Ruimte in 
de Marge
Zomer  2002

Inhoud:

Gemeente Amsterdam zet 45 vluchtelingen op straat.

- Stedelijk initiatief
- Actie Red Opvang Asielzoekers
- Landelijk protest
- Eerste uitzetting in Amsterdam

De leugen die hem nekte

Moe van bureaucratie

Welkom thuis

Uitgesloten, Buitengesloten en Opgesloten

PICUM

Interview met Pieter Muller

Globalisering en Eurotop in Brussel

Medewerker Amadou Bah

Stedelijk Meldpunt: Vluchtelingen Zonder Opvang

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

 

^

 

 

 

^

 

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

^

 

 

 

 

^

 

 

 

 

^

 

 

 

 

^

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

^

 

 

 

 

^

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

^

 

 

 

 

^

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

 

^

 

 

 

 

^

 

 

 

 

 

 

^

 

Redactioneel                         

Geachte lezer,

Het ASKV is de laatste maanden erg actief geweest. Naast het toegenomen werk voor de hulpverleners heeft ook de actiegroep het nodige werk verricht.

Hier was alle reden voor. Een jaar naar de invoering van de nieuwe vreemdelingenwet worden de effecten steeds meer zichtbaar of beter gezegd voelbaar. Waar we voor waarschuwden is nu praktijk geworden. Honderden vluchtelingen zijn al op straat gezet; met duizenden anderen dreigt dit op korte termijn te gebeuren. In talrijke dorpen en steden worden mensen die hier al jaren leven, kinderen die hier geboren zijn als ook chronisch zieken, door de overheid aan hun lot overgelaten.

De grote lijn die de politiek heeft uitgezet is erop gericht te ontmoedigen ten koste van alles, en wij dienen als doekje voor het bloeden. Om de bezorgdheid over het op straat zetten van mensen weg te nemen, worden wij als het humane gezicht van de overheid gebruikt. Mocht het anders uitkomen dan worden we op de vingers getikt met de opmerking dat wij mensen valse hoop geven. Initiatieven van VluchtelingenWerk, de Raad van Kerken, linkse politieke partijen en vele particuliere organisaties en individuen ten spijt wordt de roep om een generaal pardon voor deze mensen gesmoord. De humanitaire ramp die al ingezet is, kan leiden tot een ontwrichte samenleving.

In deze verkiezingstijd gaat het er om spannen. Krijgen we de samenleving van nieuw populistisch rechts of blijft Nederland het land van de dubieuze tolerantie?

In deze ‘Ruimte in de Marge’ besteden we ruime aandacht aan dit onderwerp.

Bovendien laten we Pieter Muller aan het woord die over de geschiedenis van het vluchtelingenbeleid en de Europese ontwikkelingen vertelt. Verder hebben we onze zeer betrokken collega Amadou geïnterviewd, over zijn ervaringen als vluchteling en medewerker van onze organisatie. De redactie is altijd verheugd als ook mensen van buiten het ASKV een bijdrage leveren. Dit keer hebben we Olivier van der Zee bereid gevonden verslag te doen van de halsstarrige houding van de Nederlandse overheid in zake het verkrijgen van een MVV (Machtiging tot Voorlopig Verblijf). Tenslotte willen wij Boukje en Nynke als hulpverleners en Els en Karlijn als actievoerders hartelijk welkom heten bij het ASKV.

Gemeente Amsterdam zet 45 vluchtelingen op straat.

De gemeente Amsterdam heeft de Hulp voor Onbehuisden (HVO) de opdracht gegeven 45 ROA-woningen te ontruimen. Deze woningen zijn jaren geleden via de HVO door de gemeente ter beschikking gesteld om asielzoekers te huisvesten. De ROA-regeling is inmiddels opgeheven maar binnen de gemeente Amsterdam wonen nog 45 mensen in een zogenaamde ROA-woning. Landelijk gaat het om ongeveer vijfduizend mensen.
Bij de groep gaat het om mensen met uiteenlopende achtergronden. Ze hebben met elkaar gemeen dat ze al geruime tijd met medeweten van de overheid in Nederland wonen. Alleen dit gegeven is naar ons idee reden genoeg deze mensen om humanitaire redenen een verblijfsvergunning te geven. Het is onaanvaardbaar mensen, die volledig ingeburgerd zijn na een verblijf van zeven, acht jaar, terug te sturen naar het land van herkomst. Hierbij komt dat de mensen niet terug kunnen keren: of het land van herkomst weigert ze, of het is te gevaarlijk.
Hier wordt momenteel volledig aan voorbijgegaan.
Ook al kan iemand niet terug keren naar het land van herkomst, wordt hij of zij op straat gezet.
Een van de mensen die uit hun huis dreigt te worden gezet is de Iraakse actrice Kwestan. Zij moet ondanks een fatwa, een religieus doodvonnis, terug naar Irak.
“In naam van Allah de barmhartige en de genadige” staat er boven de brief: “Hierbij willen we u erop
attenderen dat u niet meer in films en theaters moet optreden als acteur. Je moet terugkomen naar de zusters van onze beweging en je moet kijken naar de poort van Allah. Dit is de laatste waarschuwing. Als u het tegendeel doet, wordt u gestraft.” Getekend: de Jihad commissie van de Beweging van de Islamitische Unie Koerdistan.
Kwestan weet wat de straf inhoudt. Enige tijd eerder is een collega-acteur vermoord. Na haar vlucht naar Nederland samen met haar moeder doorliepen ze de gebruikelijke procedures. Eerst zaten de vrouwen in een asielzoekerscentrum, later toen de voorlopige verblijfsvergunning een feit was in een eigen woning. Kwestan: “Ik was zo blij om hier te zijn. In Nederland is
respect voor kunstenaars. Er is democratie. Iedereen mag hier zijn mening uiten.”
De Nederlandse regering besloot echter dat Noord-Irak veilig genoeg is en dat de vluchtelingen terug kunnen naar hun eigen land. Waarmee de voorlopige verblijfsvergunning van Kwestan wordt ingetrokken.
Ze neemt een advocaat die bezwaar aantekent. Tevergeefs.
Inmiddels is ze, zoals dat heet, uitgeprocedeerd en verstoken van alle sociale voorzieningen. Ze mag niet werken of naar school.

