Ruimte in 
 de Marge
              Winter  2003
 

INHOUD

         Redactioneel
1987: Waar doe je het voor?
1988: Hulpverlening toen en nu
1989: ‘Spreken is zilver …’
1990: Vluchteling Vervolgd
1991: Samenwerken PIV & SG
1992: Van Schipholwetje tot Bijlmer(grens)bajes
1993: Karavaan tegen vrijheidsbeperking
1994: Herdenken en ingrijpen
1995: Van euro-PMZV tot PICUM
1996: 14 maanden Zaďrees kerkasiel
1997: SKIA Iraans kerkasiel
1998: Roepen in de woestijn
1999: In de toekomst geen hulp meer
2000: Lobbyen en leuren voor een plek
2001: Vluchtelingen zet je niet op straat!
2002: Wie luidt er de noodklok?
2003: Het ASKV bestaat al weer 15 jaar
Beste Lezer,

Met enige trots presenteren wij deze bijzondere nieuwsbrief: ‘Een historisch exemplaar’. Dit ter gelegenheid van het vijftienjarig bestaan van onze stichting ASKV/Steunpunt Vluchtelingen. De oplettende lezer zal zien dat het al weer meer dan vijftien jaar zijn, maar door de hectiek van ons dagelijks werk, vertelden wij ons. Dit neemt niet weg dat we inderdaad al heel lang bezig zijn. Anderhalf decennium van protest tegen het inhumane vluchtelingenbeleid. Van weerzin tegen kreten als ‘aanzuigende werking’, ‘verminderd draagvlak’ en “Nederland is vol”, waarmee politici zich profileren voor een zeteltje winst. Anderhalf decennium vooral ook van steun geven aan hen die in ons land bescherming zoeken.

In de 15 jaar van ons bestaan is de wetgeving erg aangescherpt. Onze inzet is er niet minder om geworden.

Omdat we het niet bij deze constatering wilden laten hebben we ons jubileum met diverse activiteiten opgetuigd, We geven een boek uit ‘Nee heb je, ja kan je niet krijgen’. Dit boek geeft een beeld van 15 jaar hulpverlening aan en actievoeren voor uitgeprocedeerde vluchtelingen. We organiseren een congres, een debat over de dubieuze rol van de Raad van State in de vreemdelingenrechtspraak en een knallend benefietfeest. Meer hierover leest u in deze nieuwsbrief en bijgevoegde folder.

In deze Ruimte in de Marge schetsen we een beeld van onze activiteiten vanaf 1987 tot heden. Dit zetten we af tegen de ontwikkelingen die tegelijkertijd plaatsvonden in het vluchtelingenbeleid. Van raamkrant-actie voor Chilenen tot buscampagne voor opvang van vluchtelingen, van noodwet Schiphol tot kinderkamp Vught.

Wij willen hierbij iedereen bedanken die zich heeft ingezet voor onze organisatie en ons daarmee heeft geholpen vluchtelingen te helpen. Natuurlijk zien wij u graag bij een of meer van onze komende activiteiten ter gelegenheid van ons15 jaar bestaan.

Bestel nu het boek

NEE HEB JE, JA KAN JE NIET KRIJGEN

De achterkant van het Nederlands asielbeleid.

Gebonden, 170 blz.
ISBN 90-9016725-0
10 euro (excl. port)  
Een boek over 15 jaar hulpverlening aan en actievoeren voor en met vluchtelingen. 
1987

Inhoud

Waar doe je het voor?

“Opening van grenzen, voor een recht op toevlucht”. Met deze leus richtte op 18 mei 1987 een gedreven groep mensen het platform Amsterdams Solidariteits Komitee Vluchtelingen op.

De directe aanleiding vormde de verscherping van het vreemdelingenbeleid, en dan met name de invoering van de verkorte procedure. (Na een kort intake-gesprek wordt bepaald of iemand asiel mag aanvragen, of meteen wordt uitgezet ).

Dit was een wezenlijke ommekeer in de houding naar vluchtelingen. Niet langer stond Nederland welwillend tegenover degenen die huis en haard ontvlucht waren. Voortaan gold een bikkelhard beleid.

Door te wijzen op de Noord-Zuid-verhouding, en de daardoor veroorzaakte armoede in de wereld, kritiseerde men het regeringsbeleid . In het hele land werden informatiebijeenkomsten en demonstraties gehouden om aandacht te vragen voor de gruwelijke machinerieën die er achter de armoede en de daarmee samenhangende migratiestromen schuil gaan.

Het ASKV had niet alleen een politieke functie. Het gaf ook de aanzet tot de oprichting van buurtsteunpunten, waar afgewezen vluchtelingen voor hulp en onderdak konden aankloppen. In korte tijd werden zulke steunpunten in de Bijlmermeer, Oost, Rivieren-, Staatslieden– en Haarlemmerbuurt actief.

Het Steunpunt Vluchtelingen in de Amsterdamse buurt De Pijp (SVP) timmerde met haar hulp aan vluchtelingen stevig aan de weg. Velen kregen onderdak in kraakpanden en sloopwoningen, terwijl ondertussen een tweede asielprocedure voorbereid werd.

Uiteindelijk kwam het tot een vaste samenwerking tussen het ASKV.en het SVP.

Maar er waren niet alleen successen.

De constante speurtocht naar onderdak, financiële middelen en juridische mogelijkheden maakte velen moedeloos. Het was dan ook een komen en gaan van vrijwilligers. In een confronterend stuk, “ASKV in krisis”(1992), werd dit aan de kaak gesteld. Ondanks de geslaagde publiciteitsacties en de successen in de hulpverlening verzandde het ASKV. De strategische planning achter het verzet was uit het oog verloren. Het ASKV moest zich bezinnen en prioriteiten gaan stellen. Hoe konden we voorkomen dat we steeds achter de feiten aanliepen? Hoe kwamen we tot betere samenwerking met andere groepen? Thema’s die nog steeds aan de orde zijn.

Eén constante is altijd gebleven: de samenwerking met gelijkgezinden. Anarchist, christen, islamiet of atheďst, het maakt niet uit, als je je maar hard wil maken voor een betere toekomst voor vluchtelingen.

 

Er wordt uiteengezet hoe kleine organisaties als het ASKV zich verzetten tegen het rigide asielbeleid. Aan het woord komen: subsidiegevers, (medische) hulpverleners, kerkelijke vertegenwoordigers, politici (oud staatssecretarissen van Justitie: Job Cohen en Aad Kosto), actievoerders, (gedetineerde) vluchtelingen en advocaten. Daarnaast is een het een aanval op de dubieuze rol van de Raad van State in de vreemdelingenrechtspraak.

Het boek is bestemd voor iedereen die vluchtelingen een warm hart toedraagt, beroepshalve met vluchtelingen te maken heeft en voor hen die wel eens willen weten wat er mis is met het vluchtelingenbeleid.

Bijzonder is dat het boek geschreven is door schrijvers en journalisten met of zonder verblijfsvergunning. Vluchteling-journalisten van On File werkten samen met Nederlandse collega’s’. Voor meer informatie: zie onze website www.askv.nl

 U kunt het boek bestellen door 13 euro (inclusief 3 euro portokosten) over te maken op girorekening 7913334 tnv Stichting ASKV onder vermelding van ‘Boek’. Of telefonische via 020 6272408.

