekers die legaal in Nederland
verblijven, veelal zonder opvang van rijkswege behalve in zeer schrijnende
situaties zoals dringende medische zorg. Deze asielzoekers moeten in Nederland
wachten, tot een ander EU-land de door Nederland gelegde claim geaccepteerd
heeft en tot aan daadwerkelijke overdracht kan worden overgegaan. Gedurende
deze wachttijd in Nederland die een tot negen maanden kan duren, wordt elke
voorziening onthouden maar wel een maandelijkse of wekelijkse meldplicht in een
Aanmeldcentrum opgelegd. Niet voldoen aan deze meldplicht leidt tot stopzetting
van de procedure en daarmee tot illegaal verblijf van betrokkenen in Nederland.
2) Asielzoekers met een vervolg
asielverzoek.
Per jaar dienen enkele honderden
uitgeprocedeerde asielzoekers opnieuw een asielverzoek in wanneer zij er in
geslaagd zijn om voor hun vluchtmotief aanvullend bewijs te verzamelen (veelal
met veel moeite verkregen uit het land van herkomst), waarmee een eerder
asielverzoek onderbouwd kan worden. Wanneer zij, ook naar strenge beoordeling
door de immigratie- en naturalisatiedienst, weer in de asielprocedure worden
opgenomen (zgn. OC-bepaald worden) krijgen ze geen voorzieningen van
overheidswege. Deze groep wordt zo gedwongen om de gehele asielprocedure,
minimaal een half jaar, veel vaker jaren!, “legaal, maar op straat” af te wachten totdat een definitief
oordeel is uitgesproken.
3) Asielzoekers de in de 48-uurs
procedure worden afgewezen.
Deze groep, zgn AC-afgedaan, heeft
na de eerste negatieve beslissing in het Aanmeldcentrum Rijsbergen of Zevenaar
het recht op een rechtelijke toets binnen 14 dagen. Totdat de rechter een
oordeel heeft uitgesproken verblijven deze mensen legaal in Nederland en zij
kregen in het verleden tijdelijk opvang via VluchtelingenWerk. Een groeiend
aantal van hen krijgt nu geen opvang meer en wordt op stations in Breda en
Zevenaar gezet.
In het bijzonder aan deze groepen
bieden gemeenten incidenteel noodopvang aan en er bestaat een breed draagvlak
voor de opvatting dat deze opvang een taak van de rijksoverheid behoort te
zijn.
Daarnaast zijn er bij
opvangorganisaties nog diverse mensen bekend wiens asielaanvraag afgewezen is
maar die desondanks goede redenen hebben om niet naar hun herkomstland terug te
keren en daarom hulp vragen. Voorbeelden zijn:
4) Technisch Onverwijderbare
Vreemdelingen (TOV-ers)
De asielprocedure beoogt te toetsen
wie aanspraak kan maken op een rechtmatig verblijf in Nederland en wie
Nederland dient te verlaten. De asielzoekers die na een procedure geen asiel
gegeven wordt dienen Nederland te verlaten en alle medewerking te verlenen om
hun vertrek uit Nederland ook daadwerkelijk te realiseren. Voor een beperkte
groep blijkt ondanks alle medewerking het vertrek onuitvoerbaar omdat ze niet
worden toegelaten tot het land van herkomst of enig ander land. In de nieuwe
vreemdelingenwet is vastgelegd dat vluchtelingen 28 dagen na de laatste
negatieve beslissing hun opvangadres moeten verlaten. Zij worden daarmee buiten
hun schuld gedwongen tot illegaal verblijf. Ook asielzoekers die al in het
Aanmeldcentrum afgewezen zijn en niet terug kunnen keren evenals de mensen die
na een periode van detentie onuitzetbaar bleken worden op deze manier op straat
gezet.
5) Vreemdelingen die een aanvraag
voor een verblijfsvergunning om medische/humanitaire redenen hebben ingediend. Zij mogen deze procedure in
Nederland afwachten, maar hebben gedurende die procedure geen recht op
voorzieningen. In een groot aantal gevallen betreft het afgewezen asielzoekers,
waarbij hun trauma’s (uit bijvoorbeeld oorlog of detentie) in hun
asielprocedure onvoldoende tot uiting gekomen zijn.
6) Asielzoekers die zijn afgewezen
maar waarbij het vluchtverhaal niet goed beoordeeld werd. Dit speelt bijvoorbeeld bij mensen
die geen documenten hebben om hun identiteit en vluchtgronden te onderbouwen,
bij mensen die niet hun hele verhaal durfden vertellen, of bij mensen wier
verhaal niet geloofd werd.
-------------------------------------------------------------------------------------
Land:
Angola
Leeftijd: 30 jaar
Gezinssamenstelling: man alleen, maar vrouw en baby in een OC
Procedure: Dublin-claim
Ondersteuning: Vluchtelingen in de Knel
Op straat sinds: 1 december 2000
Paolino verbleef in de jaren 1995 tot 1997 in
Nederland als asielzoeker. Nadat zijn asielaanvraag afgewezen was koos hij
ervoor vrijwillig naar zijn land terug te keren. Hij verbleef daar tot eind
2000 in relatieve rust. In die periode trouwde hij.
Eind 2000 kwamen soldaten van het regeringsleger naar
zijn huis. Zij wilden hem arresteren omdat hij tot de Bakongo behoorde. Hij
vluchtte, maar zijn zwangere vrouw werd gearresteerd. Zij werd enkele dagen
vastgehouden, maar kon vluchten.
De familie is via Portugal naar Nederland gekomen.
Nederland heeft bij Portugal een Dublin-claim gelegd. Portugal heeft die claim
gehonoreerd, maar de familie is bang dat zij door Portugal teruggestuurd worden
naar Angola. Daarover loopt nog een rechtszaak.
Schrijnend is dat de vrouw, die hoogzwanger was, wel
in de opvang werd opgenomen maar dat haar man opvang ontzegd is. Noodgedwongen
moest hij buiten het centrum blijven. Reden hiervoor was dat hun huwelijk een
traditioneel huwelijk was, en dus niet formeel geregistreerd. Hij kon daardoor
zijn vrouw niet ondersteunen tijdens de zwangerschap en toen het kind net
geboren was. Hij verblijft noodgedwongen op straat.
Naam: Fatima en Tarek S.
Gezinssamenstelling: vrouw en kind
Land: Togo
Leeftijd: 28, 6 jaar
Procedure: Technisch Onverwijderbare Vreemdeling
Ondersteuning: Vuurdoop
Op straat sinds: 1997
Fatima is in 1996 naar Nederland gekomen. Haar
asielverzoek werd afgewezen. Nadat er een poging ondernomen is in 1997 om haar
naar Togo te verwijderen, waar zij geweigerd werd door de Togolese autoriteiten
omdat haar Laissez Passer niet in orde was, is ze met haar zoontje
teruggestuurd naar Nederland en op straat beland. Gedurende de ondersteuning
van stichting de Vuurdoop heeft Fatima besloten om vrijwillig mee te werken aan
haar terugkeer naar Togo. Via missionarissen in Togo is opvang en werk voor
haar gevonden. Opnieuw is tevergeefs gepoogd een Laissez Passer te krijgen bij
de Togolese ambassade in Brussel. Op verzoek van burgemeester Johan
Stekelenburg van Tilburg is de IND opnieuw gevraagd een oplossing te zoeken
voor de ontstane patstelling. De IND heeft in 1999 Fatima S. opnieuw naar de
ambassade in Brussel laten gaan en in 2000 laten weten dat Fatima S. als ze
niet terug kan keren naar Togo een verblijfsvergunning in Nederland krijgt. Nu
duidelijk is dat de IND er ook niet in slaagt om een reisdocument te verkrijgen
van de Togolese ambassade weigert de IND om haar eerdere toezegging na te komen
en Fatima een verblijfsvergunning te verstrekken. Inmiddels is een klacht
hierover ingediend bij de IND-klachtencommissie.
Naam: Khetam Erar
Land: statenloos
Gezinssamenstelling: Vrouw met 4 kinderen, man in AZC
Leeftijd: 43 jaar
Procedure: Technisch Onverwijderbare Vreemdeling
Ondersteuning: Vluchtelingen in de Knel
Op straat sinds: september 2000
Mevrouw Erar is statenloze Palestijnse. Ze is geboren
in Ramalla, Palestina, maar hier kan zij niet naar terugkeren. Toen ze 12 jaar
oud was vertrok ze met haar vader naar Koeweit, daar heeft ze legaal gewoond
tot de Golfoorlog begon. Khetam trouwde er met een Irakees.
Na de Golfoorlog moesten Palestijnen Koeweit
verlaten. Ze trok met haar kinderen naar Jordanië. Voor haar man was het
moeilijker om in Jordanië te blijven. Af en toe ging hij naar Irak, daar is hij
opgepakt en vastgezet. Hij heeft kunnen vluchten en is naar Nederland gekomen.
Zijn asielverzoek is afgewezen maar hij kan niet teruggestuurd worden en woont
daarom nog in een AZC.
Sinds de vlucht van haar man begonnen de Jordaanse
autoriteiten ook haar te intimideren. Ze kwamen haar regelmatig ’s nachts
lastigvallen. Ze werd steeds banger. Toen haar oom, die ook in Jordanië woonde,
stierf, hield ze het alleen niet meer uit. Ze kwam naar Nederland.
Twee keer vroeg ze hier asiel, twee keer werd haar asielaanvraag
direct afgewezen en werd ze op straat gezet. Maar omdat ze statenloos is kan ze
nergens naar toe.