 

Stedelijk initiatief

Omdat het ASKV zich grote zorgen maakt over deze groep en dezelfde signalen kreeg van andere organisaties, heeft zij het initiatief genomen om hierover op stedelijk niveau overleg te plegen, zodat de verschillende acties en hulpverlening op elkaar kunnen worden afgestemd. De Werkgroep Opvang Uitgeprocedeerden (WOU), Stichting VluchtelingenWerk Amsterdam (SVA), Werkgroep Perspectief Asielzoekers (WPA), Amsterdam Anders/De Groenen (AA/DG), advocatenkantoor Hamerslag en van Haren en het Autonoom Centrum (AC) nemen aan dit overleg deel.

Een aantal stappen zijn inmiddels ondernomen. Zo heeft advocaat Van Haren een raadsadres aan de gemeenteraad geschreven. Voorafgaand aan de behandeling ervan deelde het ASKV informatie uit aan de gemeenteraadsleden om hen van de ernst van de situatie te doordringen. AA/DG vroeg om opschorting van de ontruimingen. Burgemeester Cohen wilde hier echter niets van weten en gaf aan het overheidsbeleid te willen uitvoeren. Op de vraag van een partijgenoot waar deze 45 mensen dan moesten blijven, antwoordde Cohen dat hiervoor toch de motie Yalin was aangenomen. Deze houdt in dat de kosten die organisaties maken voor huisvesting van bepaalde categorieën asielzoekers, sinds het begin van dit jaar gedeeltelijk vergoed worden. Deze organisaties zijn verenigd in het WPA. Gemakshalve was hij ‘vergeten’ dat een groot deel van de groep helemaal niet binnen de criteria past van het WPA. Dat huisvesting voor families met kinderen een groot knelpunt is en dat het WPA ook maar een tijdelijke oplossing kan bieden.

Bovendien is het hypocriet om vluchtelingen op straat te zetten en dan de commotie vervolgens te sussen met de opmerking dat het allemaal niet zo erg is omdat particuliere organisaties zich wel om hen bekommeren. Met een subsidie kan je kennelijk je geweten gewoon afkopen.

Ook is er het nodige lobby werk verricht om de Amsterdamse politieke partijen zover te krijgen dat de uitzettingen ten minste bevroren worden totdat er een landelijk besluit is genomen.

 

Actie ROA:Red Opvang Asielzoekers

Op 21 maart startte de actiegroep van het ASKV in de omgeving van het congrescentrum Felix Meritis in Amsterdam haar actie ‘ROA: Red Opvang Asielzoekers’. Binnen het gebouw vond op dat moment een verkiezings debat plaats van Nederland Bekent Kleur met als thema "Geef racisme geen kans".

Een twintigtal levensgrote poppen met verhuisdozen vormden het decor voor een confronterende publieksactie. Gasten en genodigde politici konden met eigen ogen zien wat het betekent als je als vluchteling op straat gezet bent. Ook in de zaal zaten enkele vluchteling-poppen tussen het luisterende publiek.

In het tweede gedeelte van het debat vroeg voorzitter Chris Keulemans aan de aanwezige politici wat zij voor deze groep zouden gaan doen. Unaniem waren zij van mening dat er iets moest gebeuren, niet alleen voor de ROA-vluchtelingen in Amsterdam maar voor de groep in het hele land.

Het publiek, zowel binnen als buiten, kon onze actie waarderen. Men kon zich niet voorstellen dat deze mensen zomaar in Amsterdam op straat konden worden gezet.

Om het niet bij deze ene "voorstelling" te laten is het ASKV van plan de komende tijd vaker met de vluchteling-poppen actie te voeren.

Bezoek: www.askv.nl/roa voor het laatste nieuws.

 

Landelijk protest tegen op-straat-zet-beleid

De Amsterdamse groep maakt deel uit van een landelijke groep van circa vijfduizend mensen. In heel Nederland laten groepen mensen weten dat ze het niet eens zijn met het op-straat-zet-beleid. Zij pleiten voor een generaal pardon.

In Den Haag bezetten sinds 5 april PRIME, OVIN en de Haagse Gemeenschap van Kerken samen met de zo’n dertig op straat gezette vluchtelingen het stadhuis. Deze actie wordt gesteund door Haagse organisaties als VluchtelingenWerk, GroenLinks, SP, Haagse Stadspartij, Stichting Haags Islamitisch Platform, Diaconie der Hervormde Gemeente en OKIA.

In Wageningen protesteerden op 8 april ruim 35 mensen tegen de huisuitzetting van een zieke Soedanese vluchtelinge. Dit protest werd georganiseerd door Vluchteling Onder Dak, het Kraakspreekuur Wageningen, Politiek Infocentrum, Afrikaanse Vluchtelingen en de Raad van Kerken.

VluchtelingenWerk Nederland (VWN) voert actie om voor een groep asielzoekers via een éénmalige bijzondere maatregel een verblijfsvergunning te vragen. Het gaat om mensen die hier drie jaar of langer zijn en die komen uit wat VWN noemt 'moeilijke landen', landen met burgeroorlog en ernstige mensenrechtenschendingen.

De Raad van Kerken organiseerde op zaterdag 13 april de manifestatie ‘Voor een humaan bestaan’. Waar zij een oproep voor een generaal pardon deed voor mensen die vier jaar of langer in Nederland verblijven zonder uitzicht op een oplossing. Met 1500 mensen was de opkomst enorm. Er waren veel bevlogen sprekers maar de politiek liet zich weer eens van haar slappe kant zien. Het CDA: “Niemand hoeft op straat te komen. Je keert gewoon terug naar je land.” De PvdA: “We ondersteunen de motie voor een generaal pardon niet, want we krijgen geen kamermeerderheid’ Burgemeester Deetman van Den Haag: “Ik voer alleen maar het rijksbeleid uit”.

Eerste ROA-uitzetting in Amsterdam een feit

Op 16 april was de eerste ontruiming van een ROA-woning in Amsterdam een feit. De Ethiopische vluchteling A.A. werd na zeven jaar op straat gezet. Twee medewerkers van het ASKV zagen wat dit in de praktijk betekent.

Op 7 maart oordeelde de president van de rechtbank in Amsterdam dat de Ethiopiër A.A. binnen 28 dagen zijn woning diende te verlaten. De man moest het tijdens het kort geding zonder rechtsbijstand opnemen tegen de advocaat van het HVO. Inmiddels heeft het advocatenbureau Hamerslag en Van Haren beroep aangetekend tegen het vonnis, maar dit beroep houdt geen opschortende werking in.

Om acht uur ’s ochtends kwam de politie met vier man sterk naar de woning en sommeerde A.A. zijn woning te verlaten. Na hier gehoor aan te hebben gegeven, werd hij met zijn spullen in de regen op straat gezet. De kamer werd compleet gestript, tot en met de vloerbedekking toe. De sloten van kamer en voordeur werden meteen vervangen. Enkele uren later kwam een medewerker van het HVO checken of de woning daadwerkelijk ontruimd was.