Het is verkrijgbaar bij o.a. de boekwinkels Atheneum, Xantippe en Fort van Sjakoo en Assata.

1988

Inhoud

Hulpverlening toen en nu

In een persoonlijk relaas schetst Dominique, medewerkster sinds 1990, haar motivatie om in de wereld die vluchteling heet te stappen.

“Steunpunt Vluchtelingen De Pijp zkt. vrijwilligers”. Deze advertentie in een buurtkrantje trok mijn aandacht. Als student Europese Studies had ik een paper geschreven over het Akkoord van Schengen en was daardoor geďnteresseerd geraakt in het onderwerp ‘vluchtelingen’. Voor het eerst was er (achter gesloten deuren) een internationaal akkoord gesloten dat de belangen van de ontvangende Schengenlanden boven die van de vluchtelingen stelde. Het was de eerste aanzet tot ‘Fort Europa’ en tot de neerwaartse spiraal die, doordat landen de steeds scherper wordende wetten van elkaar overnemen, nu het asielbeleid kenmerkt.

Ik was niet blij met het Akkoord.

Ik besloot naar een informatie-avond te gaan in Buurthuis De Pijp, waar het Steunpunt toen één keer per week spreekuur hield. Ik werd hulpverlener en ben dat tot op heden.

Spreekuur draaiden we in het buurthuis, maar alle vervolgcontacten deden we vanuit de eigen woning. Dat betekende dat je om een uur ’s nachts gebeld kon worden over een kapotte kachel, maar ook over ruzies waar cliënten zelf soms de politie bijgehaald hadden. En dan kon ík gaan uitleggen dat dat toch niet zo’n goed idee was. Na nog te hebben gewerkt vanuit kantoortjes aan de 1e Sweelinckstraat en de Jozef Israelskade, is sinds de fusie met het ASKV in 1994 ons kantoor, en daarmee het spreekuur, gevestigd aan het Haarlemmerplein. Al die tijd zijn de basisproblemen hetzelfde gebleven. Nog steeds proberen we mensen te helpen met onderdak, leefgeld, medische bemiddeling, advocaten en procedures. Maar het beleid is aanzienlijk verslechterd. Dat uit zich onder andere in AC-procedures, Koppelingswet, mvv-vereisten, detentie, groepsuitzettingen, technisch onuitzetbaren, legaal op straat gezette vluchtelingen.

Dit alles heeft natuurlijk zijn uitwerking op de invulling van de hulpverlening. Voorheen kwamen er hoogstens drie nieuwe mensen per week en dan kon ik nog wel eens rustig de tijd nemen om een kopje koffie met iemand te drinken en te praten over de problemen van het illegale bestaan. Daar kom ik nu, met tien nieuwe hulpvragen per week, nauwelijks meer aan toe.

Onze hulpverlening was altijd gericht op het opstarten van een nieuwe asielprocedure, het verkrijgen van een verblijfsvergunning of op steun bij eventuele terugkeer. Dit is nu (behalve die terugkeer) bijna onmogelijk geworden. Tachtig procent van alle asielaanvragers staat tegenwoordig, na een korte procedure van gemiddeld drie weken, op straat. Alle bewijzen en feiten (ook als die marteling, verkrachting of trauma’s betreffen) moeten in de eerste paar dagen van die periode, tijdens de gehoorfase, worden ingebracht. Als dit later gebeurt, dan gelden ze niet als nieuw bewijsmateriaal. Dit is voor veel vluchtelingen een onhaalbare eis.

De neerwaartse spiraal van Schengen is nog niet ten einde. Doordat de lidstaten elkaar navolgen in het aanscherpen van de wetten, fluctueert het aantal asielzoekers per land, terwijl het totale aantal vluchtelingen naar Europa constant blijft. In hoog tempo wordt het merendeel van deze mensen geďllegaliseerd. Wij bezinnen ons nu hoe de hulpverlening moet veranderen om de toekomst nog aan te kunnen.

 

 
1989

Inhoud

‘Spreken is zilver …’

In vogelvlucht geeft Gerard de geschiedenis weer van de Nederlandse taallessen.

1987

Het vluchtelingenbeleid verslechtert. Er ontstaat protest. Een groep mensen richt het Steunpunt Vluchtelingen De Pijp op. In het Buurthuis De Pijp houden ze spreekuur. De klanten zijn ‘ voorlopig uitgeprocedeerden’.

Hoe houden ze het hoofd boven water? Je vindt klussen die wat betalen. Maar….. dan moet je wel of Engels of Nederlands spreken.

Nelly en Ellie starten lessen Nederlands. Het Buurthuis leent een bovenzaaltje uit. Lesboeken van ‘ Spreken is zilver’ worden gekopieerd. Aangepast aan Amsterdam. Tussen de lessen door praten cursisten met iemand van het Steunpuntteam.

1989

De lessen raken meer bekend. Een coördinator stuurt het Stadsdeel de Pijp een aanvraag om subsidie. Daarmee kopen de docenten met een extra bedrag de Methode IJsbreker.

Het aantal groepen neemt toe. De jacht op docenten stuurt de coördinator naar hogescholen en universiteiten. Op de faculteit sociale geografie weten student-docenten, als ze opgeslokt worden door de studie, goeie vervangers te vinden.

Er zijn telkens terugkerende problemen. Het niveauverschil tussen cursisten is soms bijna te groot. Van analfabeten uit China tot vloeiend Engels sprekenden uit Iran, iedereen is welkom. Ook is het verloop erg groot onder de cursisten. Niet iedereen kan het hoge tempo volgen. Veel van hen zitten volop in een verwerkingsproces.

In het begin kon iedereen op elk moment in stappen maar later experimenteren we, om meer structuur in de lessen te brengen, met vier keer per jaar aannemen.

2000

Steeds meer mensen melden zich spontaan als docent. Het inwerken kan daardoor degelijker: lesmateriaal leren kennen. Lessen bijwonen. En deels geven. En dan aan de slag! We nemen het grote woord ‘ kwaliteitsverbetering’ in de mond.

2003

Op twee locaties krijgen ongeveer honderd mensen in zes groepen les. Nieuwe tests maken het mogelijk hen effectiever in te delen. Andere methoden helpen de cursisten de opdrachten beter te begrijpen.

Ja, we doen ook aan inburgeren: aan het begin van de lessen praten we over onderwerpen die in Nederland spelen. Een kosteloze krant gebruiken we ook daarvoor.

Onder groot plezier trekken de mensen op het Sinterklaasfeest hun schoen uit. Vinden er later een chocoladeletter in. ‘Dag Sinterklaasje dag …”klinkt het uit de kelen van dertig nationaliteiten.

Tijdens de disco komt de omkering aan bod: Zuid-Amerikaanse muziek wedijvert met Turkse en Marokkaanse melodieën.

Het is nu nog meer nodig om uitgeprocedeerde asielzoekers talig te maken. Vadertje Staat zet je immers na een afwijzing onherroepelijk op straat.

Nog steeds is de Nederlandse taal nodig om je meer kansen tot (over)leven te geven.