Naam: Moussa
Boati
Land van herkomst: Guinee
Leeftijd: 24 jaar
Gezinssamenstelling: alleenstaand
Procedure: tweede asielverzoek
Ondersteuning: ASKV/steunpunt vluchtelingen
Op straat sinds: november 1999
Informatie over het land van herkomst:
De presidentsverkiezingen van december 1998, waarbij
president Lansana Conté werd herkozen, werden verstoord door geweld en
arrestaties die vergezeld gingen van marteling en mishandeling.
Oppositiepartijen beschuldigden de regering van
fraude,aangezien deze hun aanhangers geen stembiljetten had toegekend.
Alpha Condé,voorzitter van het RPG (Rassemblement du
peuple de Guinee) werd in december 1998 met andere leden van zijn partij
gearresteerd. Hij en andere RPG leden zaten zonder aanklacht heel 1999 in
hechtenis. Zij mochten geen familie ontvangen en advocaten kregen geen
toestemming om hun cliënten te spreken.
Marteling werd regelmatig na arrestatie toegepast en
gebruikt als bestraffing tijdens de ondervraging. Gedurende het proces tegen de
RPG aanhangers in Kankan verklaarden de meeste gedetineerden dat zij tijdens
hechtenis waren gemarteld.De president van de rechtbank bood zijn verontschuldigingen
aan,maar gaf geen opdracht om deze beweringen te onderzoeken.
Dhr.Boati was een actief lid van de hierboven
beschreven RPG,zijn eerste asielverzoek is afgewezen vanwege het feit dat de
IND niet geloofde dat hij lid zou zijn geweest van deze partij. Nu heeft hij
via onze organisatie een originele verklaring van zijn lidmaatschap opgestuurd
gekregen. Hij is ook door een arts
onderzocht en deze heeft een medische verklaring geschreven waarin ondermeer
staat dat er bij hem sprake is van een post-traumatisch stresssyndroom.Voor
zijn depressie wordt hij nu medicamenteus en met ondersteunende gesprekken
behandeld. Hij heeft inmiddels een tweede asielverzoek ingediend met deze
nieuwe feiten en deze is in behandeling genomen.Hij wacht nu inmiddels een jaar
op zijn tweede interview en heeft geen inkomsten en geen onderdak.
Door het in behandeling nemen van zijn tweede
asielverzoek erkent de overheid in feite dat zijn vluchtverhaal zodanig is dat
het nader onderzocht moet worden.Toch krijgt hij geen geld om van te leven en
geen geld voor opvang. Boati lijdt nu al ongeveer anderhalf jaar een zwervend
bestaan, wat bestaat uit wachten en op zoek zijn naar onderdak voor de nacht.
Naam: Diallo Nabe
Land: Guinee Conakry
Gezinssamenstelling: alleenstaand
Leeftijd: 23 jaar
Procedure: tweede asielverzoek
Ondersteuning: ASKV/Steunpunt Vluchtelingen
Op straat sinds: december
1998
Persoonlijke situatie: Hij is
gemarteld en daardoor getraumatiseerd. Er is een rapport van Amnesty International
waarin dit wordt bevestigd. Hij is onder medische behandeling bij Pharos.
Hij is op 28 november 1998 in
Nederland aangekomen en hij heeft zich op 7 december 1998 gemeld voor zijn
eerste asielaanvraag. Zijn aanvraag wordt in een 48-uurs-procedure afgewezen.
Hij vertelde in zijn interview dat
hij gevangen heeft gezeten en dat hij gemarteld is. Zijn verhaal wordt afgedaan
als ongeloofwaardig en hij krijgt ook geen medisch onderzoek.
Op 10 januari 1999 komt hij ons
kantoor binnen, hij zoekt opvang. Na een gesprek met hem besloten wij hem als
cliënt te ondersteunen.
Vluchtverhaal: Op 4 februari 1996
is Diallo gevangen genomen door de autoriteiten van zijn land omdat zijn oom de
leider was van de muiterij van 2 en 3 februari 1996 te Conakry. Hij is na een
langdurige detentie (2 jaar en 8 maanden) ontsnapt uit de gevangenis van de
Sureté Nationale in Conakry. Na zijn ontsnapping werd hij door een zeeman
geholpen en op 7 december 1998 is hij met een boot in Nederland aangekomen.
Tijdens zijn detentie in Guinee
werd hij mishandeld o.a. met
elektrische schokken en geslagen. Diallo heeft veel klachten. Hij slaapt heel
slecht en wordt af en toe wakker met het gevoel dat hij weer op de grond ligt
in de gevangenis. Op verzoek van het ASKV/SV heeft op 27 oktober 1999 een
medische onderzoek door Amnesty International plaatsgevonden. In de rapportage
van de Medische Onderzoeksgroep Amnesty International Nederland kan men lezen:
De arts bevestigt dat martelingen hebben plaatsgevonden en adviseert een
behandeling voor post traumatische stoornissen.
Zijn advocaat Uco Koopmans heeft
op 6 april 2000 een afspraak met aanmeldcentrum Rijsbergen gemaakt voor een
tweede asielverzoek. Diallo zit nu weer in de asielprocedure maar zonder
opvang, zonder geld en verzekering door de COA. Hij heeft een nader gehoor
gehad op 3 augustus 2000 en er loopt een onderzoek door het BMA in verband met
het overlegde Amnesty Rapport. Hij heeft nog geen beschikking ontvangen.
Hij is nu onder behandeling van de
stichting Pharos.
Hiervoor ondersteunde het ASKV/SV
hem financieel. Zijn zaak werd echter geaccepteerd door de unit
uitgeprocedeerden van Vluchtelingenwerk en zij ondersteunen hem nu met geld van
het Diakonaal fonds/SOH.
Hij is ongeveer anderhalf jaar
gehuisvest door het ASKV/SV, daarna heeft hij zichzelf moeten redden. Hij woont
nu nog steeds in Amsterdam.
Ondanks zijn medische problemen
heeft hij geen opvang gekregen. Vluchtelingen met een herhaald asielverzoek
krijgen sinds oktober 1998 geen opvang meer.
Naam: Farid Rezai Boeyakchi
Land: Iran
Leeftijd: ongeveer 30 jaar
Gezinssamenstelling: alleenstaand
Procedure: tweede asielverzoek
Ondersteuning: Vluchtelingen in de Knel
Op straat sinds: oktober 2000
Farid kwam in mei 2000 naar Nederland. In Iran was
hij journalist geweest. Hij werd gezocht vanwege artikelen die hij geschreven
had. Verschillende keren heeft de politie geprobeerd hem thuis op te halen. Bij
de laatste oproep is hij gevlucht.
In Nederland heeft hij maanden in het Grenshospitium
verbleven. Zijn asielverzoek werd afgewezen.Terwijl hij nog in het
Grenshospitium verbleef kreeg hij per fax uit Iran twee oproepen gestuurd om
zich bij het politiebureau te melden. Helaas was zijn advocaat afwezig, zodat
deze de oproepen niet meer in een nieuw asielverzoek kon gebruiken. In oktober
werd hij op straat gezet.
Intussen zijn de oproepen vertaald en gebruikt om een
tweede asielaanvraag in te dienen. Op basis hiervan is hij nu legaal in
Nederland, maar zonder voorzieningen. Schrijnend is dat de originelen van de oproepen
van de politie door een koeriersdienst naar Nederland zijn gestuurd, maar dat
deze door fouten van de koeriersdienst kwijtgeraakt zijn.
Naam: Dhr A. en Mevr. M.
Land: Iran
Gezinssamenstelling: echtpaar
Leeftijd: niet bekend
Procedure: tweede asielverzoek
Ondersteuning: PRIME
Op straat sinds: niet
bekend
Vluchtverhaal:
Iraanse studenten. Ze hebben een brief van A’s vader overlegd dat A wordt
gezocht, een diploma van de universiteit en een geboorteboekje van M. Volgens
de rechter hebben ze hun identiteit voldoende aannemelijk gemaakt. Uit de
uitspraak van de rechter: "De vraag die de president vervolgens beantwoord
wil zien is of de door verzoekers gestelde problemen van dien aard en omvang
zijn dat daardoor hun leven in Iran onhoudbaar is geworden. Daarnaar dient naar
het oordeel van de president nader onderzoek plaats te vinden. Bij dat
onderzoek dient nog een ander dokument dan de brief van verzoekers vader
betrokken te worden, namelijk de in dat schrijven genoemde brief van een nicht
die nog aan verzoeker zou worden toegezonden. Ook de positie van de Mujaheddin
in Iran ten tijde van de aanvraag om
toelating van verzoeker dient in dat onderzoek aan nadere beschouwing te worden onderworpen, waarbij tevens de
recente gebeurtenissen rond de verkiezingen in Iran bij dat onderzoek betrokken
zouden moeten worden.
Hun
eerste asielverzoek werd al bij het Aanmeldcentrum afgewezen. De rechter stelde
hen in het gelijk, waarna ze in een tweede asielprocedure kwamen. Ze wonen nu
in een kamer in een huis van Prime voor de opvang van vluchtelingen.
Toekomstperspectief:
legaal verblijf na tweede asielprocedure.
Naam: Martha
en dochter Abenet
Land: Ethiopië
Gezinssamenstelling: alleenstaande moeder en dochter
Leeftijd: 33 en
2 jaar.