A.A. woonde vier jaar lang in een drie-kamer woning van het HVO, samen met twee andere mensen. Een van hen had de woning al eerder verlaten waardoor een kamer al ruim een jaar leegstond. Tot 16 april deelde hij de woning met iemand die een andere woning toegewezen kreeg, omdat hem een verblijfsstatus was toegekend. Het aangevoerde argument van spoedeisend belang, dat de woning ter beschikking moest komen van andere vluchtelingen, zoals de HVO aanvoerde blijkt dus niet steekhoudend te zijn.

De persoon in kwestie is de uitputting nabij.

De uitkomst van het hoger beroep moet hij buiten op straat afwachten.

 

De leugen die hem nekte

Tot voor kort dacht ik bij Kenia aan leeuwen, olifanten, Masai, bergen en grote vlaktes. Daarom leek het mij een prima land om er ooit eens op vakantie te gaan.

Ik had vaag gehoord over toenemende criminaliteit en wat onlusten, maar dat leek mij marginaal in vergelijking met de politieke situatie in andere Afrikaanse landen.

Tot ik Paul ontmoette, toen hij zich in februari op ons kantoor meldde. Ik kreeg zijn dossier via het hulpverleningsoverleg. Een Keniaan die gelogen had dat hij uit Ruanda kwam. Dat zag er direct behoorlijk hopeloos uit. Ten eerste omdat Kenia samen met bijvoorbeeld: Senegal, Gambia en Tanzania niet echt gezien wordt als een asielland, dus als je daar als asielzoeker vandaan komt, kun je het eigenlijk wel vergeten. Ten tweede omdat hij gelogen had over zijn nationaliteit en dat is bij de IND wel zo ongeveer de grootste doodzonde die je kunt begaan.

Maar ik vond zijn verhaal zo interessant dat ik besloot om hem als cliënt aan te nemen.

Hij was elf jaar lang actief geweest bij een oppositie-partij waar hij een belangrijke functie bekleedde. Ook was hij sinds 1996 werkzaam bij een NGO die zich bezighield met mensenrechten en het milieu. Wegens zijn activiteiten werd hij meerdere malen gearresteerd en gemarteld. De laatste keer was naar aanleiding van een demonstratie die hij mede had georganiseerd. Kortom, een echte politieke vluchteling uit Kenia. Wat was er misgegaan bij zijn aanvraag en waarom?

Toen Paul naar Nederland kwam, wist hij niets en kende hij niemand. Op het station liep hij een paar Ruandezen tegen het lijf aan wie hij vertelde dat hij als Keniaan asiel wilde gaan vragen. Hij werd nog net niet uitgelachen. Zij gaven hem het advies om zich uit te geven voor Ruandees omdat hij als Keniaan geen kans zou maken. Hij geloofde hen en deed wat zij zeiden omdat hij doodsbang was om te worden teruggestuurd. Dat bleek een fatale fout te zijn. Natuurlijk viel hij snel door de mand. Op dat moment gaf hij ook gelijk toe dat hij gelogen had en waarom en hij vertelde zijn eigenlijke asielverhaal. Maar de leugen die hij had verteld, verpestte alles. Zijn verhaal werd direct afgedaan als ongeloofwaardig. Hij werd vier maanden in vreemdelingenbewaring gezet en kwam daarna op straat terecht.

Pauls vrouw faxte zijn identiteitskaart en daarmee meende zijn advocate een nieuwe asielaanvraag in te kunnen dienen. Maar de IND gelooft niet in gefaxte identiteiten zodat hij opnieuw werd afgewezen.

Toen kwam hij bij ons en we (Nynke, mijn nieuwe collega, Paul en ik) zijn op zoek gegaan naar bewijzen om zijn verhaal te onderbouwen. En die vonden we ook.

Zijn originele ID-kaart, uiteindelijk per post ontvangen

Een verklaring van zijn NGO dat hij daar sinds 1996 gewerkt had en welke functie hij daar had.

De originele partijkaart waarop staat dat hij sinds 1991 lid is.

Een bewijs dat hij in 1996 in het ziekenhuis is behandeld. Hij werd er geopereerd omdat zijn stembanden waren doorgesneden bij een marteling. De dokter had toen gezegd dat hij de eerste was die hij kende die deze operatie had overleefd. Hij heeft hier ook nog een duidelijk litteken van.

Informatie over de demonstratie

Een eindeloze lijst namen van mensen die hij kent binnen zijn partij en de NGO en die voor hem kunnen getuigen.

Informatie over problemen in Kenia en zijn politieke partij.

We zijn nog bezig en hopen te krijgen:

Een krantenartikel over de demonstratie waarin hijzelf wordt genoemd.

Een verklaring van zijn partij waarin nog specifieker zijn functie omschreven wordt en wat hij de afgelopen jaren heeft gedaan.

Een gedetailleerde verklaring van de dokter die hem geopereerd heeft.

Verklaringen van de Japanse, Amerikaanse en Zweedse ambassades die zijn NGO ondersteunden.

Amnesty onderkent dat leden van zijn partij worden vervolgd in Kenia. Maar ze willen hem voorlopig niet helpen omdat hij ooit gelogen heeft. Hetzelfde geldt voor VluchtelingenWerk. Daar geloofden ze ook niet dat hij serieus was gemarteld omdat dat niet uitgebreid in zijn interview stond.

Nou heb ik de afgelopen tien jaar nog nooit een asiel-interview gezien waar uitgebreid is doorgevraagd over de marteling die iemand ondergaan heeft.

Maar goed, we hopen dat ze nog van mening veranderen als we de laatste bewijzen hebben.

De toekomst van Paul ziet er niet rooskleurig uit, hij wordt steeds wanhopiger. Zijn vrouw en kinderen hebben de woning moeten verlaten omdat ze regelmatig werden lastiggevallen en zijn ondergedoken in de brousse.

Uiteindelijk wordt hij genekt door de leugen die ooit zijn leven had moeten redden.

 

Moe van bureaucratie

Van het kastje naar de muur, formulieren invullen, telefoneren, voor de zoveelste keer te worden doorverbonden, in vergadering en weer wachten. Niet anders is het gesteld in het vluchtelingencircuit. Maar daar waar de Nederlander dit van uit zijn eigen stoel kan doen moet een asielzoeker maar afwachten waar hij het volgende moment terechtkan.

Monique vertelt over twee schrijnende zaken waarmee zij op het spreekuur werd geconfronteerd.