 
1990

Inhoud

Vluchteling Vervolgd

Januari 2002, het jaar begint slecht. Wat niemand voor mogelijk had gehouden staat toch op het punt te gebeuren. In Amsterdam zal een vergeten groep vluchtelingen op straat gezet worden: 45 uitgeprocedeerden, die huizen van de zogenaamde Regeling Opvang Asielzoekers (ROA) bewonen .

Het gaat om vluchtelingen uit Irak, Somalië, Ethiopië, Angola, die gemiddeld 4 ŕ 5 jaar in Nederland zijn (met uitschieters van 10 jaar!). Ze zijn reeds lang uitgeprocedeerd, maar nooit uitgezet, hoofdzakelijk vanwege technische obstakels. Jarenlang heeft de gemeente deze groep niet durven ontruimen, omdat deze mensen - waaronder ook vrouwen, kinderen, zieken en ouderen - dan gedoemd zouden zijn om zonder geld op straat te leven. Ze hebben een oproep gekregen de woning vóór 28 januari te verlaten. Ze kunnen dat niet, ze hebben geen alternatief.

Vluchtelingenorganisaties kunnen dit niet laten gebeuren. In samenwerking met advocaat Frank van Haren en de fractie Amsterdam Anders/De Groenen wordt de gemeenteraad om opheldering gevraagd. Burgemeester Cohen stelt dat het om een landelijke maatregel gaat, die hij niet kan en niet wil veranderen. Na aandringen van de Commissie Algemene Zaken voegt hij een uitzonderingsclausule toe voor schrijnende gevallen.

Op 10 december, bij een temperatuur van –10°C, wordt een Iraniër door de politie uit zijn ROA-woning gehaald. (Wordt vervolgd … )

In de eerste week van mei 1989 vinden er identiteitscontroles plaats in de Kalverstraat. Agenten in burger, op zoek naar illegalen, houden stelselmatig mensen aan.

Dit nieuws brengt grote verontwaardiging teweeg op de burelen van het ASKV. Een razzia-groepje wordt opgericht. Dat waarschuwt in een nieuwe folder de vluchtelingen voor deze politiecontroles en wijst hen tevens op hun rechten. Ook worden er tips gegeven hoe je veilig te bewegen door Amsterdam: niet zwartrijden in de tram, wel stoppen voor rood licht….

Omdat de invallen in huizen waar afgewezen vluchtelingen verblijven hand over hand toenemen, wordt de ‘Werkgroep tegen Politie-invallen’ opgericht. In mei 1990 presenteert deze de brochure ‘Vluchteling Vervolgd’. Die bevat, naast een gedegen onderzoek naar de gedragingen van de vreemdelingenpolitie, het beleid van de gemeente en de landelijke overheid, ook de persoonlijke verhalen van een aantal vluchtelingen.

In het voorwoord lezen we: “Wij hopen dat meer openbaarheid in deze zal bijdragen tot ingrijpende veranderingen met betrekking tot de positie van vluchtelingen. Om te beginnen wordt het de hoogste tijd dat er in Amsterdam een veilige plek aan vluchtelingen geboden wordt.”

1991

Inhoud

Samenwerken PIV & SG

Als kleine vluchtelingenorganisatie zag het ASKV altijd de noodzaak in van samenwerking met andere organisaties.

Uit de notulen van 17 oktober 1989: “ (…) Wij stellen ons ten doel om samen te werken met groepen en mensen die zich met dezelfde problemen bezighouden, (…). Enerzijds proberen we de politieke ideeën van die groepen te bekritiseren en te radikaliseren, anderzijds willen we ten allen tijde praktisch en konkreet te werk gaan, ons nooit verliezen in links-christelijk humanisme of in politiek abstrakt geleuter. (...) Een radikale analyse betekent niet een radikale praktijk: tussen analyse en praktijk zit geduldig en noest opbouwwerk, dat zeker onder de huidige omstandigheden jaren in beslag kan nemen voordat het vruchten afwerpt.”

Begonnen als platform voor lokale buurtsteunpunten voor vluchtelingen legt het ASKV in 1991 de basis voor het landelijke Platform voor Illegale vluchtelingen (PIV). Dit vormt een aanvulling op het al bestaande Platvorm Migranten Zonder Verblijfsvergunning waarin een 50-tal vluchtelingenorganisaties zitting had. Door de enorme omvang en de onderlinge verschillen in ideologie kon het PMZV niet altijd even snel op de actualiteit reageren. Deze taak zou het PIV voortaan op zich nemen.

In het PIV waren allerlei gezindten vertegenwoordigd: Missionair Centrum, Hervormde Diaconie, Netwerk Religieuzen, Pauluskerk, Fabel van de Illegaal, Steunpunt Illegalen Utrecht, Vluchtelingen Onder Dak, Vluchtelingen in de Knel en Prime. Het ASKV vormde het secretariaat. Tot de grote verdiensten van het PIV kan worden gerekend dat het de ontwikkelingen in het vluchtelingenbeleid in de gaten hield en daar stelselmatig actie op voerde, of dat nu was bij de aanmeldcentra of de gevangenissen, in politiek Den Haag of in de media. Ook werd er een begin gemaakt met een internationaal netwerk, dat later zou uitmonden in het PICUM. (zie 1995).Rond 1999 kwam de klad er in. Het radicale actieplatform was tot praatclub verworden. Er waren geen initiatieven meer en het aantal deelnemers liep sterk terug. Besloten werd het PIV een slapend bestaan te gunnen.

Ondertussen groeide een nieuw samenwerkingsverband, onder de naam ‘ Geen mens is illegaal’. Dit houdt zich tot op heden vooral bezig met het legaliseren van de witte illegalen.

Met de invoering van de nieuwe vreemdelingenwet 2000 werd de noodzaak tot samenwerking opnieuw urgent. De partners uit het PIV- tijdperk werden benaderd om, samen met nieuwe groepen, onder de naam van ‘Samenwerkende Groepen’ (SG) actie te voeren tegen de nieuwe kabinetsplannen, en met name tegen het op straat zetten van vluchtelingen. Een bont scala van religieus, maatschappelijk, multicultureel, politiek en radicaal georiënteerde hervond zich en blijft tegenwicht bieden aan de verharding van het vreemdelingenbeleid.

 

1992

Inhoud

Van Schipholwetje tot Bijlmer(grens)bajes

Kon in 1992 iemand vermoeden dat in 2002 kinderen die uit landen als Somalië, Iran en Angola gevlucht zijn, opgesloten zouden worden in Kamp Vught? Dat er voorgesteld zou worden om ze speciale kleuren te laten dragen, al naar gelang hun uitzetting dichterbij komt.

Eind jaren tachtig oordeelde de Raad van State het onrechtmatig om asielzoekers op te sluiten in een loods op Schiphol. Om dit vonnis te kunnen omzeilen werd in december 1988 het beruchte Schiphol-wetje door de Eerste en Tweede Kamer gejast. Dit artikel 7a Vw had vérstrekkende gevolgen . Actievoerders uit die tijd zagen de bui al hangen. Nu het rechtmatig was geworden dat justitie asielzoekers langdurig vasthield zonder dat er een strafbaar feit was gepleegd, lag de weg open naar een rappe uitbreiding van de vreemdelingendetentie . Bij de bespreking van het noodwetje werden enkele ASKV-ers, toen ze hun misgenoegen hierover uitten, door de sterke arm van de publieke tribune verwijderd.

