REDACTIONEEL
Vluchtelingen en andere migranten bestaan sinds jaar en dag. Dat
is een algemeen bekend gegeven. Mensen verlaten hun land om uiteenlopende
redenen. Dat het land van herkomst economisch en politiek instahiel
is, is vaak een belangrijke reden. Grote structuren, waar ze niet
altijd directe invloed op hebben, brengen desondanks directe gevolgen met
zich mee. Naast deze grote politieke, economische en sociale structuren,
verlaat niet iedereen in een soortgelijke situatie het land van herkomst.
Ook persoonlijke overwegingen spelen een belangrijk aspect in de beslissing
om het land te verlaten. Het besluit om te migreren is dus niet puur
een kwestie van individuele aard, noch dat het volledig bepaald wordt door
politieke, sociale en economische structuren. Beiden zijn met elkaar
verbonden en beïnvloeden elkaar.
In de Nederlandse en Europese politiek wordt dit vaak vergeten.
Migratie, al dan niet gedwongen, wordt overwegend benaderd als een individuele
beslissing. De structurele aspecten van migratie worden gemakshalve
buiten beschouwing gelaten. Het migratiebeleid is gebaseerd op een
aantal categorieën migranten. Zo zijn er grofweg de economisch
actieven, de economisch inactieve en de asielzoekers en vluchtelingen.
Op zich lijkt deze verdeling op het eerste gezicht helder. Het beleid
en de praktijk staan hier echter op gespannen voet met elkaar. Een
van de problemen is dat migratie benaderd wordt als een op zichzelf staand
fenomeen, als of het mogelijk is om migratie als een gesloten event te
benaderen. Migratie is immers onderdeel van het internationale politieke
systeem. Door migratie los van dit systeem te benaderen, en het voornamelijk
te beschouwen als gevolg van een individuele beslissing, wordt de verantwoordelijkheid
al snel volledig bij de migrant en vluchteling gelegd. Door migratie
anders te benaderen, als onder deel van de grotere structuren en het niet
als een bedreiging te beschouwen, zou het beleid uiteindelijk een stuk
rechtvaardiger kunnen worden. Migratie heeft immers een aantal positieve
gevolgen voor het ontvangende land. Denk daarbij alleen al aan de
verschillende restaurantjes en muziek soorten. Op cultureel en economisch
gebied is het veelal een verrijking.
HULPVERLENINGSOVERLEG
OVER 1997-1998 EN DE VERANDERINGEN IN DE HULPVERLENING.
Er is in 1997 en 1998 een hoop veranderd binnen het ASKV/SV.
Een aantal medewerkers zijn uit het ASKV/SV gestapt maar er zijn
ook weer nieuwe mensen bijgekomen. Bij de hulpverlening hebben we wegens
hun drukke werkzaamheden elders helaas afscheid moeten nemen een drietal
mensen. Drie anderen zijn uit de hulpverlening gestapt maar zijn gelukkig
nog zeer actief in de Actie-groep, computercoordinatie en de
financiele commissie van de organisatie. Amadou is nu in vaste dienst als
Melkert-medewerker. Als nieuwelingen konden we verwelkomen Monique,
Lea, Alice, Mohammed, Shirley en Alies. Het inwerken van al
deze nieuwe mensen gaf een hoop werk, maar er kwamen ook veel nieuwe energie,
ideeen en impulsen.
De samenwerking met andere organisaties in Amsterdam verloopt goed.
Er wordt veel informatie uitgewisseld in het driemaandelijks
stedelijk overleg (sva, vvn, askv, autonoom centrum en wou)
en het tweewekelijks driepartijenoverleg(sva , wou en askv). Op
aanvraag van de sociale Hogeschool de Horst heeft Dominique een gast-college
gegeven over onze hulpverlening aan illegale vluchtelingen. De tekst hiervan
zal tot een handleiding voor onze hulpverleners gaan dienen.
De hulpvragen die binnenkwamen waren meestal van juridische of financiele
aard. Het merendeel van onze clienten en de hulpvragers is van afrikaanse
afkomst. Door het opstarten van een actie-campagne voor Algerijnse vluchtelingen
is ook het aantal Algerijnse clienten toegenomen.
Hieronder is een overzicht van de hulpverlening in ‘97 en
‘98.
Er kwamen in 1997 totaal ongeveer 93 vluchtelingen van 32
verschillende nationaliteiten.