Procedure: tweede asielverzoek
Ondersteuning: De
Fabel van de illegaal en Steunpunt Uitgeprocedeerde Vluchtelingen
Op straat sinds: 7 januari 1999
Vluchtverhaal:
In 1991 kwam in Ethiopië Zenawi aan de macht, een lid van het Tigrese volk.
Martha was toen typiste, zowel in het Engels als in het Amhara, een van de
talen in Ethiopie. Dat jaar begonnen haar problemen. Haar man werd
doodgeschoten. Hij was actief lid van de Ethiopian Workers Party van de
voorgaande machthebber, Mengistu. In verband met zijn politieke activiteiten
werd Martha's huis doorzocht en werd ook zij beschoten en mishandeld. Haar hand
en haar been werden gebroken. Ze werd onder huisarrest geplaatst. Toch ging ze
in het geheim voor AAPO werken, een organisatie van het Amhaarse volk. Ze
zorgde voor eten voor Amhaarse vluchtelingen, bracht informatie over van de ene
naar de andere plaats, zamelde geld in en maakte folders gereed. Toen de
politie haar wilde arresteren, vluchtte ze naar een andere provincie. Een oom
hielp haar om via smokkelaars naar Nederland te komen. Hier vroeg ze in juli
1993 asiel aan. Vluchtelingen in de asielprocedure kregen toen nog woningen
toegewezen.
Martha
kreeg er een in Den Haag. Alles leek goed te gaan. Ze vond de Nederlanders
aardig en begrijpend. Pas 14 maanden na haar aankomst in Nederland werd ze door
Justitie verhoord over haar redenen om te vluchten. Daar was een Tigrese tolk
bij aanwezig. Die vertaalde volgens Martha haar verhaal slechts ten dele. Hij
was het niet eens met wat ze vertelde over het Ethiopische regime. Haar
advocaat en vluchtelingenwerk namen haar ook niet serieus en weigerden haar te
helpen om het verslag van het verhoor te verbeteren.
In
1996 werd Martha afgewezen.In april beviel ze van een dochter, Abenet.
De vader was een Ethiopiër die legaal in Nederland verblijft. Hij weigerde om
Abenet te erkennen als zijn dochter. Martha en Abenet bleven alleen en
illegaal.
's
Morgens vroeg op 7 januari 1999 werden Martha en Abenet door 12 agenten uit hun
woning gezet. Ook hun spullen werden op straat gezet. Inmiddels woont Martha op
een kamer van de Fabel van de illegaal. "Ik heb het gevoel dat ik Abenet
nergens tegen kan beschermen, zegt Martha. Er wordt gesproken over de rechten
van kinderen, maar waar zijn die dan? Door onze moeilijke situatie is Abenet
vaak ziek. "Ik ben voor een probleem gevlucht, maar nu heb ik weer nieuwe
problemen." De Fabel heeft Martha geholpen om opnieuw in de asielprocedure
te komen. Dat heeft haar geen rechten opgeleverd, zoals bijvoorbeeld een uitkering.
Martha heeft alleen de plicht om eenmaal per twee weken naar Rijsbergen te gaan
om te stempelen (naschrift: inmiddels
hoeft ze niet meer in Rijsbergen te stempelen, maar kan dat in de buurt
gebeuren). Martha en Abenet verblijven in een kraakpand.
Toekomstperspectief:
legaal verblijf door de tweede asielprocedure.
Naam: Yoel, Hannah en Sargon O.
Land: Irak
Gezinssamenstelling: man, vrouw en kind
Leeftijd: 38, 37, 17 jaar
Procedure: tweede asielverzoek,
Ondersteuning: Vuurdoop Tilburg, Plexat Rotterdam
Op straat sinds: juli 2000
Fam. O. (Assyrische christenen) is in het kader van
het Dublinakkoord overgedragen aan Nederland nadat hun poging om via Oostenrijk
naar de VS te reizen gestrand is. Hun eerste asielverzoek in Nederland werd
afgewezen op grond van ontbreken van identiteitsbewijzen. Daarna heeft de
familie getracht om via Oostenrijk door te reizen naar de VS. Via familie is
het gezin O. erin geslaagd hun authentieke identiteitsbewijzen te krijgen waaruit
hun afkomst uit Bagdad blijkt. Met deze documenten en doopbewijzen van hun kerk
heeft de fam. O. een vervolgasielverzoek ingediend. Zij werden in juli 2000 OC
bepaald maar zonder opvang in een OC. De fam O. heeft inmiddels ook hun Nader
Gehoor gehad bij de IND Den Bosch.
De fam. O. woont momenteel in Rotterdam waar ze door
een parochie ondersteund wordt. Maandelijks moet de fam. O. zich melden in
Aanmeldcentrum Rijsbergen.
Twee maanden geleden heeft de fam. O. ontdekt dat hun
oudste zoon inmiddels ook in Nederland is. Deze zoon heeft wel opvang in een
AZC in Velp.
Naam: Mamadou Diallo
Land van herkomst: Guinee Conakry
Leeftijd: 25 jaar
Gezinssamenstelling: getrouwd, alleen in Nederland
Procedure: afgewezen in de 48-uurs procedure. Voorbereiding
tweede asielprocedure
Ondersteuning: ASKV/Steunpunt Vluchtelingen
Op straat sinds: 31 januari 2001
Mamadou is gevlucht uit zijn land nadat hij anderhalf
jaar als politiek gevangene in de cel heeft gezeten. Hij is opgepakt tijdens
een manifestatie die werd gehouden op de dag dat Chirac het land bezocht.
Mamadou was sinds 1997 lid van de RPG (Rassemblement du Peuple de Guinee), een
oppositiepartij in Guinee Conakry waarvan de leider al sinds 1998 in
gevangenschap zit.
Zijn taak voor de partij was het werven en
mobiliseren van het (toekomstig) kader binnen één district en tevens het
onderhouden van de contacten met degenen die belast waren met deze taken in
andere districten in de hoofdstad.
In de gevangenis is Mamadou tot bloedens toe
gemarteld. Hij zou moeten getuigen op de rechtszitting tegen de leider van de
RPG. Maar hij heeft met behulp van de RPG en een goede vriend weten te
ontsnappen.
De sporen van de martelingen zijn duidelijk zichtbaar
op het lichaam van Mamadou. Momenteel is hij onder behandeling van een huisarts
die hem medicijnen heeft voorgeschreven tegen nachtmerries, slecht slapen, geen
eetlust, spanning en hevige hoofdpijn. Tevens wordt hij binnenkort onderzocht
door het tropencentrum van het Academisch Medisch Centrum omdat hij waarschijnlijk
een tropisch virus of bacterie heeft opgelopen.
De afwijzing van de IND wordt gekenmerkt door
eenvoudige conclusies en Mamadou wordt afgerekend op kleine details die
enigszins afwijken van de feiten. Bijvoorbeeld:de rapportage van het interview
stelt dat hij gezegd heeft dat 21 juni 1999 Chirac Guinee bezocht terwijl dat
juli moest zijn.
Een afwijzing binnen de 48-uursprocedure betekende
dat hij niet de tijd kreeg om bewijzen te verzamelen. En dat hij niet door een
arts werd gezien. Hij werd op straat gezet.
Korte schets van het toekomstperspectief:
Nadat Mamadou bij onze organisatie terecht was
gekomen kon hij eindelijk op adem komen. Het verhaal dat hij vertelde loog er niet
om en ook de huisarts constateerde ernstige lichamelijke en geestelijke
klachten.
Momenteel wordt er gewerkt aan een tweede
asielaanvraag. Amnesty International wordt geraadpleegd om de informatie die
Mamadou in zijn interview geeft te laten verifiëren. Tevens wordt er een
medisch onderzoek aangevraagd bij Amnesty International om aan te kunnen tonen
dat hij gemarteld is. Er wordt contact gezocht met de RPG en er wordt
informatie gezocht in tijdschriften en kranten die zijn verhaal kunnen
bevestigen.
Dit alles heeft tijd nodig, tijd die hij van de IND
niet heeft gekregen.
Beritan en Rojda
Land
van herkomst: Turks Koerdistan
Leeftijd:
31 en 6 jaar
Gezinssamenstelling:
alleenstaande vrouw en dochter.
Soort
procedure: uitgeprocedeerd
Ondersteuning:
PRIME
Op
straat sinds: december 1998
Vluchtverhaal:
Mei '95 kwam de politie naar hun huis om haar man te zoeken, hij was er niet
dus Beritan werd meegenomen. Hun dochter was toen net 4 maanden oud (ze staat
niet in zijn papieren en ze zijn niet getrouwd door het onstabiele politieke
leven dat ze leidden). Beritan is toen drie dagen vastgehouden, wat ze
omschrijft als geestelijke marteling. Ze werd ondervraagd over haar man. Hij
hoorde hiervan en is daarom niet meer terug gekomen. Ze heeft daarna niets meer
van hem gehoord. Hij was actief voor Hadep. Hierna ging Beritan naar het huis
van haar vader. Haar buurvrouw vertelde dat ze weer gezocht werden door de
politie. Hun huisdeur werd door de politie opengebroken om hen op te pakken.