In de jaren erna werd gestudeerd op een moderne, gesloten inrichting in de Bijlmer, die het erbarmelijke detentiecentrum op Schiphol moest gaan vervangen.

In april 1992 opende het Grenshospitium zijn deuren. Deze nieuwe vreemdelingengevangenis, ook wel de Bullebak genoemd, riep al direct op grote schaal verzet op. Zo’n 500 mensen van diverse organisaties betoogden luidruchtig tegen de nieuwe vorm van opsluiting. De massaal aanwezige politie greep bij die gelegenheid hard in.

Dat dit hospitium met de gastvrijheid die het woord suggereert niets te maken had, werd al gauw duidelijk. Op 23 april, nog geen drie weken na de opening, overleed de zwangere Jojo Muluta uit Zaďre in haar cel, na acht dagen een adequate medische verzorging te hebben ontbeerd. Staatssecretaris Kosto werd fijntjes herinnerd aan zijn eerdere statement dat ”illegalen dienen te verdwijnen”. De Steungroep Zaďrese Vluchtelingen (SZV) en het Autonoom Centrum (AC) spanden zich in om de gang van zaken rond de dood van mevrouw Mulata te onderzoeken. Dit leidde uiteindelijk tot Kamervragen.

De jaren die op dit drama volgden lieten een aaneenschakeling zien van mishandeling en eenzame opsluiting, van hongerstakingen en zelfverwonding. In een poging het tij te keren werden er talrijke zwaai- en publiciteitsacties georganiseerd, waarvan de slotmanifestatie van de “Karavaan voor Vrijheid” in juni 1993 een goed voorbeeld is. Het bracht justitie niet op andere gedachten.

Als vluchteling kom je Nederland in, als misdadiger wordt je er weer uit gezet.

In maart 2001 werden de grensgevangenen overgebracht naar de met betonnen muren omringde Bijlmerbajes. Daar deed zich het feit voor dat enkele bewaarders weigerden om deze onschuldigen te bewaken. Met succes deden zij een beroep op de Wet Gewetensbezwaarden. Steeds meer geldt: je komt hier als vluchteling, ze noemen je illegaal en je wordt uitgezet als crimineel.

En toch … in juni 1992 nam Van Thijn in het Parool afstand van de voorstellen van minister Kok om het aantal uitzettingen op te voeren. "Wat zijn bijvoorbeeld illegalen?" "Dat is de man die hier acht jaar geleden terecht kwam met een toeristenvisum en nu in een restaurant werkt of een kantoor schoonmaakt. (…). Ook hoofdcommissaris Nordholt liet zich in die zin uit: "Want hoe illegaal is de Nederlandse illegaal eigenlijk? Ze draaien volop mee in het arbeidsproces, (…). Het is toch hypocriet om net te doen alsof dat niet zo is."

 
1993

Inhoud

Karavaan tegen vrijheidsbeperking

In de maanden januari tot en met juni 1993 werd er door het Platform Illegale Vluchtelingen een actie- en publiciteits-karavaan gehouden langs diverse steden waar OC’s en grensgevangenissen (Schutterswei en Bullebak) gevestigd zijn. Met als doel een krachtig protest te leveren tegen het afsluiten van de grenzen van Europa en vrijheidsbeperkende maatregelen voor vluchtelingen.

 

 
1994

Inhoud

Herdenken doordenken en ingrijpen

Korte rede, uitgesproken namens het PIV, tijdens de herdenking van de Februaristaking 1994.

De Februaristaking herdenken is meer dan een ritueel. Het is niet alleen zeggen dat dat nooit meer mag gebeuren, het vraagt ook om waakzaamheid en bewustzijn. En dat bewustzijn zegt ons, dat wat toen gebeurde, op dit moment opnieuw plaats vindt.

Drieënvijftig jaar na de Februaristaking zijn er van de generatie die haar hebben meegemaakt, steeds minder mensen over. Weinigen kunnen er ons nog uit eigen ervaring over vertellen.

De geschiedenis herhaalt zich niet letterlijk, maar we zien in het heden verontrustende parallellen met het verleden. De omstandigheden zijn anders, er zijn andere mensen in het geding, er zijn andere ideologische systemen, maar toch, hetzelfde speelt zich opnieuw af.

Wij, twintigers, dertigers en veertigers, kunnen en moeten leren van de geschiedenis.

Herdenken en doordenken.

Herdenken en ingrijpen

In 1938 ging de Nederlandse grens dicht voor vluchtelingen uit Duitsland.

Joden, links-revolutionairen, communisten en intellectuelen, op de vlucht voor het fascistische geweld, waren niet langer welkom op ons grondgebied

De Nederlandse regering zag niet langer reden om ze bescherming te bieden. Nederland was vol, ook toen al.

De Duitse bezetter, die hier de stadhuizen overnam, trof niet alleen een groot loyaal ambtenarenapparaat aan, maar ook een perfect registratiesysteem.

De Italiaanse schrijver Primo Levi stelde zich na zijn kampervaringen nog maar één vraag: Is dit een Mens? Waarom ontmenselijkt De Mens zichzelf?

Stelt u zich dan een vluchteling voor uit Zaďre, Sri Lanka, Koerdistan of voormalig Joegoslavië, in het Nederland van vandaag. Hij of zij wordt niet alleen geconfronteerd met de bruine onderbuik van Europa, maar ook met een ambtenarenapparaat dat registreert en categoriseert. Een apparaat waarbinnen wantrouwen en afwerendheid de norm is en dat in de rug gedekt wordt door politieke partijen zonder historisch bewustzijn..

Herdenken en doordenken

Herdenken en ingrijpen

Het actuele gevaar van vreemdelingenangst en vreemdelingenhaat is de invloed ervan op de politieke moraal.

De jood en de zigeuner van gisteren in het Nederland van toen, ze waren in dezelfde positie als de vluchtelingen, die op dit moment onder ons zijn.

Dit is de reden dat we herdenken.

Dit is de reden waarom we moeten ingrijpen.

Opdat we niet over vijftig jaar hier staan om de geschiedenis van morgen te herdenken.

Amsterdam, 25 februari 1994.

 

 
1995

Inhoud

Van euro-PMZV tot PICUM

Toen ik in 1997 naar mijn eerste euro-PMVZ-vergadering in Brussel reisde wist ik niet wat ik kon verwachten.

Het ASKV was als partner in een Europees project gestapt. Ik ontmoette een klein groepje enthousiaste, aardige en ondernemende mensen uit Nederland (Raad van kerken en Missionair Centrum), België (Steunpunt Mensen Zonder Papieren) en Duitsland (Fluchtlingsrat Nordrhein-Westfalen en Kein Mensch ist Illegal). Doel van het project was de oprichting van een Europees platform van NGO’s dat zich sterk zou maken voor de sociale basisrechten van illegalen door het vergaren en uitwisselen van kennis en door eigen onderzoek. We begonnen met een intern onderzoek naar de situatie in theorie en praktijk in de drie landen met betrekking tot onderwijs, gezondheidszorg, rechtsbijstand, huisvesting en recht op familieleven. Hierbij stuitten we al direct op een culturele barričre. De Duitsers hadden alle vragen ingevuld op vluchtelingen mit Duldung (een gedoogstatus), omdat ze veronderstelden dat illegalen geen rechten hadden. Dit idee is een belangrijk misverstand, dat we in ons PICUM-bestaan nog regelmatig zouden tegenkomen. Nadat we dit probleem opgehelderd hadden werd de informatie gebundeld en, aangezien ik er een roze kaftje omheen had gedaan, betiteld tot ‘The Pink Document’. Hierdoor kregen we eindelijk inzicht in de knelpunten die er waren in de verschillende landen. Duitsland was inderdaad wel het ergst. Tegelijkertijd werd duidelijk dat het erg belangrijk en noodzakelijk was om door te gaan met ons werk.