Een dove man werd door de vreemdelingendienst (VD) naar ons doorgestuurd. Door gebarentaal en het kleine dossier wat hij bij zich had bleek dat hij geheel onterecht op straat staat was gezet.

De man die enige tijd in een psychiatrische inrichting was opgenomen, was MOB (Met Ombekende Bestemming) verklaard, omdat hij niet aan de meldplicht had voldaan. Hij was echter tijdens zijn opname vrijgesteld van de meldplicht. Doordat de ambtelijke molens zoals altijd traag werken werd hij toch opgeroepen te stempelen. Hier gaf hij gevolg aan maar omdat zijn pasje niet werkte werd het niet geregistreerd.

Toen hij ontslagen werd uit de inrichting en terug wilde keren naar het AZC werd hem dat, vanwege de MOB- melding, geweigerd. Een COA-medewerker stuurde de man weer naar het aanmeldcentrum (AC). Daar stond hij geregistreerd als uitgeprocedeerd en zond hem met een computeruitdraai van ons adres naar ons door.

Ik heb contact opgenomen met de IND in het AC. Zij bevestigden het verhaal maar bleven van mening dat de man geen recht meer had op opvang. Wat natuurlijk niet klopte. Niet omdat hij uitgeprocedeerd was moest hij het AZC verlaten maar vanwege zijn psychische problemen. En dat ze hem MOB verklaard hadden lag alleen maar aan hun eigen wanprestatie.

Ik zocht vervolgens contact met de COA in het AC, en toen bleek dat de man zich opnieuw kon melden in het AZC.

Dus toch … De medewerker van de COA zei dat hij weer naar het AC moest, maar dat heb ik geweigerd. Na twee fouten van de IND en de VD vond ik dat zeer onterecht. Uiteindelijk ging de COA om en ging de IND daarin mee. De man kon weer terug naar zijn oude plek..

Een van onze cliënten, een Iraakse vluchteling, kon bij zijn tweede asielaanvraag het bewijs leveren dat er een arrestatiebevel tegen hem was uitgevaardigd. Tijdens de aanvraag kreeg hij geen meldplicht en toch was hij MOB verklaard. Ik heb met de IND en de VD in Rijsbergen gebeld waar hij de aanvraag had ingediend, alsook met het AZC waar hij tijdens de aanvraag nog woonde; drie keer werd mij medegedeeld dat hij niet hoefde te stempelen. Hoewel ik het vreemd vond nam ik aan dat ze mij de waarheid vertelden. Een paar maanden later bleek dat hij niet meer in het systeem zat en dat zijn dossier was opgeborgen. Waarom? Omdat hij zich niet had gemeld. Ik heb hemel en aarde moeten bewegen om het dossier weer in behandeling te krijgen.

De bovenstaande verhalen staan niet op zich. Regelmatig belanden we in een bureaucratische warboel. Het hele asielsysteem is zo ingewikkeld geworden dat de ambtenaren het overzicht hebben verloren.

 

Welkom thuis  Olivier van der Zee

Vroeger, in vervlogen dagen, was het de vader van de bruid die zijn toekomstige schoonzoon vroeg: 'Wat zijn je perspectieven?' Tegenwoordig, in ieder geval na de nieuwe vreemdelingenwet, stelt de Nederlandse Staat hem die vraag. Want na één grote inhaalslag hanteert het ooit liberaalste, tolerantste land van de Europese Unie het meest rigide toelatingsbeleid.

Dat moest ik ervaren, toen ik in Los Angeles een studie had gevolgd en daar op een Chileense verliefd was geworden. Na twee jaar te hebben samengewoond stelde ik mijn vriendin voor naar Nederland te verhuizen, waar we een nieuw leven konden opbouwen. Voor de zekerheid ging ik eerst bij het Nederlandse consulaat-generaal voorbij om wat informatiemateriaal op te vragen. Ik bladerde er even doorheen, er vol vertrouwen van uitgaand dat het allemaal wel viel te regelen als ik eenmaal in Nederland terug was.

Waarom stuurt het welvarende Nederland anders zijn zonen en dochters steeds verder de wereld in, op zoek naar het avontuur, voor werk, studie, stage, backpackend door exotische landen? Het moet toch mogelijk zijn min of meer spontaan, uit liefde, zijn of haar ‘sweetheart’ te huwen? Hoe de harde werkelijkheid was, werd me duidelijk, toen wij, mijn vriendin en ik, in april vorig jaar tegenover de Amsterdamse advocaat mr. Pieter Boeles zaten.

Boeles die tevens hoogleraar vreemdelingenrecht aan de universiteit van Leiden is - hij geldt in Nederland als één van de grootste deskundigen op dit gebied – legde ons uit dat ik als freelancer op geen enkele manier voldoe aan de inkomenseis zoals die in de nieuwe wet is geformuleerd. Ook kan ik geen jaarcontract overleggen, tenzij ik mijn droom als filmmaker laat varen en ergens anders werk vindt, voor minimaal drie jaar.

'Wat de nederlanders zich niet hebben gerealiseerd,’ verzuchtte Mr. Boeles, ‘is dat ze met die nieuwe wet een aantal grondrechten hebben verspeeld. Dat is heel treurig,' Naar zijn zeggen heeft de angst voor schijnhuwelijken ertoe geleid dat het begrip 'nationaliteit' is uitgehold en nauwelijks meer iets voorstelt. De wetgever is met zijn strenge antifraudebeleid naar de andere kant doorgeslagen.

Volgens die wet moet een Nederlander die met een buitenlandse partner wil huwen, over een woning en een jaarcontract beschikken waarin hij of zij verzekerd is van een minimaal inkomen van 1100 Euro netto per maand. Gedurende drie jaar is hij of zij verplicht ieder jaar het contract aan de vreemdelingenpolitie over te leggen. Wie in gebreke blijft, loopt het risico dat zijn of haar partner, getrouwd of niet, het land wordt uitgezet.

Een andere belangrijke voorwaarde is dat de buitenlander terug naar zijn of haar land van herkomst moet om aldaar een zogenaamde Machtiging tot Voorlopig Verblijf (MVV) aan te vragen, waarbij een tussentijds bezoek niet is toegestaan.

Deze MVV is nodig om in Nederland een Vergunning Tot Verblijf (VTV), aan te vragen. Dat wil zeggen dat mijn vriendin terug moet naar Chili. Officieel duurt de wachttijd drie maanden, in werkelijkheid loopt die op tot soms meer dan een jaar, met het risico dat een MVV alsnog wordt geweigerd. Deze voorwaarden gelden echter niet voor partners van binnen de Europese Unie en evenmin voor een aantal rijke industrielanden zoals de Verenigde Staten, Japan, Australië en Zwitserland. De laatste categorie is ontheven van de MVV-plicht.