November
'95 werd ze voor drie dagen meegenomen voor ondervraging. In '96 werd ze
driemaal opgepakt, ook andere politiek actieve mensen werden regelmatig
gearresteerd om angst te zaaien. In '97 was ze bij haar vader in Alazik en werd
haar huis in Marshin door de politie bezocht. Daarna werd ze opgeroepen in
Alazik. Ze is toen twee dagen vastgehouden. De ondervragingen gingen niet meer
alleen over haar man maar ook over haar eigen activiteiten. Beritan was
inderdaad actief voor de vrouwenafdeling van HADEP, op dat moment was HADEP
verboden. Ze organiseerde bijeenkomsten voor zelfbewustzijn, en over
geschiedenis en cultuur van Koerden. Een vriendin waarmee ze deze bijeenkomsten
organiseerde werd hiervoor opgepakt en zit vanaf '98 tot op heden vast. Ze had
veel vrienden bij TKPML (communistische organisatie), maar was er zelf geen lid
van. Ook een vriend van haar man is opgepakt en kreeg 14 jaar gevangenisstraf.
In
de roerige tijden van de arrestatie van de koerdisch leider Öcalan (1998) was
er nogmaals een aanval op haar huis. Haar oom en schoonmoeder, die daar op dat
moment woonden, zijn daarbij opgepakt en resp. 3 en 2 maanden vastgehouden. Deze oom is nu ook in Turkije op de
vlucht. Ook haar vader werd vastgezet. Eerder was hij al meerdere keren opgeroepen.
Hij was burgemeester van een Koerdisch dorp.
Alle
drie werden ze over haar ondervraagd, waar ze was, waarom ze bij PKK en HADEP
actief was en waarom haar familie haar niet terug bracht. Zelf werd ze mei '98
voor 20 dagen vastgezet. Ze werd uitgescholden, vernederd, geschopt en geslagen
op gevoelige plekken. Daarna werd ze zonder rechtszaak of andere dokumenten
vrijgelaten. Hierna wilde ze Turkije verlaten, ze kon het daar niet volhouden
en wilde geen verdere risico's lopen.
In
Nederland vroeg ze zowel asiel als een verblijfsvergunning op humanitaire
gronden, beide werden afgewezen. Nu verblijven zij en haar dochter bij
kenissen. Hun toekomst is onduidelijk.
Naam: Familie Aytar
Land:
Turks Koerdistan.
Leeftijd:
man en vrouw zijn 39 jaar
Gezinssamenstelling:
echtpaar met vijf kinderen van
6, 12, 13, 14 en 20 jaar oud.
Soort
procedure: er is een procedure aangespannen voor het
Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Ondersteuning:
PRIME
Op
straat sinds: december 1999
Vluchtverhaal: De familie Aytar
is gevlucht uit Koerdistan (Turkije) en heeft in Duitsland asiel aangevraagd op
5 september 1990. Medio maart 1999 moest de familie Duitsland verlaten omdat
zij uitgeprocedeerd raakten. In Nederland werd de asielaanvraag afgewezen
wegens de z.g. Dublinclaim. D.w.z. als men in een van de landen van de Europese
Unie, die het Dublinverdrag getekend hebben, asiel heeft aangevraagd, kan dat
niet meer in een van de andere staten.
De heer Aytar was en is actief
voor de Koerdische Arbeiderspartij P.K.K. Zijn dochter heeft als zangeres
diverse malen opgetreden voor de Koerdische t.v.-zender Med-t.v. Een neef van
de heer Aytar, die in Duitsland was uitgeprocedeerd, is na uitzetting naar
Turkije om het leven gebracht (vermoord!). Deze neef was minder politiek actief
dan Aytar, verwacht kan worden dat de situatie van de heer Aytar zelfs
gevaarlijker is dan die voor zijn neef was.
Een andere neef heeft voor
P.K.K.-activiteiten in Duitsland 15 jaar gevangen gezeten.
Als de heer Aytar via Duitsland
naar Turkije wordt teruggestuurd loopt hij groot gevaar binnen korte tijd
vermoord te worden door de contra-guerrilla. Koerdische activisten die dachten
in Nederland asiel te kunnen verkrijgen en uitgeprocedeerd raakten, teruggestuurd
werden, zijn vermoord. Dit kan P.R.I.M.E. aantonen met concrete "voorbeelden"
zoals die afgelopen jaar hebben
plaatsgevonden. Dat de heer Aytar en zijn familie iets dergelijks kan
overkomen, willen we natuurlijk voorkomen.
Toekomstperspectief: Hopelijk in
het gelijk gesteld worden door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en
alsnog een verblijfsvergunning verkrijgen.
Naam: Familie
Anno: Jean, Gefrette, Toni en Mimi
Land: Syrië
Gezinssamenstelling: gezin met twee kinderen
Leeftijd: man 42, vrouw 35, kinderen 6 en 3 jaar
Procedure: bezwaar op eerste asielprocedure
Ondersteuning:
Vluchtelingen in de Knel
Op straat sinds: mei 2000
Jean
is Aramees en Syrisch orthodox maar niet praktiserend, zijn vrouw is Assyrische
en katholiek. Beiden hadden een baan in Syrië, hij als toezichthouder op
irrigatieprojecten en zij was onderwijzeres op een basisschool.
In mei
1997 werd Jean voor de eerste keer door de veiligheidsdienst opgepakt en
meegenomen. Hij werd beschuldigd van betrokkenheid bij de Assyrische partij.
Sindsdien werd hij regelmatig opgepakt en enkele uren ondervraagd en weer
vrijgelaten. Ook kleinere pesterijen op zijn werk schrijft hij toe aan deze
mensen. Dit alles maakte dat Jean steeds bozer en geïrriteerder raakte en het
hele gezin leed er onder. Hij is maatregelen gaan treffen om het land te
verlaten. Dit lukte begin mei.
Eind
mei 2000 hebben zij in Nederland asiel aangevraagd.
In het
aanmeldcentrum Zevenaar hebben zij het nader gehoor gehad. Hun aanvraag is door
de IND kennelijk ongegrond verklaard.
Hun
advocaat heeft allereerst een inleidend bezwaarschrift en een maand later een
aanvullend bezwaarschrift en verzoek tot heroverweging ingediend. Tijdens het
nader gehoor heeft Jean zich niet gerealiseerd dat hij beter alle informatie
over zijn betrokkenheid bij de politieke partij en de ernst van de verdenkingen
en arrestaties en wekelijkse meldingsplicht bij de Syrische autoriteiten had
kunnen vertellen. Met de advocaat is besloten om de procedure (die lang kan
duren) af te wachten.
Sinds
eind mei staat deze familie op straat (legaal op straat). De eerste maanden
zijn zij opgenomen door een Syrisch echtpaar, maar na enkele maanden werd de
situatie voor hen te zwaar.
Begin
augustus heeft de advocaat daarom contact opgenomen met Vluchtelingen in de
Knel en een aanvraag ingediend of wij hen konden opvangen.
De
eerste maanden hebben zij bij de woon-werk gemeenschap Emmaus gewoond en eind
november zijn ze verhuisd naar een klein afbraakpand in een andere wijk.
Sociale begeleiding wordt nu gedragen door een 'adoptiegroep' van een
katholieke kerk. Juridische begeleiding en het sociaal welzijn van de familie
wordt gedragen door een vrijwillige medewerkster van Vluchtelingen in Knel, zij
begeleidt ook de adoptiegroep.
Het
oudste kind gaat naar een speciale school, de neveninstroom. Zijn kennis van de
Nederlandse taal is nu zo goed dat hij over kan naar een basisschool in de
buurt. Het jongste kind gaat drie dagdelen per week naar een peuterspeelzaal en
pikt al spelenderwijs de taal op.
De
ouders hebben in de eerste maanden taalles (2x 1 uur per week) gevolgd. Nu zijn
ze druk bezig met het vinden van baantjes. Jean werkt op een boerderij, zwaar
werk en vreselijk onder betaald. Georgette heeft enkele poetsbaantjes. Dat gaat
goed maar het is niet makkelijk te combineren met de zorg voor de jongste.
Bovendien kan ze nog niet fietsen en is ze veel geld kwijt aan buskaartjes.
Hun
advocaat schat in dat de procedure lang kan duren, bovendien willen zij onder
geen beding terug naar Syrië.
Vluchtelingen
in de Knel begeleidt hen nu om zelfstandig te overleven.
Naam : Francois Foli
Land van herkomst: Togo
Leeftijd: 33 jaar
Gezinssamenstelling: getrouwd, drie kinderen,in Togo
Procedure: afgewezen in de 48-uurs procedure,
voorbereiding 2e asielprocedure.
Ondersteuning: ASKV/Steunpunt Vluchtelingen
Op straat sinds: 18-01-2001
Blijkens een brief van Amnesty International begaan
de Togolese autoriteiten mensenrechtenschendingen tegen uit het buitenland terugkerende
of teruggezonden Togolese vluchtelingen.
Het interview dat wordt afgenomen door de IND
verloopt slecht. Francois verteld weinig van wat hem is overkomen. Hij krijgt
een negatieve beschikking en wordt op straat gezet.
In een brief van de president federaal van de UFC
(Union des Forces de Changement) een oppositiepartij in Togo wordt echter
duidelijk dat hij een actief lid was de UFC.
De situatie waarin Francois zich bevind als hij zich
meldt bij het ASKV/SV verklaart de vage antwoorden in het interview. Hij is
ziek, totaal gedesoriënteerd en in de war. Een normaal gesprek valt er de
eerste dagen niet te voeren. Als hij echter na een paar dagen weer een beetje
opgekrabbeld is verteld hij ons zijn verhaal. Veel tijd is er echter niet. De
behandeling van de Voorlopige Voorziening dient al binnen een week. We nemen
contact op met een vriend van hem in Togo en het partijbureau van de UFC. Na
enkel dagen ontvangen we een fax van een kopie van de lidmaatschapskaart en een
brief van de president federaal van de UFC. De advocaat is slecht voorbereid op
de zitting. Er is te weinig tijd om het verhaal goed door te nemen met zijn
cliënt en Francois is zelf nog maar net weer op de been. De Vovo en het bezwaar
worden afgewezen. De belangrijkste reden is het verschil tussen de brief van de
UFC en de informatie die hij zelf geeft in het interview. Zijn situatie ten
tijde van het interview wordt echter niet meegewogen.