Op dat moment veranderden we onze naam van euro-PMZV (Platform Migranten Zonder Verblijfsvergunning) naar PICUM (Platform for International Cooperation on Undocumented Migrants). We wilden een bureau oprichten in Brussel, maar welke rechtsvorm moest het krijgen? En hoe kwamen we aan de financiële middelen, oftewel, hoe verkoop je een goed idee? Vier Nederlandse fondsen waren als eerste bereid ons te steunen, daarna volgde België. Duitsland was minder toeschietelijk.

In november 2000 was de stichting een feit. 

In maart 2001 organiseerden we een seminar rond de toegankelijkheid van de gezondheidszorg voor illegalen. Op dit moment werken we aan de afronding van ons project ”Book of Solidarity” (BOS), dat wordt gefinancierd door de Europese Commissie. Het wil een beeld geven van de solidariteit met vluchtelingen in de diverse Europese landen.

Het PICUM is sinds haar oprichting sterk uitgebreid en telt nu zo’n tachtig leden. We hopen binnenkort ook de zuidelijke landen bij het platform te betrekken. Er staan er nieuwe projecten op stapel over documentatie, gezondheidszorg, huisvesting en arbeid, waarbij academici worden betrokken. Het secretariaat wordt her en der in Europa om voordrachten gevraagd. De officiële PICUM-standpunten over diverse actuele thema’s krijgen veel aandacht.

Ik zat laatst in de trein terug van Brussel naar Amsterdam en bedacht dat we in betrekkelijk korte tijd sterk zijn gegroeid en dat we daar best trots op kunnen zijn.

Meer info is te vinden op www.picum.org.

 

 
1996

Inhoud

14 maanden kerkasiel voor Zaďrezen
VOORGESCHIEDENIS 
Zaďrese asielzoekers zijn in september 1995 uitgezet naar hun land. De Solidariteitsgroep Zaďrese Vluchtelingen (SZV) ondernam actie. Het Ministerie van Justitie gedoogde Zaďrezen niet langer. Het ASKV zei medewerking toe aan het SZV.
 
START EN ORGANISATIE
Het SZV bereidde een kerkasiel voor. Ze selecteerde twaalf mensen. Daarna praatte SZV met de dominee van de Oranjekerk. De kerkenraad ging unaniem akkoord met medewerking.
Een medewerker, lid van de kerkenraad, schreef een draaiboek voor het kerkasiel. Mensen uit de kerken, kraakbeweging, vluchtelingenwerkgroepen raakten als ‘surveillanten’ betrokken. 
 
Het kerkasiel ging voornamelijk voor:
Het ‘driejarenbeleid’ dat ook diende toegepast te worden op Zaďrezen. Het doel was om via een publieke actie een verandering van het regeringsbeleid te bereiken.
 
PUBLICITEIT EN MEDEWERKING
De organisaties bereikten de media met persconferenties en persberichten. In nieuwsbrieven is de hele actie weergegeven. De zes ‘evenementen’ trokken veel publiek. De onbetrouwbaarheid van individuele ambtsberichten, een forum over het driejarenbeleid e.d. kwamen aan de orde. Ook publiceerden de organisaties documenten over het driejarenbeleid.
De gerichte aandacht leverde vele krantenartikelen op. Die vergrootten de belangstelling voor Zaďrese asielzoekers. Vluchtelingenspecialisten van PvdA en D66 stelden Kamervragen. Veel radio- en televisiezenders brachten het asiel in hun programma’s.
 
VONNISSEN
Drie vonnissen hebben het driejarenbeleid een andere richting gegeven.
De overheid had een ‘extern technisch obstakel’ aangevoerd als oorzaak om geen driejarenbeleid toe te passen op Zaďrezen. Er kon niet op Kinshasa gevlogen kon worden. Rechters gebruikten bij hun beslissingen documentatie van het kerkasiel. Uiteindelijk stelde het Gerechtshof te Den Haag de Staat in het ongelijk.
 
DE KERKEN
De kerken hebben de discussie over kerkasiel vanaf 1993 gevoerd De ‘kerk-asielestafette’ van telkens zes weken begon in de Oranjekerk. De Nassaukerk, Keizersgrachtkerk, Jacobuskapel, Gasthuisgemeente, Vrijburg, RK kerk O.L. Vrouwe, Koningin van de Vrede, alle te Amsterdam en de Hogeweykerk in Weesp zetten de estafette voort.
 
DE IND
Gesprekken op verzoek van de IND om een ‘oplossing’ te vinden, liepen op niets uit.
 
EVALUATIE
Dankzij de rechterlijke macht is het driejarenbeleid ook op Zaďrezen toegepast. De overige eisen zijn minder verwezenlijkt.
Samengevat: De Rijksoverheid heeft haar vreemdelingenbeleid niet gewijzigd onder invloed van het kerkasiel. De rechterlijke macht wel.

1997

Inhoud

SKIA IRAANS KERKASIEL

Op 15 juni 1997 start het kerkasiel voor enkele uitgeprocedeerde Iraniers. Op 30 november kunnen zij weer terug in de asielprocedure en opvang. Vanaf 18 december 1997 kunnen ook alle andere uitgeprocedeerde Iraniërs terug in de opvang.

Het kerkasiel is georganiseerd door het SKIA (Stichting Kerkasiel Iraanse Asielzoekers), een samenwerkingsverband van negen vluchtelingenorganisaties.

In de periode dat het SKIA begint na te denken over het kerkasiel zijn er iedere maand demonstraties, hongerstakingen, of zelfmoordpogingen.

Iraniërs protesteren tegen de uitzettingen en tegen de willekeur van het beleid. Uitgeprocedeerden die naar Iran worden teruggestuurd staat immers weinig goeds te wachten. Dat kan men opmaken uit de Iraanse staatskrant Keyhan die schrijft op 9 maart 1997 over Iraanse vluchtelingen: “Onze bevolking kijkt naar jullie alsof jullie een besmettelijke ziekte zijn. Zij denken dat jullie gevaarlijker zijn dan het aidsvirus. Vanaf het moment dat jullie zijn gevlucht hebben jullie je aangesloten bij de doden”.

De eis van het kerkasiel luidt :‘Stop de uitzettingen naar Iran. De veiligheid van teruggestuurde asielzoekers is, door de slechte mensenrechtensituatie, niet gewaarborgd.

De Iraanse vluchtelingen voelen zich gesterkt door het kerkasiel. Zij hebben die steun hard nodig.

Anno 2002 is Iran veilig verklaard en volgen de uitzettingen elkaar in een gestaag tempo op.