Het enige advies dat mr. Boeles ons kon geven, is dat we naar een ander land binnen de Europese Unie moesten verhuizen, bijvoorbeeld Spanje. Wanneer wij ons daar vestigen, wordt ons wel het recht van bewegingsvrijheid gegarandeerd en mag mijn vriendin bij mij blijven. Sterker nog: als ik een contract voor één jaar afsluit, ontvangt ze een onvoorwaardelijke verblijfsvergunning van vijf jaar die ze ook dan behoudt in het geval dat ik mijn baan verlies. Dus een Portugees die met zijn Albanese vrouw naar Nederland afreist, mag hier ongestoord wonen.

Niettemin zijn wij op 5 oktober van vorig jaar getrouwd, niet voor de papieren, maar omdat wij ons leven met elkaar willen delen, een leven dat ik onder de huidige omstandigheden van de Nederlandse Staat – dus hetzelfde land waar ik ben geboren - niet mag delen. Aan het huwelijk mag kennelijk geen recht meer worden ontleend, tenzij je aan de gestelde voorwaarden kan voldoen. Verdien ik voldoende geld, dan mag ik van het recht tot gezinsvorming profiteren. Zoniet, dan wordt er op geen enkele manier met onze situatie rekening gehouden.

Voor meer informatie kunt u de volgende websites bezoeken.

http://tegenspraak.nrc.nl/Trouwen/

http://www.nrc.nl/nieuws/binnenland/1012631098068.html

http://www.buitenlandsepartner.nl/

 

Uitgesloten, Buitengesloten en Opgesloten

Sinds jaar en dag komen vluchtelingen op ons kantoor die voor kortere of langere tijd in detentie hebben gezeten. Niet vanwege een veroordeling wegens diefstal of agressie maar omdat zij niet over de juiste verblijfspapieren beschikken. Na verloop van tijd worden de meesten weer op straat gezet, zonder nazorg of voorzieningen.

Sinds vorig jaar is het ASKV lid van BONJO, een belangenvereniging van vrijwilligersorganisaties die zich inzetten voor (ex)-gedetineerden. In december werden wij mede daarom gevraagd zitting te nemen in een panel over vrijwilligerswerk en omgang met gedetineerden in binnen- en buitenland. Al ging het deze dag zijdelings over de detentie van vluchtelingen, toch werd duidelijk dat er een hoop goed werk te verrichten is voor een ieder die na zijn bewaring weer op straat wordt gezet.

Het is voor ons onbegrijpelijk dat politici, rechters en gevangenisdirecteuren dit de gewoonste zaak van de wereld vinden, wel kwamen kort geleden gevangenbewaarders in op stand tegen dit soort misstanden. Zij hadden gewetensbezwaren tegen het opsluiten van onschuldige mensen. Zij hebben in beroep gelijk gekregen, wat een goede zaak is. De gedetineerde vluchteling schiet er echter niets mee op. Ze zijn misschien wel slechter af, nu de wat meer menselijke bewaarders hen niet meer bewaken.

Nog steeds worden de opgesloten vluchtelingen afgeschermd van de buitenwereld. Gelukkig zijn er mensen van bezoeksgroepen die hen bijstaan maar zij mogen niets van de omstandigheden waarin de vluchtelingen verkeren naar buiten brengen. Bij overtreding volgt intrekking van het recht op bezoek. Ook de vluchtelingen krijgen dan te maken met sancties.

Om de aandacht te vestigen op hun zaak besluiten sommigen korte tijd in hongerstaking te gaan, maar journalisten en vluchtelingenmedewerkers worden de toegang geweigerd om hiervan verslag te doen.

Met de komst van de nieuwe vreemdelingenwet zijn er ook op het punt van vreemdelingendetentie verdere verscherpingen doorgevoerd. Het aanhouden van personen zonder verblijfspapieren is makkelijker gemaakt, en ook jonge kinderen kunnen door de rechter worden opgesloten. (zie Jurisprudentiebulletin Jub 2002 nr.1-14). Maar het gaat sommigen kennelijk nog niet ver genoeg. Op dit moment buitelen politici over elkaar heen als het gaat om een hardere aanpak van uitgeprocedeerde asielzoekers.

Henk Kamp (VVD): Vertrekken uitgeprocedeerde asielzoekers niet, dan moet vastzetting volgen tot gedwongen uitzetting mogelijk is. (uit tienpuntenplan vreemdelingen- en asielbeleid 23 januari 2002). Verder wil hij de gratis rechtsbijstand beperken tot de beroepsfase van één procedure. Joop Wijn (CDA) pleit er voor dat vreemdelingenbewaring doorgaat tot de daadwerkelijke uitzetting (Kamerstuk 27557 nr13). Hij wil tevens dat de toetsing op rechtmatigheid van de bewaring komt te vervallen (Kamerstuk 27557 nr 9) en hij eist stopzetting van cursussen voor asielzoekers in detentie.

Veel van onze cliënten komen niet eens toe aan het verwerken van hun tijd in de gevangenis. Elke dag opnieuw is er de spanning of ze mogen blijven of terug moeten.

 

PICUM

Het PICUM werkt aan grote projecten waarmee we proberen de positie van mensen zonder papieren te verbeteren. Vorig jaar is er een Health-seminar geweest met experts die met elkaar discussieerden over hulpverlening aan mensen zonder papieren. Als afsluiting is er een lijst met aanbevelingen opgesteld voor beleidsmakers in Europese landen.

De afgelopen maanden is het PICUM bezig geweest met het Book of Solidarity. In dit boek komen verschillende hulpverleners en actievoerders aan het woord over hun ervaringen in het vluchtelingenwezen, met de nadruk op geïllegaliseerde vluchtelingen.

Uit de hele Europese Unie worden mensen van organisaties geïnterviewd die zich inzetten voor geïllegaliseerden. De interviews worden verwerkt waarna ze in totaal drie boeken zullen worden gepubliceerd. Eerst worden er een dertigtal organisaties uit Engeland, Duitsland, België en Nederland geïnterviewd. In het tweede boek komen Frankrijk, Italië, Spanje aan bod. En als laatste Oostenrijk, Zweden en Denemarken.

Leden van het PICUM zijn op pad gegaan om voor het eerste boek deze mensen een interview af te nemen. In Nederland heeft het ASKV deze taak op zich genomen; twee medewerkers hebben afgelopen maanden een tiental organisaties bezocht, waaronder Bureau Zwart?werk, de Guinee-groep en de Pauluskerk. De publicatie voor het eerste boek staat gepland voor begin 2003.