Korte schets van het toekomstperspectief:
Momenteel heeft Francois nog rug en nekklachten van
de martelingen die hij heeft ondergaan toen hij 5 dagen in detentie zat. Een
onderzoek van een arts van Amnesty International zou dit aan kunnen tonen. We
zullen nogmaals contact opnemen met het partijbureau om meer informatie over de
activiteiten van Francois voor de UFC.
Een tweede asiel verzoek zou hem alsnog de
bescherming kunnen geven die hij nodig heeft.
Naam: Rasja
Land: Azerbeidzjan
Leeftijd: 46 jaar
Gezinssamenstelling: moeder en zoon van 13 jaar
Procedure: VTV medisch/humanitair
Ondersteuning: Vluchtelingen in de knel
Op straat sinds: 16 januari 2000
Rasja is Armeense van afkomst en was getrouwd met een
Azeri. Dat leverde problemen als gevolg van de conflicten tussen Armeniërs en
Azeri om Nagorno Karabach. Vooral na de gebeurtenissen in Sumgaid (‘genocide’;
waarbij haar dochtertje omkwam), namen de problemen tussen Armeniërs en Azeri
toe. Voor Rasja betekende dit o.a. gescheiden leven van haar man en
verkrachting door een medewerker van de overheid. In 1990 is Rasja, zeer tegen
haar zin, samen met een groep andere Armeense vrouwen geëvacueerd naar Moskou.
Haar (huur)huis werd in beslag genomen en aan Azeri toegewezen.
In Moskou heeft Rasja wel een soort registratie als
vluchteling ontvangen, maar dat gaf haar geen rechten: geen onderdak, geen
inkomen, geen medische zorg of onderwijs en vooral geen mogelijkheid zich te
laten registreren waardoor ze die rechten wel zou krijgen.
Omdat ze een gemengd huwelijk had, wat duidelijk was
door haar achternaam en een kind van gemengde afkomst, was het voor haar
moeilijk aansluiting te vinden bij ofwel de groep Armeense mensen ofwel de
groep Azeri. Bij beide groeperingen werd ze weggestuurd. Uiteindelijk kon ze
via een Tsjetsjeense vrouw een kamer huren in een tehuis voor arbeiders.
In Moskou heeft ze vreselijke jaren gehad: dikwijls
aangehouden en gecontroleerd door de politie, ettelijke keren opgesloten in het
huis van bewaring, door politie gedwongen tot seksuele handelingen en armoede.
Haar kind liet ze bedelen op een Armeens kerkhof om aan een beetje geld te
komen.
In juni 1995 heeft haar man, die was achtergebleven,
haar in Moskou ontdekt. Vanaf die tijd bezocht hij haar af en toe, wat alleen
was toegestaan met een speciale vergunning en steeds maar voor enkel dagen. In
december 1996 is hij tijdens zijn verblijf in Moskou opgepakt door de Amon.
Ondanks herhaalde navraag bij het politiebureau heeft Rasja via officiële
kanalen niet kunnen achterhalen wat er met hem is gebeurd. Bij haar laatste
bezoek kreeg ze ruzie met een van de medewerkers. Die dreigde dat haar
hetzelfde zou overkomen als haar man, dat er een tweede Sumgaid zou komen, dat
hij haar kind, een ‘misbaksel’, zou vernietigen. Deze persoon heeft haar
mishandeld.
Via een vriend die bij de politie werkte, hoorde ze
dat haar man zo ernstig zou zijn mishandeld door de geheime dienst (Amon), dat
hij aan zijn verwondingen was overleden. Zij wilde dit aanvankelijk niet
geloven, maar ze vernam niets meer van haar man en hij was ook niet
teruggekeerd op zijn adres. De opeenstapeling van problemen deed haar ertoe
besluiten te vluchten.
Op 3 juni 1997 vertrok ze, op 6 juni vroeg ze in
Nederland asiel. Inmiddels is ze twee keer uitgeprocedeerd. De IND is van
mening dat zij terug kan naar Moskou, want daar heeft ze immers 7 jaar weten te
overleven. Tijdens haar eerste asielprocedure bleek echter al dat ze zo ernstig
getraumatiseerd is, dat ze onder behandeling kwam van een psychiater. Diagnose:
Post Traumatische Stress Stoornis. De behandeling werd afgebroken, toen zij in
september 1998, na de negatieve beslissing van IND, in paniek het AZC verliet.
Ze was doodsbang voor een nieuwe deportatie. Ze dook onder, verbleef o.a.
clandestien in een OC en bij landgenoten. In oktober 1999 vroeg ze voor de
tweede keer asiel aan.
In november 1999 klopten die landgenoten aan bij
Vluchtelingen in de knel met een verzoek haar onderdak te verlenen. Ze is
echter tot de tweede asielaanvraag bij deze mensen gebleven. Ook haar tweede
asiel verzoek is afgewezen.
Sinds 16 januari 2000 vangt Vluchtelingen in de Knel
moeder en zoon op. V.i.k. vroeg een VTV medisch/humanitair aan en zocht
psychische hulp voor haar.
Een psycholoog in Eindhoven, constateerde opnieuw
PTSS, achtte terugkeer naar Moskou desastreus en moest hulp dringend geboden
worden vanwege haar vele trauma’s en suïcidale neigingen.
Vanaf juli 2000 zijn er contacten met de Dagbehandeling
voor Vluchtelingen in Vught, waar de behandeling als gevolg van ziektegevallen
helaas pas kon starten op 2 januari 2001. Op dit moment dreigt de behandeling
stop te worden gezet omdat ze niet verzekerd is!!
Ook haar zoon heeft hulp van een psycholoog.
Naam: Padi
Land: Sri Lanka
Gezinssamenstelling: alleenstaand
Leeftijd: onbekend
Procedure: tweede asielverzoek
Ondersteuning: Vluchteling als naaste
Op straat sinds: privé
Padi kwam eind 1994 in Nederland. Hij kwam uit Sri Lanka en
hij vroeg asiel. Na 6 jaar werd hij op 12 januari 2000 in de vroege morgen om
6.30 uur opgeschrikt door 2 politieagenten. Hij moest mee, hij werd uitgezet,
terug naar ‘zijn land’. "Het is daar voor jou veilig" zeiden ze. Hij
kreeg 5 minuten om zich aan te kleden, hij kreeg geen toestemming om ook
maar iets van zijn persoonlijke spulletjes mee te nemen.
Op 13-01-2000 kwam het vliegtuig aan in Sri Lanka. Daar werd
Padi uit het vliegtuig gezet door de Nederlandse politie en overgedragen aan de
C.I.D. Hij had alleen zijn laissez- passer en de rest van het ticket mee
gekregen.Toen begonnen de problemen, ze vroegen zijn paspoort, die hij niet
had. Ze zeiden tegen hem dat Nederland hem niet zou teruggestuurd hebben, als
hij geen crimineel zou zijn. Ze gaven hem stompen en zeiden dat hij terug was
om de Tamil tijgers te helpen. Hij moest wachten want hij zou de gevangenis in
gaan.
Toen lieten ze hem na een tijdje door de douane passeren. Er
kwam een klein onopvallend busje aangereden, Padi werd er in getrokken en
geboeid. Ze duwden zijn hoofd tussen zijn benen en sloegen en stompten hem.
Na een lange rit werd hij in een donkere kamer drie weken
vastgehouden, soms kreeg hij een beetje te eten en te drinken. Hij werd
meerdere keren "ondervraagd" over de tijgers en werd daarbij altijd
geschopt en geslagen.
Na drie weken brachten ze hem geblinddoekt terug naar
Colombo en daar hebben ze hem ergens op een verlaten plaats gedumpt. Padi heeft
toen in Colombo rond gezworven tot hij kennissen van zijn vader ontmoette. Die
vertelden hem ook dat zijn broer opgepakt was door de politie en dat ze
sindsdien niets meer van hem vernomen hadden.
Op 15 april werd Padi weer opgepakt, deze keer door de
politie, werd opnieuw in de gevangenis gezet en weer ondervraagd over zijn
zogenaamde betrekkingen met de tijgers. Weer werd hij geschopt en geslagen. Na
twee weken lieten ze hem gaan. Hij werd in het bezit gesteld van een S-Card en
hij moest zich elke week melden bij de politie. Hij mocht Colombo niet
verlaten.Padi verbleef toen op een 'geheime plaats'. Daar kreeg bij financiële
steun van een Nederlandse familie. Hij kon er zijn verblijf mee betalen.
Op 23 juni 2000 werd hij opnieuw opgepakt door de politie en
het leger. Later, midden in de nacht werd hij naar een andere plaats gebracht,
geboeid en geblinddoekt. Het was een klein kamertje waar zich niets in bevond,
de blinddoek was weg, de boeien waren nog om. De hele nacht heeft hij op
de grond gezeten. 's Morgens kwam er een man in burger, vroeg naar zijn naam en
ging weg.