Mijn gedicht
 
De mond gesnoerd
Er wordt op je geloerd
Leven met angst, pijn, verdriet
Mensen achter laten waarvan je houdt
Die je misschien nooit meer ziet
Wordt daar wel eens aan gedacht
Nederland, slaap zacht!
 
Soms hoor je zeggen
Laat ze teruggaan naar hun land
Want daar is echt niets aan de hand
‘t is ver van ons bed, en
‘t wordt hier te vol
Wat wordt van ons verwacht?!
Nederland, slaap zacht!
 
Gastvrijheid, solidariteit
De mond stroomt er van over
Maar, komt ‘t het erop aan
Je laat ze in de kou staan
En in de krant leest men
De regering heeft getracht …
Nederland, slaap zacht
 
In 1960, je haalde ze binnen
Met duizenden tegelijk
Nu 1997, ben je ze liever kwijt dan rijk
Moffelt ze de grens over in de nacht
Nederland, slaap zacht!
 
Hou je poorten open
Ontneem geen enkel mens zijn recht
Hier te leven in vrijheid
Want pas dan kan worden gezegd:
Nederland, slaap zacht!

Ali Papa, De Duif, Amsterdam

 
1998

Inhoud

ROEPEN IN DE WOESTIJN

Eind 1997, terwijl er in Algerije duizenden mensen worden afgeslacht en niemand meer lijkt te weten wie hiervoor precies verantwoordelijk zijn, probeert de Nederlandse overheid de terugkeer van uitgeprocedeerde Algerijnse vluchtelingen op gang te brengen.

Een groep Algerijnen protesteert hiertegen, maar omdat dit protest niet de aandacht van de media trekt, wordt een beroep gedaan op het ASKV om mee te denken. Als tijdens de Ramadan van begin 1998 het geweld in Algerije weer enorm oplaait, besluiten we gezamenlijk, onder het motto “Roepen in de Woestijn”, de situatie van uitgeprocedeerde Algerijnen opnieuw voor het voetlicht te brengen. Veel aandacht van de media dit keer. In dezelfde periode verschijnt een bericht in de pers, dat een door Engeland teruggestuurde Algerijn vermoord is. Ook de rechterlijke macht begint nu vragen te stellen over de veiligheid van terugkeer naar Algerije. Een aantal rechtbanken legt de kwestie voor aan de Rechtseenheidskamer (REK), die zich er in het voorjaar over buigt. Dan presenteert de landsadvocaat twee A4-tjes die, naar eigen zeggen, alle informatie bevatten om tot een gefundeerd oordeel over de veiligheid ter plaatse te komen. Sommigen van ons brengen deze bondigheid in verband met het feit dat de Nederlandse ambassade in Algiers om veiligheidsredenen gesloten is. De REK neemt er geen genoegen mee en eist een ambtsbericht. Tja, dat kan volgens de landsadvocaat wel drie weken gaan duren. Het zomerreces nadert en er is nog steeds geen ambtsbericht. Deze onzekere situatie duurt maar voort en je ziet dat het wachten langzamerhand ondraaglijk wordt.

Op een ochtend gaan we daarom naar het gebouw van de Tweede Kamer en brengen de situatie van de Algerijnse vluchtelingen onder de aandacht. De parlementsleden krijgen van ons ‘vergeet-hen-nietjes’ aangeboden, met uiteraard een brief waarin we onze bezorgdheid uitdrukken.

Na de zomer komt eindelijk het langverwachte ambtsbericht. Dat lijkt echter vooral bedoeld om het terugsturen van de afgewezen vluchtelingen te rechtvaardigen. Samen met een Algerijnse zelforganisatie stellen we een rapport op, waarin we trachten dit ambtsbericht tot in detail te weerleggen. We baseren ons daarbij op verschillende mensenrechtenrapporten, maar ook nodigen we een aantal experts uit. Ondanks ons rapport, en de sterke inhoudelijke overeenkomst ervan met het rapport van Amnesty International, wordt Algerije eind 1998 veilig verklaard.

Inmiddels hebben nog andere zelforganisaties zich bij ons aangesloten. Uiteraard is er, voorafgaand aan de campagne, uitgebreid stil gestaan bij het wespennest van de Algerijnse politiek. Iedereen kan zich er aanvankelijk in vinden dat er op geen enkele manier Algerijnse politieke doelen nagestreefd zullen worden. Toch blijkt gaandeweg dat de diverse groeperingen zich moeilijk kunnen onttrekken aan hun drang tot profilering, hetgeen nogal eens tot escalatie leidt.

Uiteindelijk wordt die situatie onwerkbaar. Het ASKV besluit de campagne in afgeslankte vorm voort te zetten en die te beperken tot het verzamelen en verspreiden van informatie. Zo ontstaat er een schat aan jurisprudentie over het driejarenbeleid voor Algerijnen, met behulp waarvan we nog een aantal zaken voor individuele vluchtelingen hebben weten te winnen.

 

 
1999

Inhoud

“… in de toekomst geen hulp meer ”

Op 19 juni 1999 wordt op initiatief van het ASKV en het Autonoom Centrum in De Nieuwe Stad in de Bijlmermeer een overleg georganiseerd voor Amsterdamse organisaties die zich inzetten voor illegalen, vluchtelingen en migranten. Het thema is: “Hoe de toenemende druk op de hulpverlening om te zetten in politieke pressie?” De gedachte hierbij is dat wanneer het vreemdelingenbeleid niet omgebogen wordt, er in de toekomst geen hulp meer te verlenen is.

De hoge opkomst geeft aan dat er iets grondig mis is.

Aanwezig zijn, globaal gesteld, twee soorten organisaties. Sommige functioneren als een verlengstuk van de overheid en trachten de meest wrange gevolgen van het beleid wat te verzachten. Van andere kun je de hulpverlening juist opvatten als een ondermijning van dat overheidsbeleid: door met uitzetting bedreigde mensen op te vangen pleeg je een daad van politiek verzet.

Vanuit welke visie men ook werkt, het feit blijft dat de druk op de hulpverlening enorm is toegenomen. Groepen worstelen hiermee. Sommige willen geen verlengstuk van de overheid meer zijn en stoppen met hulpverlening om zich geheel op het actievoeren te concentreren. Andere willen juist de schrijnende zaken die zich op het spreekuur aandienen gebruiken om hun protesten kracht bij te zetten.

Naast de algemene algehele verharding van het vreemdelingenbeleid staat de Koppelingswet als grote boosdoener bovenaan. Zonder papieren geen medische zorg, huisvesting, huwelijk en werk.

Het gebrek aan medische zorg is het meest schrijnende uitvloeisel op dit moment. Dit gaat alle organisaties aan het hart.

Koppelingswet als grote boosdoener

Om het niet alleen bij een goed bedoelde gedachtewisseling te houden wordt er een speerpunt gekozen voor verdere actie: het oprichten van een medische groep. Haar taken zijn het signaleren en oplossen van problemen bij het doorverwijzen van mensen zonder papieren naar de medische zorg.