Het PICUM wordt steeds vaker gevraagd om een bijdrage te leveren aan manifestaties, lezingen en forums.

Op 13 april heeft Pieter Muller, voorzitter van het PICUM, een workshop gegeven op de manifestatie van de Raad van Kerken. Op bladzijde 12 van deze nieuwsbrief staat een uitgebreid interview met hem als lid van de raad van advies van het ASKV.

 

Interview met Pieter Muller

In de serie: wie schuilt er achter de raad van advies? Deze keer een interview met een lid van het eerste uur, Pieter Muller. We vragen hem waarom hij zich ooit met het vluchtelingenvraagstuk is gaan bezig houden, wat hem drijft en waarom hij in de raad van advies van het ASKV zit.

De eerste confrontatie met vluchtelingen in 1965 zet Pieter onmiddellijk aan het denken. Tijdens een goed voorbereide reis met een aantal scouts naar het Midden-Oosten brengt hij een bezoek aan een vluchtelingenkamp op de Westbank, dan Jordaans gebied. Hoewel in Nederland er natuurlijk aandacht is voor de kampen en de omstandigheden is de rechtstreekse confrontatie met de ellende van een heel andere orde. Het zijn dingen die een mens niet onberoerd laten: afgesneden van je land, je oorsprong. Geen kant op kunnen. Het is een bezoek dat een leven lang indruk maakt.

In 1973 onderneemt Pieter weer met scouts een reis naar Koerdistan, met onder meer als doel de leider van de Iraakse Koerden te spreken. Na veel omzwervingen komt het gezelschap in het bevrijde gebied aan. Er is op dat moment een wapenstilstand en tijdens een wandeling door de bergen, vieren de Koerden met zang en dans hun vrijheid. Hoewel broos is de betekenis er van groot.

Een jaar later gaat een tweede reis naar Koerdistan van start, maar nu is de oorlog in volle gang en Pieter komt terecht tussen vluchtelingen die geen kant uit kunnen. De groep laat het er niet bij zitten en zet bij terugkomst in Nederland een stichting met een landelijk hulpverleningsprogramma op poten. Met onder meer geld van de kerken worden hulpgoederen gekocht en door de leden van de groep naar het bedreigde gebied gebracht. .

Juist tijdens zo’n missie beëindigen de Koerden het verzet en hun leiding wijkt uit naar Iran, waar ze Pieter vragen te bemiddelen voor asielverlening in Nederland. Er volgen talrijke gesprekken en onderhandelingen, maar uiteindelijk stemt de staatssecretaris Glastra van Loon toe, vijftig Koerden in Nederland op te nemen.

Binnen korte tijd arriveren de eerste zeventien mensen. De opvang van vluchtelingen is dan anno 1975 deels in handen van de kerken en deels van organisaties als Amnesty International en Release. Deze partijen zijn op dat moment in een conflict verwikkeld over het al dan niet accepteren van Portugese dienstweigeraars als vluchteling en willen er ook niet nog de zorg voor de Koerden bij. De Stichting Initiatiefgroep Koerdistan wordt gevraagd voor de opvang, begeleiding en integratie van deze groep te zorgen, een voornemen waarbij voorzitter Pieter is zeer nauw bij betrokken is.

Het begrip vluchtelingen in die jaren ook een heel andere betekenis dan we nu kennen. Destijds kwamen die veelal in groepen, of werden gevraagd door de UNHCR om te komen. Er waren de Tsjechen, de Hongaren, de Oegandezen en de Chilenen, en nu dus de Koerden.

Als de tweede groep arriveert, hebben partijen hun conflict bijgelegd, en besluiten ze samen te werken onder de naam: Samenwerkings Commissie voor Vluchtelingen, de feitelijke voorloper van het huidige Vluchtelingenwerk. Pieter wordt gevraagd om zich met de coördinatie te belasten. Na dit een ruim jaar in Amsterdam te hebben gedaan en de organisatie van zes naar dertig werknemers te hebben zien groeien, gaat hij naar Twente om er een project te leiden voor de opvang van Syrisch-Orthodoxe en Armeense vluchtelingen uit Oost-Turkije.

In 1980 concentreert Pieter zich op Europees beleid en gaat de CCME (Churches Commission for Migrants in Europe) in Brussel coördineren. Een organisatie die zich duidelijk richt op het thema migranten, vanuit de overweging dat deze groep op het punt van ondersteuning sterk is achtergebleven bij de vluchtelingen. Europa is in wording en een Europees migratiebeleid is nog toekomstmuziek. De lijnen met de Raad van Europa, de Europese Commissie en het Europees Parlement zijn kort en er wordt veel lobbywerk verricht om de rechten van migranten veilig te stellen.

Na jaren van inzet voor deze groepen, gaat Pieter in 1990 met vervroegd pensioen en keert terug naar Nederland. De tijd is gekomen het werk op vrijwillige basis voort te zetten. Via het voorzitterschap van de werkgroep vluchtelingen van de Raad van Kerken komt Pieter in contact met het Platform Mensen Zonder Verblijfsvergunning. Tijdens deze bijeenkomsten leert hij organisaties als het ASKV beter kennen.

Europa blijft echter trekken, en als blijkt dat de verschillende organisaties in Duitsland, Nederland en België die met ‘mensen zonder papieren’ bezig zijn geen onderling overleg kennen, besluit Pieter met een aantal mensen het PICUM op te richten: het Platform for International Cooperation on Undocumented Migrants. Het eerste allesomvattende thema is: basisrechten voor mensen zonder papieren. Nederlandse fondsen zijn bereid dit initiatief te steunen en zo kan er in november 2000 een secretariaat in Brussel van start gaan. Sinds kort heeft PICUM ook subsidie van de Europese Commissie gekregen en is bezig zijn activiteiten uit te breiden naar meer Europese landen waar ‘illegale migratie’ speelt. .

“Van levensbelang is en blijft om continu uit te leggen waarom het systeem niet werkt en waarom we de confrontatie met de maatschappij moeten aangaan.”

Op de vraag hoe het toekomstige migratiebeleid eruit gaat zien heeft Pieter geen eenduidig antwoord. Duidelijk is dat dit beleid volledig is vastgelopen en, zoals ook het drugsbeleid criminalisering en andere ongewenste neveneffecten ten gevolge heeft. Een directe consequentie van het afsluiten van grenzen is dat er smokkel op gang komt.