Padi vertelt; "De nacht daarna kwamen er 6 mannen
binnen, ze droegen geen uniformen. Een van de mannen vroeg me of een van mijn
familieleden een terrorist was en of ik bij de tijgers aangesloten was. Ik zei
nee. Hij gaf me toen een blanco papier dat ik moest tekenen, ik heb dat
geweigerd. Ik werd toen aan mijn benen vastgebonden, en met mijn hoofd naar
beneden werd ik opgehangen, gestompt en geslagen, o.a. op mijn hielen, in mijn
zij, in mijn buik en op mijn hoofd.
Ik werd met een plastic pijp geslagen die gevuld was met
zand, zodat er geen littekens te zien zouden zijn. Ook werd er tijdens die
ondervragingen mijn hoofd in een emmer water geduwd en werd mijn hoofd lange
tijd onder water gehouden. Ze bonden ook vaak een plastic zak over mijn hoofd,
en sindsdien valt nu soms het zicht weg van mijn ogen. Ik ben meerdere keren
flauwgevallen tijdens het martelen.
Op een gegeven moment is er een man gekomen en heeft me
aangeboden tegen de prijs van 25.000 roepia’s om mij te helpen ontsnappen. Ik
heb gezegd, vraag aan de vriend van mijn vader of hij betaald. Dat is toen
gebeurd, en die man heeft tijdens zijn nachtdienst mij weggebracht naar een
onbekende plaats in Colombo. Daar kwam ook mijn vaders vriend, hij heeft hem
betaald en ik was vrij”.
Padi werd toen geholpen door Nederlandse mensen om te
ontsnappen uit Sri Lanka, en naar hier terug te komen.
Hij is nu hier, en met hulp van stichting Vluchteling als
naaste kan hij met zijn advocaat zich in AC Rijsbergen gaan aanmelden en een
tweede keer asiel vragen.
Padi krijgt geen opvang van het COA, hij heeft
onderdak van de stichting, ze zorgen voor de medische kant, en hij krijgt wat
zakgeld.
Naam: familie Skrijelj
Land : Kosovo
Leeftijd: man 56, vrouw 54, zoon 18 jaar
Gezinssamenstelling: man, vrouw en zoon
procedure: tweede asielverzoek
Ondersteuning: Vluchtelingen in de Knel
Op straat sinds: 28 december 1998
Met de oorlog in Joegoslavië beginnen voor deze
familie de problemen. Sinds 1989 zijn ze met verschillende kinderen gevlucht.
Zij hebben asiel gevraagd en gekregen in Duitsland en Zweden. In 1993 besluit
ook de vader met zijn vrouw en jongste zoon te vertrekken. In Duitsland
verbleven zij tot 1997, daarna moesten zij vertrekken omdat Kosovo veilig zou
zijn. Ze gingen naar Nederland Hier kregen ze een Dublin-claim zodat ze naar
Duitsland terug gestuurd konden worden.
Toen besloten ze toch terug naar Kosovo te gaan.
Vanwege de oorlog in Kosovo verbleven zij enkele maanden in een
vluchtelingenkamp in Montenegro. Omdat het leven daar heel onmogelijk was
kwamen ze weer terug naar Nederland en vroegen asiel aan. Nu zitten zij nog
steeds in de tweede asielprocedure.
Schrijnend is dit verhaal vanwege de trauma’s en
migraine van de vrouw en de hartproblemen van de man. Door de medische dienst
van de COA worden deze problemen echter niet gezien als zo ernstig dat opvang
nodig is.
Naam: Mohamed Rabah
Land van herkomst: Guinee Conakry
Leeftijd: 29 jaar
Gezinssamenstelling: ongehuwd
Procedure: voorbereiding 2e asielprocedure
Ondersteuning: ASKV / Steunpunt Vluchtelingen
Op straat sinds: 28 maart 2000
Nadat hij zich aangesloten had bij de RPG heeft hij
op verzoek het hoofdkwartier van de partij helpen bewaken. Patrouillerende
militairen controleerden ’s nachts zijn identiteitskaart en vonden zijn
lidmaatschapskaart. Dat was voldoende om hem op te pakken. In het kwartier van
de veiligheidspolitie is hij beschuldigd van deelnemen aan het verbranden van
de auto van een minister. Twintig keer werd hij met stokken geslagen. Een agent
begon hem te bezoeken in zijn cel. Daar bedreigde hij hem. En ging na Mohameds
weigering over tot geweld. Toen overplaatsing dreigde, naar een gevangenis van
waar bekend was dat je er niet levend vandaan kwam, heeft een familielid hem
helpen bevrijden. Een militair, die tot zijn stam behoorde, hielp hem met bluf
uit de gevangenis te ontsnappen. Zijn oom zorgde ervoor dat hij via een haven
per schip naar Europa kon vluchten.
Nadat hij zijn eerste asielverzoek verloren had kwam
in hij op 1 mei 2000 bij het ASKV/SV.
Het toegepaste geweld en de martelingen hebben
Mohamed een trauma en gezondheidsproblemen bezorgd. Daarvoor is hij onder
behandeling van een specialist. Voorts is
hij bezig zijn identiteit en partijlidmaatschap te bewijzen.
Naam: Jean Dubufet
Land van herkomst: Togo
Leeftijd: 40 jaar
Gezinssamenstelling: gehuwd
Soort procedure: voorbereiding 2e asielprocedure
Ondersteuning: ASKV/Steunpunt Vluchtelingen
Op straat sinds: 5 april 2000
Jean is lid van een oppositiepartij in Togo. Als
‘sympathisant‘ deed hij aan propaganda in de dorpen en steden. Hij deed ook in
de partij belangrijk logistiek werk.Tijdens vervoer van propagandapamfletten is
hij aangehouden. Nadat die pamfletten
gevonden zijn is hij meegenomen naar een politiepost. Daar werd hij gemarteld
om informatie van hem te krijgen. Opsluiting in een te kleine cel, waarin hij
niet kon staan; stokslagen op knieën hoofd, rug, psychische druk, etc. Dank zij
een militair, die hij in het verleden een belangrijke dienst had bewezen, kwam
hij uit het detentiekamp. In een vrachtwagen reed hij naar een plek waar zijn
vrouw zich bij hem voegde. Daarna gingen ze naar de haven. Ze werden op een
boot gesmokkeld. En kwamen zo in Nederland terecht. Nadat hij zijn eerste
asielprocedure verloren had, kwamen zijn vrouw en hij op straat te staan. Een
extra complicatie is zijn suikerziekte. Bij het ASKV/SV vroeg hij of hij zijn
insuline tijdens de warme zomermaanden bij ons in de ijskast mocht zetten.
Sinds 28 april 2001 is hij cliënt geworden.
Jean bereidt een tweede procedure voor. Hij heeft de
nodige papieren uit zijn land verkregen om zijn identiteit, lidmaatschap van-
en positie in zijn partij etc. te bewijzen. Vanwege zijn ziekten, waarvan een
en ander te wijten is aan de psychische mishandeling tijden zijn detentie, is
hij onder specialistische behandeling. Zijn advocaat ziet mogelijkheden voor
een tweede procedure positief in.
Naam: Fang Hu, Gin Guao en Hui Hui
Land van herkomst: China
Leeftijd: 30,6 en 4 jaar
Gezinssamenstelling: moeder met twee kinderen.
Procedure: VTV Humanitair
Ondersteuning: Eerst Vluchtelingen in Nood, daarna
Vluchtelingen in de Knel.
Op straat sinds: oktober 1996
Fang Hu is op 16 maart 1994 voor het eerst in
Nederland aangekomen. Zij heeft direct asiel aangevraagd, maar dit is
afgewezen. Begin 1996 is zij naar Frankrijk gegaan en in september van dat jaar
gedesillusioneerd teruggekomen. Opnieuw heeft zij asiel aangevraagd maar kreeg
weer een negatieve beschikking. Fang is toen opgevangen door Vluchtelingen in
Nood (V.I.N.) in Den Bosch. In 1997 heeft zij nogmaals getracht asiel te
krijgen. Wederom werd dit geweigerd.
In Den Bosch leefde ze samen met veel vrouwen en
kinderen. Dit bemoeilijkte het opvoeden van haar kinderen. In 1998 heeft zij in
overleg met V.I.N. een eigen ruimte gekregen bij Vluchtelingen in de Knel in
Eindhoven, waar ze zich op zelfstandig wonen zou kunnen voorbereiden.
De Chinese ambassade geeft geen medewerking in haar
zaak.
Fang heeft drie brieven geschreven naar haar buren in
China met de vraag of zij haar identiteitspapieren kunnen krijgen. De brieven
zijn ongeopend teruggekomen. Een andere brief met dezelfde vraag, die ze
stuurde aan de burgemeester van haar stad, is niet teruggekomen, maar nooit
beantwoord.
Ook is Fang naar de Chinese ambassade gegaan voor een
paspoort of een laissez-passer. De beambte achter het loket ‘legalisatie’ sprak
de bezoekers onvriendelijk aan. De sfeer was gespannen. Fang kreeg geen
paspoort, geen laissez-passer. Ook haar verzoek om dan tenminste een stempel op
een papiertje te krijgen als bewijs dat ze daar was geweest, werd geweigerd. De
begeleider die dit alles met verbazing volgde en eveneens om een stempel vroeg,
kreeg een kaartje met het adres van de Chinese ambassade waar zij op dat moment
waren.
Buitengekomen brak de emotie los en vroeg Fang zich
huilend af: “Ik en mijn kinderen en ook die andere mensen voor mij, mogen
nergens zijn, niet in Nederland niet in China, waar dan wel?”