De overheid heeft het Koppelingsfonds ingesteld om medisch noodzakelijke kosten voor mensen zonder verblijfsvergunning te vergoeden. Maar omdat hierover nauwelijks informatie aan zorgverleners is gegeven, functioneert het fonds in de praktijk zeer slecht. Door stelselmatig in gesprek te gaan met apothekers, tandartsen en huisartsen is hier anno 2002 een verbetering in opgetreden.

Er komen ook mensen met chronische ziekten op straat te staan. Suikerziekte, allergieën en trauma’s zijn in de ogen van de overheid geen redenen voor opvang. Ze blijft blind voor de werkelijkheid. Bovendien neemt ze een dubbelzinnig standpunt in door enerzijds te roepen: ”Biedt geen hulp, maar help ze terugkeren.”, en op een andere moment te beweren dat van een noodsituatie geen sprake is, “want deze mensen worden toch wel opgevangen door de particuliere organisaties”. In deze onwezenlijke situatie blijft het, of je nu besluit met hulpverlenen door te gaan of niet, van het grootste belang te protesteren.

 

 
2000

Inhoud

Lobbyen en leuren voor een plek

Amsterdam. Welbekend als de stad waar het uitzonderlijk moeilijk is om woonruimte te vinden. Studenten die de gekste stunts uithalen om maar een kamer te bemachtigen, gezinnen op een twee-kamerwoning, jarenlange wachtlijsten. Geen mens kijkt er van op.

En uitgerekend in deze stad moet het ASKV woonruimte zoeken voor haar cliënten. Let wel, mensen met weinig tot geen inkomen, mensen zonder verblijfsvergunning, zonder opgebouwde inschrijftijd, zonder woonrechten. Geen makkelijke opgave. Lobbyen en leuren, dat zijn toch eigenlijk de twee sleutelwoorden voor het onderbrengen van onze cliënten. Lobbyen met woongroepen, stadsdelen en woningbouwverenigingen. Leuren bij daklozeninstellingen, opvanghuizen en soms zelfs de gemeente.

Beschikt het ASKV in de loop van de jaren over vele slooppanden, eind jaren negentig verschuift dit naar tijdelijke verhuur in verband met renovatie. Waar we in eerste instantie partner zijn van het gemeentelijk grondbedrijf, zitten we later bij de geprivatiseerde woningbouwvereniging om de tafel. Als stichting worden de huizen gehuurd, het ASKV brengt er vervolgens de mensen in onder. Een groot verschil is hierbij dat de slooppanden voor een geringe vergoeding in gebruik werden gegeven. Bij de tijdelijke huurovereenkomsten met de verschillende woningbouwverenigingen moet de volle mep worden betaald, een behoorlijke aanslag op ons huisvestingspotje. Het HAP (huizen adoptie project) wordt in het leven geroepen. Zo werven we donateurs voor de huur en de vaste lasten. Daarnaast lopen we huisvergaderingen af bij woongroepen en kraakpanden, in de hoop een kamer te bemachtigen voor een cliënt. In uitzonderlijke gevallen trekken we bij de gemeente aan de bel. ‘Onder de pet’ is het soms mogelijk iets te regelen.

Mettertijd is het niet makkelijker geworden. Door de toename van cliënten en het schaarser worden van plekken zijn we sinds het jaar 2000 genoodzaakt om de woonduur te beperken. Alleen bij bijzondere omstandigheden kan de opvang langer dan 6 maanden duren. Ook het ASKV zal moeten wennen aan het op straat zetten van mensen: de middelen zijn er niet om iedereen te helpen.

Wel wordt er om de tafel gezeten met andere instellingen in Amsterdam, die zich verenigd hebben in de Werkgroep Perspectief Asielzoekers. Er is een gezamenlijke subsidieaanvraag ingediend, die ook is gehonoreerd. Sindsdien is het mogelijk om een beperkt aantal cliënten bij een opvangorganisatie onder te brengen en daarvan achteraf de kosten bij de gemeente te declareren. Vooralsnog.

 

2001

Inhoud

Vluchtelingen zet je niet op straat!

In 2001 gaven we een vervolg aan de manifestatie ‘Geen verscherping vreemdelingenbeleid’ In hetzelfde samenwerkingsverband als een jaar eerder organiseerden we met de inwerkingtreding van de nieuwe vreemdelingenwet een buscampagne met de eis: “Opvang voor vluchtelingen!”.

In de week van 2 april deden we met een bus vluchtelingen en hulpverleners van verschillende organisaties een groot aantal gemeenten en politieke partijen aan. We vroegen de gemeenten een petitie te ondertekenen waarin ze hun bezorgdheid uitspraken over de gevolgen van het op-straat-zet-beleid. De reacties spraken duidelijke taal; Burgemeester Bandell van Dordrecht: “Je kunt in een normaal land toch niet met droge ogen zeggen: Zoek het maar uit? Als we dat soort dingen in Nederland niet meer gek vinden moeten we eens grondig gewetensonderzoek doen”. En wethouder Eigeman uit Den Bosch: De nieuwe Vreemdelingenwet is middeleeuws.”

In de tweede helft van de week bezochten we de landelijke politiek met een verzoek om onderdak. Hiermee symboliserend wat zich dagelijks binnen onze organisaties afspeelt en om duidelijk te maken dat er een oplossing van hún kant moet komen! Marjan van Bijsterveldt, voorzitster CDA Vrouwenberaad bleek bereid een echtpaar een nacht opvang te geven. Ook de twee PvdA-Kamerleden Dhr. Hendriks en Mevr. Belinfante gaven een signaal af door een nacht opvang te bieden. Tevens konden we rekenen op de steun van GroenLinks en de SP.

Op maandag 9 april sloten we de week af met een gesprek met staatssecretaris Kalsbeek. We overhandigden haar een zwartboek met o.a. een verslag van de week, de ondertekende petities, de verhalen van de vluchtelingen en natuurlijk onze bezwaren tegen de nieuwe vreemdelingenwet nog eens op een rijtje. Haar reactie was weinig hoopvol. Wel was ze van mening dat we vooral door moesten gaan met onze inzet om het draagvlak onder de bevolking te vergroten. Echter van de kant van de politiek moesten we zeker geen ander beleid te verwachten, liet ze ons weten. En dat heeft de politiek waargemaakt, weten we nu.

De persaandacht rondom deze actie was enorm. In minstens 20 landelijke en regionale kranten werd aandacht besteed aan de buscampagne. Daarnaast reisden diverse radio- en t.v.- reporters mee met de bus. Koppen als “Opvang is een kwestie van beschaving”, “Asielzoekers slapen bij Kamerleden”, “Burgemeester bakt eieren voor vluchtelingen”, “Situatie vluchtelingen steeds schrijnender” zijn in deze tijden een ander geluid, dat hard nodig is, en daarmee was de campagne zeker succesvol.

Rest ons te vermelden dat de opvang voor Dublin-claimanten, een van de groepen waarvoor we ons hard maakten, gelukkig weer een feit is.

 

2002

Inhoud

Wie luidt er de noodklok?

Op 3 december bezocht ik in Leiden een conferentie over de rol van de Raad van State (RvS) in het vreemdelingenrecht. Ik was, behalve voor algemene informatie, gekomen omdat ik in mijn hulpverleningspraktijk en in mijn contacten met de advocatuur ervaren had, dat nieuwe asielaanvragen, al zijn ze nog zo onderbouwd met bewijzen, haast categorisch worden afgewezen.