Eind december waren er 43 lopende zaken waaronder vijf families.
De meeste clienten waren mannen maar er kwamen ook 23 vrouwen met of zonder
familie en 8 kinderen.
KERKASIEL
VOOR IRANÏERS
Op 15 juni 1997 startte het kerkasiel voor uitgeprocedeerde Iranïers.
Het ASKV/SV heeft met vele andere kerkelijke, linkse en solidariteitsgroepen
deelgenomen aan het SKIA (Steunpunt Kerkasiel Iraanse Asielzoekers) dat
met de Iraanse asielzoekers en asielverlenende kerken het kerkasiel organiseerde.
De eis van van het kerkasiel luidt als volgt: Stop uitzettingen naar
Iran. De veiligheid van teruggestuurde asielzoekers is, door de slechte
mensenrechtensituatie, niet gewaarborgd bij uitzetting.
Een groep van 10 Iranïers die symbool stonden voor alle uitgeprocedeerde
Iranïers namen deel aan een kerkasielestafette. Voor een uitgebreid
verslag van het kerkasiel verwijs ik u naar de bundel “Terugblik op het
kerkasiel in 1997, een ervaring rijker.” Te bestellen door overmaking van
ƒ7,50 per exemplaar (inclusief verzendkosten) op girorekening 4293761,
t.n.v. Werkgroep Kerk en Asielzoekers, Haarlem o.v.v. “Evaluatiemap kerkasiel”.
Wat heeft het ASKV/SV kunnen betekenen voor het kerkasiel? Allereerst
zijn er de vergaderingen waarin we meegedacht en -besloten hebben. Hierin
konden we de ervaringen van het Zairese kerkasiel goed gebruiken. Tijdens
de 40 dagen dat het kerkasiel in de Duif in Amsterdam was hebben we allerlei
hand en spandiensten vericht. In samenwerking met de Duif hebben we geprobeerd
om met beperkte middelen een comfortabel verblijf te realiseren voor de
Iraanse gasten. Aan het eind van deze peiode was er een solidariteitsmaaltijd.
Op 30 november konden de Iranïers terug in de asielprocedure en -opvang.
Daarna is door het ASKV/SV de evaluatie voorbereid en begeleid.
Thans moet nog blijken of kerkasiel voor Iranïers weer nodig
is en worden de Iranïers door de kerngroep van het SKIA gevolgt. Mocht
blijken dat aan onze eisen niet voldaan wordt dan zullen we met z’n allen
weer verdere aktie ondernemen.
NEDERLANDSE
LESSEN
In het seizoen 1997-1998 hebben in totaal 72 cursisten deelgenomen
aan de lessen.
Hun herkomst was, uit:
West Europa 9
Oost Europa 15
Afrika 20
Azië 12
Noord Amerika 2
Zuid Amerika 8
Onbekend 11
Het aantal lessen dat men volgde varieerde van 1 tot 52
van de mogelijke 72 lessen.
Een verschil met vorige jaren was, dat het hele jaar door cursisten
konden instromen in een
‘ beginnende beginners’ groep. Daarnaast startte een beginnersgroep
en een gevorderden groep in september 1997. Gedurende de cursus beschikten
we over in totaal 7 docenten, van wie er tussentijds 1 niet meer beschikbaar
was wegens ziekte. Verder konden we over 3 invallers beschikken. Op teamvergaderingen
werden organisatorische en inhoudelijke zaken besproken.
De methode IJsbreker deel 1 werd door de beginnende beginners en
de beginners gebruikt. Deel 2 door de gevorderden. Daarnaast zijn andere
methoden in beperkte mate aangeschaft, met name voor de gevorderden.
De IJsbreker voldoet goed; alleen het herhalen om het geleerde te laten
beklijven laat te wensen over. Er is op verzoek een bescheiden poging
gedaan huiswerk op te geven aan de gevorderden, maar het succes was
gering. Ter gelegenheid van Nederlandse feesten zoals Sinterklaas zijn
zogenaamde praat avonden gehouden; een welkome aanvulling op het aanbod
aan mondeling taalgebruik van de methode. Aan het einde van de cursus
ontvingen de cursisten een certificaat.
Een probleem blijft, dat nogal wat cursisten door diverse problemen
afhaken, niet in het minst vanwege stress die voortvloeit uit problemen
van asielzoekers en uitgeprocedeerden.