Toch is er hoop als je Vittorino, de bevoegde commissaris van de Europese Commissie, hoort pleiten voor een liberalisering van de migratie van buiten de EU, zij het mondjesmaat. Ook een werkgroep van de Nederlandse Raad van Kerken heeft onlangs een rapport uitgebracht waarin ze ervoor pleit arbeidsmigratie volgens bepaalde criteria toe te staan. Er is een zekere verschuiving in het denken merkbaar. Hoewel de gelanceerde oplossingen een duidelijk opportunistische invalshoek hebben, lijkt het er in ieder geval op dat men begint in te zien dat voortzetting van het huidige beleid niet realistisch is.

Van levensbelang is en blijft om continu uit te leggen waarom het systeem niet werkt en waarom we de confrontatie met de maatschappij moeten aangaan. In dit kader de consequenties van dit beleid benadrukkend. Een moeilijke opgave in het huidige politiek klimaat, maar onmisbaar.

Als lid van de raad van advies is dat voor Pieter een belangrijke drijfveer bij het ASKV betrokken te zijn: een van de organisaties die het meest consequent bezig zijn met hulpverlening en tegelijkertijd bewustmaking. En daarbij creatief te werk gaat en originele oplossingen zoekt en vindt.

 

Globalisering en Eurotop in Brussel

Op 14 december toog een delegatie van het ASKV, als lid van het platform D14, naar Brussel om daar met tienduizenden anderen in een grote demonstratie tijdens de Eurotop mee te lopen. In het plaatsje Laken, een aantal kilometer van Brussel verwijderd, vergaderden de Europese regeringsleiders om achter gesloten deuren beslissingen te nemen die ons allen aangaan.

Bij het ASKV hadden we ons in de dagen vooraf erg uitgesloofd en een enorme standaard gemaakt met een spandoek erin. Op ons spandoek was een stopbord afgebeeld met daarin een foto van vluchtelingen, die uit de zee komen lopen. Onder dit stopbord staat de tekst ‘Wij mogen er niet in’. Ons doel was om hiermee te laten zien dat er mensen worden buiten gesloten van Fort Europa.

Het was erg inspirerend en motiverend om met zoveel andere mensen uit heel veel verschillende landen in een demonstratie te lopen. De redenen van de deelnemers liepen veelal uiteen. Er werd aandacht gevraagd voor een ethische benadering van onderwerpen als milieu, arbeidsverhoudingen en mensenrechten. Met als gemeenschappelijke noemer dat aan iedereen wordt gedacht als het om globalisering gaat en dat niet alleen de rijke landen er beter van worden. Een leus die geroepen werd, was ‘Unemployment and inflation are not caused by immigration’, als een aanklacht tegen de onwaarheden die regeringen over migranten en geïllegaliseerden verspreiden.

Bij het ASKV zijn we van mening dat als het gaat om processen van globalisering en de eenwording van Europa, de scheve verhoudingen in de wereld hoog op de agenda moeten staan. Globalisme, het overstijgen van grenzen, kan snel vervallen in ‘egoïsme zonder grenzen’. Voor het rijke Westen is vrijhandel een vanzelfsprekendheid, maar dan liever niet in producten die de eigen economie kunnen schaden. Geen suiker uit Derde-Wereldlanden. Geen textiel of confectie uit

Noord-Afrika. Door de scheve machtsverhouding ontstaat er een eenzijdige vorm van globalisering.

Een consequentie van mondialisering is dat miljoenen mensen op aarde huis en haard moeten verlaten om, gedreven door armoede hun heil elders te zoeken. In de wetenschap dat er in het Noorden enorme rijkdom heerst. Het Westen zou eindelijk zijn verantwoordelijkheid moeten nemen en niet zoals nu gebeurt de grenzen op slot gooien.

Het platform D14 gaat verder onder de naam ‘De wereld is niet te koop’. Op 27 april organiseerde zij een landelijke discussiedag met als titel ‘Een ander wereld is mogelijk’. De goedbezochte werkgroepen met thema's als globalisering, verzet en alternatieven maakten duidelijk dat het animo om voor een betere wereld te ijveren volop actueel is.

Medewerker Amadou Bah

In elke uitgave van ‘Ruimte in de Marge’ interviewen we een medewerker van het ASKV. Deze keer is Amadou Bah aan de beurt. Hij komt oorspronkelijk uit Guinee-Conakry en is al vanaf 1994 een van onze hardstwerkende collega’s. Als vluchteling weet hij als geen ander wat onze cliënten doormaken.

Hoe ben je bij het ASKV terecht gekomen?
In 1992 diende ik in Nederland een asielaanvraag in omdat ik politieke problemen had als student in Conakry. Die aanvraag werd in eerste instantie afgewezen. In november 1993 ging ik daarom naar het Steunpunt Vluchtelingen de Pijp aan de Jozef Israëlskade. Samen met mijn advocaat Uco Koopmans hebben ze mij aan een verblijfsvergunning geholpen, dat was einde 1994.
 
Waarom ben je bij het ASKV gaan werken?
Nico Dekker die mijn contactpersoon was heeft mij gevraagd als vrijwilliger te komen werken. Ik wilde dit zelf heel graag want ik wilde mij inzetten om andere vluchtelingen te helpen. Terugkeer naar Guinee was met het toenmalige bewind niet mogelijk omdat ik dan gevaar zou lopen. In de tussentijd wilde ik graag werken en ervaring in een organisatie opdoen die zich bezighield met mensenrechten. Dergelijke organisaties konden en mochten toen niet bestaan in Guinee.
In 1994 ging het Steunpunt Vluchtelingen de Pijp een fusie aan met het ASKV en werd het ASKV/Steunpunt Vluchtelingen, en verhuisde ons bureau naar het Haarlemmerplein 17.
 
Heb je nog speciale projecten opgezet?
Er kwamen veel vluchtelingen uit Guinee die afgewezen werden. Ik wilde hen helpen en een beetje wegwijs in Nederland maken. Samen met een paar andere Guineeërs en hulpverleners van het ASKV werd in 1995 het Comité Guinese Vluchtelingen opgericht.
We verzamelen veel informatie over de politieke, sociale en culturele situatie in Guinee-Conakry en bundelden dat in de brochure de ‘Olifant en de wolven‘.
Er werden ook informatie-avonden georganiseerd onder meer aan de Universiteit van Nijmegen. Ik werkte toen ook veel samen met Piet Bongers, een advocaat uit Maastricht.
Het Comité werd in 1996 opgeheven omdat een aantal medewerkers toentertijd het ASKV verlieten maar ik bleef doorgaan .
Zodoende heb ik samen met een aantal andere Guineeërs in 1997 de Guinese Vereniging voor Cultuur en Democratie (GVCD) opgericht. Dit werd in 1998 een officiële organisatie die in 2001 een vaste medewerker in dienst kon nemen en die nu tachtig actieve leden heeft. Het bureau van de vereniging zit in het souterrain bij het ASKV.
 