Er werd gesproken over formalismen, rechtstheorieën en procedures. Over marginaal of terughoudend toetsen. Indien volle inhoudelijke toetsing pas op internationaal niveau plaats vindt, blaas je dan niet het nationale systeem op? Is art.4.6 in het kader van de korte AC-procedure (waarop tachtig procent van de aanvragen stukloopt) mogelijk in strijd met het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens?

Het was een beschaafd gezelschap. De RvS was vertegenwoordigd in de persoon van de heer Lubberdink, die een keurig betoog hield. Daarna was echter het stellen van vragen of het leveren van commentaar niet toegestaan. Dit werd door iedereen geaccepteerd.. Er kwam wel wat kritiek, maar die werd geuit in zeer ingetogen juridische termen. Ook de Ombudsman wilde niet ingaan op mogelijke fouten van de RvS in haar besluitvorming. De aanwezige rechters zagen wel reden tot bezorgdheid, maar van een alarmfase was zeker geen sprake.

Daar dachten de aanwezige advocaten heel anders over. Aan hen was immers de taak om het ook in hún ogen onbegrijpelijke beleid aan hun cliënten uit te leggen. Het was dan ook een voormalig asieladvocaat, de wetenschapper Kor, die, als enige, met een menselijk voorbeeld kwam.

Hij vertelde het verhaal van de Nigeriaanse mevrouw E. Zij had aan haar (mannelijke) IND-contactambtenaar niet helder kunnen uitleggen wat haar was overkomen. Ze had het wel over de agressie van haar man en over andere vervelende dingen, maar ze huilde vooral heel veel.

Ten einde raad vroeg advocaat Kor aan een vrouwelijke medewerker van Vluchtelingenwerk om met haar te praten. Toen kwam mevrouw E. pas los, en werd duidelijk hoe getraumatiseerd ze was door de langdurige mishandelingen, de verkrachtingen en de besnijdenis die ze had moeten ondergaan. Haar verklaringen kwamen gelukkig nog net op tijd om meegenomen te kunnen worden in haar vovo/beroepszaak. En die werd gewonnen!

Maar sprookjes duren kort. Wat de hele zaal al zag aankomen werd in het vervolg van de geschiedenis bewaarheid. Mevrouw E. werd afgeserveerd, geknipt en geschoren in het beroep van de IND bij de RvS. Haar eigenlijke verhaal, hoe waar het ook mocht zijn, had ze te laat verteld en het mocht dus niet meer meegewogen worden. De IND en de RvS leefden nog lang en gelukkig.

“Waar is mevrouw E. gebleven?”, vroeg een advocaat. Afgewezen en op straat gezet waarschijnlijk, zonder mogelijkheid tot verder procederen. Of ze moet nog twee jaar wachten in een portiek, zonder middelen van bestaan, op haar beroepszaak bij het Europese Hof.

Twee duidelijke keuzes had ze. Terugkeren naar het land waar ze zo onmenselijk behandeld was, of een uiterst kwetsbaar bestaan in de illegaliteit zoeken, waar de prostitutie misschien haar enige overlevingskans is..

En zo eindigen vele mevrouwen E., en vele andere slachtoffers van dit asielbeleid, bij ons kantoor op de stoep. Wij geloven allang niet meer in sprookjes. Wij moeten leven met de harde realiteit van wanhopige mensen. We proberen wel oplossingen te vinden, maar aan het verhaal van de overheid kunnen we echt geen leuk einde meer geven. Oplossingen zijn er namelijk niet meer. Soms is terugkeer een optie, als die al uitvoerbaar is. Maar wat doe je met de getraumatiseerden, wat doe je met de mensen die niet op tijd konden bewijzen dat ze vervolgd worden?

Nederland bewondert het eigen asielbeleid vol trots als een prachtig kasteel. Helaas, het is verworden tot een krot, stap voor stap dichtgetimmerd en rijp voor de sloop. De enige vraag die mij nog rest is: wie klimt er in de toren en luidt de noodklok?!

 

 
2003

Inhoud

Het ASKV bestaat alweer 15 jaar
Valt er iets te vieren ?

Nee, we grijpen het aan om het onmenselijke asielbeleid onder de aandacht te brengen. In de maanden januari tot en met april 2003 organiseren we een aantal activiteiten: een boek 'Nee heb je, ja kan je niet krijgen', een foto tentoonstelling 'Vluchteling uit de Marge', een conferentie voor vluchtelingenorganisaties 'Van de Nood een Deugd', een debat met hulpverleners en advocaten 'Ten einde Raad', een 15-landen-maaltijd en een solidariteitsbenefiet.

Conferentie:'Van de Nood een Deugd'

Kleine vluchtelingenorganisaties hebben in de loop der jaren meer en meer de rol van de overheid overgenomen als het gaat om het opvangen van vluchtelingen. Rond dit thema willen we graag van gedachten wisselen met andere hulpverlenende organisaties.

Daarom organiseerde het ASKV op 30 januari een conferentie in Amsterdam

Het doel hiervan was het initiëren van een interne discussie binnen het landelijke netwerk over de toekomst van de hulpverlening aan uitgeprocedeerde vluchtelingen.

Tijdens deze conferentie kwamen de volgende thema’s aan de orde:

1 - Wie kunnen we nog helpen en hoe?

Het werk wordt ons meer en meer onmogelijk gemaakt. Wat kunnen en willen we nog, nu en in de toekomst? Blijft juridisch perspectief het criterium voor de hulpverlening of moeten we op zoek naar alternatieven? En hoe definieer je dan de doelgroep?

2 - Gemeentesubsidies, positief of negatief?

De overheid zet steeds meer vluchtelingen op straat. De gemeenten signaleren het probleem en subsidiëren particuliere hulporganisaties om opvang te regelen. Dit is aan de ene kant een positieve ontwikkeling, omdat daardoor meer mensen geholpen kunnen worden. Aan de andere kant zijn de opvangmogelijkheden ook met subsidies verre van toereikend. Bovendien gebruiken de gemeenten deze subsidies als excuus om vluchtelingen op straat te zetten, “want er is toch particuliere opvang” (bijvoorbeeld de ROA-woningen). Worden wij niet langzamerhand een verlengstuk van de overheid? Verliezen we niet onze onafhankelijkheid, zowel organisatorisch als inhoudelijk?

3 - Samenwerking met andere instanties

Na de invoering van de koppelingswet is de toegang tot de reguliere hulpverlening danig ingeperkt voor mensen zonder papieren. Dit terwijl door verdere aanscherping van het vreemdelingenbeleid steeds meer mensen in de problemen komen. In de praktijk merken we dat steeds meer instellingen te maken krijgen met uitgeprocedeerde vluchtelingen. Hoe kunnen we de samenwerking bevorderen?

We hebben na een korte algemene inleiding deze thema’s besproken in aparte workshops en daarna in een plenaire discussie de conclusies gevalueerd.

Aansluitend op deze conferentie waren mensen van harte uitgenodigd voor de boekpresentatie, die afgesloten werd met een receptie en een gezamenlijke multiculturele (15 landen) maaltijd. Daarnaast vertelde Geert Mak iets over migratie door de eeuwen heen. Tevens werd de fototentoonstelling officieel geopend.