Naam: Alain
Land: Cameroon
Leeftijd: onbekend
Gezinssamenstelling: alleenstaand
Procedure: Dublin-claim
Ondersteuning: Autonoom Centrum
Op straat sinds: december 2000
Alain vroeg in november 1997 in Duitsland asiel aan.
Na drie jaar asielprocedure raakte hij uitgeprocedeerd en de Duitse justitie
zocht hem actief op voor deportatie naar Cameroon. Alain kon op tijd naar
Nederland ontkomen en meldde zich op 11 januari 2001 voor asiel in Aanmeldcentrum
Zevenaar. Hij werd door gestuurd naar een Opvangcentrum in Ermelo en op 15
januari kon Alaineen asielverzoek indienen in Aanmeldcentrum Ter Apel. Op 17
januari onderging hij zijn eerste gehoor. Op 19 januari werd Alain in de
gelegenheid gesteld te reageren op de mogelijke Dublin-verantwoordelijkheid van
Duitsland, waarop Alain meldde dat Duitsland hem geen bescherming bood en hij
derhalve een beroep deed op bescherming van Nederland. De IND legde op 23
januari een Dublinclaim in zijn zaak, die op 13 februari door Duitsland geaccepteerd werd. Dit
bericht bereikte de IND op 1 maart jl. en op 8 maart jl. werd een negatieve
beschikking genomen die Alain op 28 maart jl. in handen kreeg tijdens de
stempelplicht in AC Zevenaar. Een bezwaarschrift tegen een gehonoreerde
Dublinclaim plus een voorlopige voorziening om dit bezwaar te mogen afwachten
in Nederland moest binnen 24 uur ingediend worden. Dit is gebeurd op 29 maart.
Alain moet nu twee in plaats van een keer per maand stempelen in AC Zevenaar.
Huidige opvang: Dublinclaimanten hebben in Nederland
geen recht op voorzieningen zoals opvang, leefgeld, medische zorg, onderwijs,
etc. Justitie dumpt hen op straat hoewel ze legaal zijn. Alain wordt juridisch
begeleid en opgevangen door het AC.
Vluchtmotieven: Sinds 1994 is Alain actief lid van de
politieke oppositiepartij SDF (Social Democratic Front). In december 1995 werd
hij gearresteerd tijdens een demonstratie in de hoofdstad Douala tegen de
corruptie van de overheid gedurende de gemeenteverkiezingen. In het
politiebureau werd Alain geslagen alvorens hij in de cel werd gegooid. Aan deze
marteling trachtte hij te ontsnappen, hetgeen lukte. Hij zocht een arts, kreeg
medische hulp en vluchtte naar West Cameroon, naar het dorp van zijn
grootouders. Na 4 maanden stilte kwam Alain terug in de hoofdstad Douala en
vervolgde z’n normale leven. In juni 1997 werd Alain gearresteerd gedurende een
razzia in zijn district in Bepanda. Hij werd weer gevangen gezet. Er bleek een
arrestatiebevel op zijn naam te staan. Hij werd naar de centrale gevangenis in
New-Bell overgebracht en zat daar als politiek gevangene gedurende 3 maanden
zonder proces, een zware periode. Met hulp van zijn ouders werd hij in het
geheim vrij gekocht. Hij vluchtte naar Nigeria, waar hij niet kon blijven
wegens de politieke situatie daar en de diplomatieke collaboratie tussen
Nigeria en Cameroon. Vanuit Nigeria vluchtte hij naar Duitsland, waar hij asiel
vroeg. Daar was Alain actief in verschillende mensenrechtenorganisaties, zoals
de Human Rights Defence Group, Global Village, The Voice Africa Forum en de
Karavaan Group.Hij sprak publiekelijk over mensenrechtenschendingen, dictatuur
in het land van herkomst,en zette zich in voor de vrijheid van politieke
gevangenen in Cameroon. Een open brief werd naar de Cameronese president
gestuurd en gepubliceerd door de krant Cameroon Post in oktober 1998.
Politieke situatie Cameroon: De actuele politieke
situatie in Cameroon is heel slecht wegens de dictatuur en de systematische
marteling door geheime diensten. Ongeveer 500 mensen zijn gedood sinds april
2000, 36 lijken werden in november 2000 ontdekt in een massagraf nabij de
luchthaven van DoualAlain Afgelopen maand verdwenen 9 mensen in Bepanda
Omnisport/Douala. De overheid kan geeft geen verklaring voor deze moorden en
verdwijningen van leden van de oppositie.
Naam: Claudia
Land: Ruanda
Leeftijd: 22 jaar
Gezinssamenstelling: echtpaar man heeft VVTV
Procedure: Dublin-claim
Ondersteuning: Vluchteling als naaste
Op straat sinds: augustus
2000
Mijn man is sinds 1 jaar
hier in Nederland. Hij heeft een tijdelijke verblijfsvergunning (VVTV). Zelf
ben ik in augustus 2000 hier gekomen. Ik had een visum voor Italië, maar ik ben
daar nooit geweest. Bij aankomst op het vliegveld heb ik asiel gevraagd, maar
dat werd me geweigerd want men zei dat ik naar Italië moest gaan. Ik werd drie
maanden gevangen gezet , alsof ik een crimineel was.
Ik ben Tutsi, mijn man is
Hutu. We zijn gevlucht omdat men ons wilde vermoorden vanwege etnische
moeilijkheden.
De broer van mijn man was
lid van het parlement. Hij is gevlucht omdat hij het niet eens was met de
regering. Hij woont nu in België.
Na zijn vertrek zijn
militairen mijn man komen zoeken en hebben hem meerdere keren gevangen gezet
zodat hij zou zeggen waar zijn broer zich bevond.
Een week na ons huwelijk
zijn ze weer teruggekomen en ze hebben hem toen heel ver weg in de gevangenis
gezet, zodat ik hem 4 maanden niet heb gezien en zelfs niet wist waar hij was.
Gelukkig werd hij bevrijd
en kon hij naar Nederland vluchten. Toen de militairen hoorden dat hij gevlucht
was, zijn ze teruggekomen om mij te zoeken. Ze wilden me verkrachten, doden en
ze hebben me beledigd door te zeggen dat ik met een hond getrouwd was.
Ik ben toen ook gevlucht, eerst naar Oeganda. Van daaruit ben ik hier gekomen.
Ik ben dus bijna niet bij mijn man geweest, zelfs niet toen ik na mijn detentie
en op straat werd gezet. Gelukkig heb ik toen mensen ontmoet die erg goed voor
me zijn en me onderdak hebben gegeven en alles wat ik nodig had. Wel moet ik
twee keer per maand naar Zevenaar om te stempelen. Tot nu toe heb ik nog niet
met mijn man kunnen samenwonen. Men wilde dat ik naar Italië zou gaan, maar
omdat ik in verwachting ben, is hij het die voor mij zal zorgen. Dat is toch
normaal, vindt u niet? Waarom me scheiden van hem als ik volgens de wet, getrouwd ben?
Ik vraag u staatssecretaris
van Justitie, mijn zaak te willen behartigen en te proberen mij weer met mijn
man samen te brengen. Het is immers zo pijnlijk mijn eigen familie wel soms te
zien, maar niet samen te kunnen zijn. Ik denk dat niemand dit van
elkaar-gescheiden-zijn voor zich zou wensen.
Naam: familie Zain
Land: Kurdistan
Leeftijd: 26 jaar
Gezinssamenstelling: echtpaar met 3 dochters
Procedure: Dublin-claim
Ondersteuning: Vluchteling als naaste
Op straat sinds: oktober
2000
Ik kwam in 1996 naar
Duitsland en mijn man kwam in 1997 naar Duitsland waar wij tot 20 oktober 2000
woonden. Op die dag kwam de politie, ze wilde ons naar Kurdistan terugsturen
Een man hielp ons om naar Nederland te komen. Wij kwamen in Reisbergen aan
om asiel aan te vragen. Na een interview werden wij afgewezen en naar het
station gestuurd omdat wij eerder in Duitsland hadden verbleven. Wij
overnachten drie keer op verschillende stations. De kinderen en ik zelf zijn
ziek geworden. Een man heeft ons toen uit medelijden naar de organisatie
Vluchteling als naaste in Helmond gebracht. Sindsdien gaan wij regelmatig naar
Zevenaar om te stempelen, maar wij hebben tot nu toe geen verblijfsvergunning
gekregen.
Naam: Sadio Sidibe
Land van herkomst: Guinee Conakry
Leeftijd: 24 jaar
Gezinssamenstelling: alleenstaand
Procedure: voorbereiding 2e asielprocedure
Ondersteuning: ASKV/Steunpunt Vluchtelingen
Op straat sinds: juli 200
Sadio was sympathisant van de RPG. Een oppositie
partij in Guinee. Hij kende veel jongeren en probeerde hun te betrekken bij de
activiteiten van RPG. Hij koos voor de RPG omdat ze meer scholen willen en
kleine ziekenhuizen in kleine steden en omdat ze meer werkgelegenheid willen.
Later had hij een bar waar de jongeren bij elkaar konden komen. Hij informeerde
de jongeren ook als er elders bijeenkomsten waren van de RPG.
Zijn bar werd een politieke plek.
Tijdens een in de bar georganiseerde dansavond is er
buiten een vechtpartij ontstaan tussen de mensen van de RPG en de PUP. Sadio
werd opgepakt omdat hij er verantwoordelijk voor werd gehouden. Hij werd
gevangen gezet. In de gevangenis is hij gemarteld om hem aan het praten te
krijgen over de RPG. Er zijn stroomstoten op zijn tepels toegediend nadat er
water over hem heen gegooid was. Zijn ellebogen werden op zijn rug met een
strak touw vastgebonden en werd hij minstens vier keer door meerdere personen
tegelijk in zijn gezicht geschopt en geslagen met laarzen en een knuppel.