Wanneer ben je vast in dienst gekomen?
In 1997 als hulpverlener. Ik vond het leuk werk en er waren veel mensen die een beroep op mij deden voor informatie over Guinee-Conakry, binnen en buiten het ASKV, privé of van officiële instanties. Bijvoorbeeld Amnesty International en advocaten.
 
Wat zijn je ervaringen?
Ik voel mij als Afrikaan zeer welkom tussen alle witte medewerkers. Ik word niet gediscrimineerd en mijn kennis en mening worden gerespecteerd. Ik ben wel veel mondiger geworden maar dat komt ook omdat ik nu veel meer ervaring en kennis heb opgebouwd.
Ik durf nu ook veel meer tijdens vergaderingen te zeggen.
In het begin was mijn positie best moeilijk omdat de Afrikaanse cliënten ervan uit gingen dat ik ze wel zou helpen ook al hadden mijn witte collega's nee gezegd. Ik was immers hun frère en had in dezelfde positie verkeerd, maar ik heb op den duur steeds beter nee leren zeggen.
Zeker ook omdat de ellende en de problematiek ontzettend zijn toegenomen. Vroeger was het nog wel mogelijk om bijna iedereen te helpen die aan de deur kwam, nu kan dat niet meer. De hulpvraag is gewoon te groot. Dus waar ik voorheen altijd nog eindeloos bleef proberen om huisvesting voor iemand te vinden doe ik dat nu minder. Ik heb geaccepteerd dat er heel veel mensen op straat worden gezet en dat wij de middelen en de capaciteit niet hebben al deze mensen te helpen.
Ofschoon ik dit als hulpverlener heb geaccepteerd heb ik het er persoonlijk heel moeilijk mee. De werkdruk is enorm toegenomen en daardoor ook de stress. Vorig jaar was voor mij een heel zwaar jaar. Ik werd bijna dag en nacht gebeld, door cliënten en anderen die over mij gehoord hadden en hoopten dat ik ze kon helpen. Tegelijkertijd bleef ik mij voor de Guinee-vereniging inzetten.
Dit betekent dat ik nu beter op mijn grenzen ben gaan letten en af en toe neem ik een rustperiode. Ook wil ik meer gaan tele-werken.
 
Wat vind je de leuke en minder leuke kanten van het ASKV?
Wat ik leuk vind aan het ASKV zijn de mensen en de sfeer, zoals de evaluatieweekeinden. Wat minder leuk is zijn de chaos en drukte op kantoor die veroorzaakt worden door de aanloop van cliënten. Daardoor is het vaak moeilijk te werken.
Ik denk dat de toekomst van het ASKV er goed uitziet. Er zijn nu veel nieuwe medewerkers met initiatief en inzet. Ik weet nog niet wat mijn toekomst is maar voorlopig blijf ik wel bij het ASKV.
 
Voor meer informatie over de GVCD
bel 020 3203758
of e-mail gvcd@hetnet.nl
of bezoek www.medialounge.nl/gvcd/

Stedelijk Meldpunt: Vluchtelingen Zonder Opvang

Met de invoering van de nieuwe vreemdelingenwet worden steeds meer asielzoekenden op straat gezet. Al in een eerder stadium maakte de Nederlandse overheid de keus om groepen als dublinclaimanten, herhaalde asielverzoekers en mensen in de 48-uurs procedure geen voorzieningen meer te bieden. Hieraan zijn, met de invoering van de nieuwe vreemdelingenwet, de zogenaamde technisch onverwijderbare vluchtelingen (TOV-ers) toegevoegd.

De afgelopen tijd hebben we bij het ASKV gemerkt dat steeds meer mensen zonder pardon op straat worden gezet en uiteindelijk bij ons of bij organisaties als het ASKV aankloppen. Afgezien van de vraag of die voldoende middelen hebben om in die behoefte te voorzien, willen wij niet fungeren als verlengstuk van een overheidsbeleid dat zich met name richt op het inperken van de instroom.

Dat daar vanuit regeringsinstanties wel vanuit wordt gegaan bleek tijdens de buscampagne toen staatssecretaris Kalsbeek tegen een aantal ASKV-ers zei dat wij de verantwoordelijkheid hebben mensen op te vangen. Ook uit een uitspraak van burgemeester Job Cohen tijdens een raadzitting bleek dat hij erop speculeerde gaat dat er particuliere organisaties bestaan die mensen helpen die door het gevoerde beleid buiten de boot vallen. Maar onze voordeur is niet hun achterdeur.

Zoals al in de vorige nieuwsbrief stond aangekondigd, wil het ASKV onder de noemer ‘Stedelijk Meldpunt’ in samenwerking met andere organisaties verhalen van mensen die op straat staan gaan verzamelen. Wij hebben een groot aantal andere hulpverleningsinstanties aangeschreven en een bijeenkomst belegd. De organisaties die aanwezig waren op deze bijeenkomst waren enthousiast over het plan. Dat de nood hoog is, bleek uit de verhalen van de mensen die de bijeenkomst bezochten. Een man die werkzaam is bij een organisatie voor daklozenopvang vertelde dat er de laatste maanden twee keer zoveel mensen zonder papieren aan de deur komen. Volgens hem komen er bij zijn organisatie 140 mensen zonder papieren per week aan de deur die op straat moeten leven.

Het idee is om met de organisaties die deel uitmaken van het netwerk ‘Stedelijk Meldpunt’ met behulp van de verhalen de politieke druk op te voeren. Het is belangrijk om een gezicht te geven aan mensen die bij organisaties als de onze aankloppen voor hulp en die normaal onzichtbaar blijven voor het grote publiek. Het doel is deze verhalen te verspreiden onder de media, de politici en andere betrokkenen.

Elke op-straat-zetting wordt beschreven door middel van een vaste vragenlijst waarop van iedereen in het kort het vluchtverhaal, de persoonlijke gegevens en de ervaringen in Nederland worden omschreven. Dit vragenformulier bestaat in het Nederlands, het Engels, het Frans, het Spaans en het Arabisch.

De formulieren kunnen door mensen zelf ingevuld worden of door medewerkers van de verschillende organisaties.

Hier is een formulier in het Nederlands. Dit kunt u uitprinten en zelf vermenigvuldigen. De ingevulde formulieren kunt opsturen naar het ASKV. Ook kunt u ze bij ons bestellen. Wel even aangeven welke taal.