Hij is afgewezen toen hij in Nederland asiel
aanvroeg. Het verhaal kwam in het interview niet goed uit de verf. Door
vermoeidheid en angst komt het verhaal verward over. Maar in gesprekken die we
met hem voerden, verteld hij een consistent en overtuigend verhaal. Hij had
duidelijk rust nodig alvorens hij zijn verhaal kon vertellen.
Momenteel wordt er met hem gewerkt aan een tweede
asielverzoek. Een arts van Amnesty International zal hem onderzoeken. De sporen
van marteling zijn nog duidelijk aanwezig op zijn lichaam en hij heeft
psychische klachten waarvoor hij onder behandeling is bij het RIAGG.
Naam: Daria
Land van herkomst: Oekraïne
Leeftijd: 29 jaar
Gezinssamenstelling: Moeder van één kind (in
Oekraïne)
Procedure: tweede verzoek
Ondersteuning: Vluchteling als naaste
Op straat sinds: midden 1998
Een man ronselde vrouwen in Oekraïne om in Nederland
in de horeca te gaan werken. Dat zou met een visum voor 3 maanden goed kunnen,
beloofde hij haar. Daria trapte erin. Ze werd in Amsterdam op een kamer
gedropt, en toen begon voor haar de ellende. Hij zei: “Er is geen werk in de
restaurants, maar je moet nu in de prostitutie gaan werken”. Daria zei daar
kordaat nee tegen.
De man klemde haar toen tussen de deur en hij
mishandelde haar. Hij dreigde haar te vermoorden als zij niet deed wat hij
verlangde.
Op een gegeven ogenblik kon ze weglopen en heeft ze
zich aangemeld in het AC Rijsbergen, mei 1998. Daria kreeg daar meteen negatief
op haar asielaanvraag. Ze had geen enkel bewijs van wat haar was overkomen. Ze
kwam op straat terecht. En sindsdien heeft ze bijna de hele tijd op straat
geleefd.
Op 4 december 2000 werd ze door een medewerker van de
stichting Vluchteling als naaste op straat aangetroffen en werd ze geholpen.
Zij kreeg eerst mantelzorg. Nu krijgt ze opvang en financiële ondersteuning.
Toen de mensen van de stichting Daria’s verhaal
aanhoorden, hebben ze het gemeld bij de politie. De vrouwenhandelaar is nu ook
opgepakt door Interpol. Er waren meerdere aangiftes gedaan van vrouwen tegen
hem.
Op dit ogenblik is de stand van zaken voor Daria dat
er een aantal bewijsstukken van Interpol onderweg zijn naar Nederland. Daarmee
kan de stichting werken aan een nieuwe aanvraag voor asiel. Maar ze krijgt geen
opvang. Daria zal dan weer op straat moeten gaan zwerven.
Naam: 5
kinderen
Land van herkomst: Afghanistan
Leeftijd: tussen de 5 en 20 jaar
Gezinssamenstelling: Echtpaar met 15 kinderen is
tijdens hun vlucht 7 kinderen kwijtgeraakt.
Procedure: Dublin-claim
Ondersteuning: Vluchteling als naaste
Op straat sinds: onbekend
De ouders en 8 van hun kinderen die bij hen waren
hebben de A-status gekregen. Zij verblijven in een AZC.
De 7 andere kinderen is men gaan opsporen. 5 ervan
zijn in Oostenrijk teruggevonden.
Ze hebben toestemming gekregen om vanuit Oostenrijk
naar Nederland te komen, maar deze kinderen hebben nu alle 5 een Dublin-Claim.
Dat wil zeggen dat de kinderen in Oostenrijk, als eerste land, asiel gevraagd
hebben, en dat ze dus in Oostenrijk moeten blijven tot hun asiel aanvraag
behandeld is en kunnen ze in Oostenrijk blijven of uitgezet worden bij een
negatieve beslissing.
Het CAO gedoogd deze 5 kinderen in het AZC, maar
verder is er niets voor hen. Daarom heeft vluchtelingen werk, dat ook in het
AZC aanwezig is, bij de stichting Vluchteling als naaste aangeklopt voor hulp.
De overheid wil nu dat er DNA onderzoek worden gedaan
om te kunnen bewijzen dat het wel echt kinderen zijn van deze vader en moeder.
Dat is nogal een hoge rekening, die de stichting gepresenteerd gaat krijgen; fl
1000,- per kind per onderzoek. Terwijl als je normaal uit je ogen kijkt, kunt
zien dat het allemaal broertjes en zusjes van elkaar zijn, en kinderen van die
vader en moeder. En het is toch logisch dat vader en moeder met 15 kinderen in
één auto niet samen hebben kunnen vluchten!
De twee kinderen die in dit verhaal ontreken zijn nog
steeds vermist. Tot groot verdriet van de ouders, die in hun verdriet ook
gesteund worden door de stichting.
Naam: Irina
Land van herkomst:Azerbeidzjan
Leeftijd:38 jaar
Gezinssamenstelling: alleenstaand
Procedure: voorbereiding 2e asielprocedure
Ondersteuning: Vluchteling als naaste
Op straat sinds: mei 2000
Irina woonde in Azerbeidzjan met haar man die moslim
was en haar driejarig kind gelukkig samen in een flat.
In 1990 kwamen soldaten de flat binnen en begonnen
haar te slaan. Irina is Armeens christen en volgens de moslims hoorde ze daar
niet thuis. De soldaten verkrachtten haar in het bijzijn van haar kind, dat
begon te huilen en “mama, mama” riep. De soldaten raakten geïrriteerd, ze
pakten het kind en sloegen het dood voor de ogen van de moeder. Daarna zetten
ze de verkrachting voort en lieten Irina na afloop gebroken en kapot van
ellende achter.
De verslagen ouders hebben hun dode kindje toen
begraven op een Islamitisch kerkhof en zijn daarna gevlucht naar Nagora
Karabach. Daar waren ze veilig dachten ze, want daar waren meer christenen dan
moslims. Maar helaas waren de rollen nu omgekeerd. Toen Irina en haar man op de
markt in Nagora Karabech waren, ontdekten soldaten dat hij moslim is. Ze
schoten in het bijzijn van Irina haar man dood. Irina zelf werd geslagen. Twee
oude mensen hebben haar toen van straat gehaald en haar geholpen.
Ze heeft daarna jaren in een kelder ondergedoken
gezeten, tot op 1 januari 2000 toen dronken soldaten haar schuilplaats vonden.
Ze werd herkend van op de markt en ze werd opnieuw verkracht.
Ze besloot toen om naar het Westen te vluchten en in
mei 2000 heeft ze zich gemeld in AC Rijsbergen, waar ze direct werd afgewezen.
De reden voor afwijzing was: “U heeft geen bewijsmateriaal bij over uw man,
over uw kind en over uw huwelijk”. Ze werd op straat gezet.
Haar advocaat is in beroep gegaan, want het was voor
hem duidelijk dat Irina ernstig getraumatiseerd is. Het beroep diende in juni
2000 en de uitspraak luidde: afgewezen, geen bewijsmateriaal.
Irina stond op straat en heeft aangeklopt bij
Stichting Vluchteling als naaste, die haar helpt sedert mei 2000. Nu, bijna een
jaar later heeft deze stichting ervoor gezorgd dat de tweede asielvraag in
voorbereiding is. Medische gezien heeft Irina ook al die tijd moeten wachten.
Twee weken geleden heeft ze eindelijk het eerste intake gesprek gehad bij een
psychiater van het RIAGG. Deze psychiater heeft al verklaard dat Irina aan
Post-traumatische stressstoornis lijdt, en dat een langdurige behandeling
noodzakelijk zal zijn.
De stichting is nu aan het zoeken naar bewijzen uit
Azerbeidzjan, die de IND blijkbaar nodig heeft voordat ze deze vrouw willen geloven.
Misschien had Irina het hoofd van haar man en kind mee moeten brengen als
bewijs?
Als de aanvraag van Irina in het AC wordt
goedgekeurd, zal ze toch nog legaal op straat de beslissing van het IND moeten
afwachten. Status of geen status, Stichting Vluchteling als naaste zal Irina
blijven steunen.
--------------------------------------------------------------------------------------------
Deze brochure is tot standgekomen naar
aanleiding van de buscampagne: “Opvang voor vluchtelingen” die van 2 tot 6
april 2001 plaats vond.
Tijdens deze campagne vroegen
hulpverleningsinstanties samen met vluchtelingen aandacht voor mensen die
rechtmatig in Nederland verblijven maar toch geen opvang krijgen.
In deze brochure zijn de verhalen
van de vluchtelingen die meegingen opgenomen.
Tijdens de campagne werden een
twaalf-tal gemeenten bezocht die een petitie ondertekenden waarin zij de
landelijke overheid op haar verantwoordelijkheid wijzen om opvang te bieden aan
deze vluchtelingen.
Daarnaast werden verschillende
politieke partijen bezocht om hen te
confronteren met de door hen gecreëerde problematiek. Ook werd hen gevraagd om
voor één nacht onderdak te bieden aan de vluchtelingen in de bus.
Tot slot werd een zwartboek over
het op-straat-zet-beleid van de overheid aangeboden aan de staatssecretaris van
Justitie mw. Kalsbeek.