Ook dit jaar zijn de lessen gegeven in het Buurtcentrum De Pijp
in de Tweede Vasn de rHelststraat 66. Dank zij het Stadsdeel de Pijp konden
de kosten van huur, copiëren, aanschaf van lesmateriaal en dergelijke
worden voldaan.
De cursus 1998-1999 begint op 3 september. Wekelijks worden
2 lessen gegeven van 20 tot 22 uur op maandag en donderdag, behalve in
de schoolvakanties. Het docententeam heeft plannen ontwikkeld om door motiverende
afspraken het bezoek te intensiveren en de administratie meer te
benutten ter voorkoming van absentie.
ALGERIJNSE
VLUCHTELINGEN
Eind vorig jaar is het ASKV/Steunpunt Vluchtelingen benaderd door
een Algerijnse Zelforganisatie: Algerijnse Vluchtelingen voor Vrede (A.V.V.).
Zij kwamen met de vraag of we samen met hen akties wilden gaan voeren tegen
de uitzetting van Algerijnse vluchtelingen. Justitie had de uitzettingen
naar Algerije weer hervat. We zijn tweewekelijks gaan vergaderen. Omdat
er in januari 1998 (tijdens de Ramadan) in Algerije vreselijke bloedbaden
werden aangericht hebben we een manifestatie georganiseerd op het Plein
voor de Tweede Kamer onder het motto ‘Roepen in de woestijn’.
Algerijnse asielzoekers hebben er verschillende keren bij de overheid
op aangedrongen dat de situatie in Algerije onveilig is om Algerijnen terug
te sturen. Zij wilden dat het vvtv-beleid op hen van toepassing zou worden,
maar er werd niet naar hen geluisterd. Ook Vluchtelingenwerk Nederland
heeft schriftelijk aan de Staatssecretaris gevraagd om dit beleid toe te
passen. Tot op vandaag worden Algerijnse asielzoekers naar het verwijdercentrum
Ter Apel gestuurd. Dit zorgt voor grote paniek en onrust onder de Algerijnen.
Het oorspronkelijke idee achter het motto “roepen in de woestijn” wilden
we beelden maken door een grote berg zand te storten op het plein. Verschillende
spanborden in het Nederlands en Arabisch speelden in op dit thema: ‘Wij
laten ons geen zand in de ogen strooien’, ‘Politiek steek je kop niet in
het zand’, en dergelijke. Het zand is echter nooit komen opdagen, omdat
de vrachtwagen in Amsterdam opgehouden was wegens de dreigende ontruiming
van een kraakpand, waar ze de vrachtwagen voor nodig hadden. Er werd een
petitie aangeboden aan Leoni Sipkes, die ons te kennen gaf dat zij die
ochtend schriftelijk vragen gesteld had aan Elizabeth Schmitz, de Staatssecretaris.
De strekking van haar vragen kwam overeen met de doelstelling van de actie.
Hoewel er een aantal logistieke tegenvallers te verwerken waren,
was er ruime aandacht vanuit de media. De ochtend van 21 januari kreeg
onder andere Nederland een stevige veeg uit de pan van de UNHCR, het Hoge
Commissariaat voor Vluchtelingen van de Verenigde Naties, ten aanzien van
het terugsturen van Algerijnse asielzoekers. Naar aanleiding hiervan en
de voorgenomen actie werd er door het ASKV/SV na het acht uur journaal
een aantal vragen beantwoord bij de VARA op radio 2. s’ Middags waren de
wereldomroep (radio), het radio 1 journaal, de VPRO (Lopende Zaken) en
2 Vandaag aanwezig. De brede aandacht vanuit de media is zeker een van
de sterke punten van de actie geweest.
Gelukkig waren er in deze periode ook rechters, die vraagtekens zetten
bij het terugsturen van uitgeprocedeerde Algerijnse vluchtelingen. Een
aantal zaken werden voorgelegd aan de rechtseenheidskamer (REK). Wij hebben
zo veel mogelijk informatie verzameld en deze toegestuurd naar de desbetreffende
advocaten. Voorafgaande aan de zitting van de rechtseenheidskamer is er
een persconferentie belegd, waarin een aantal uitgeprocedeerde vluchtelingen
aan het woord kwamen.
Tijdens de REK werd er door de landsadvocaat gesteld, dat het met
het dodenaantal in Algerije nog wel mee viel, zeker als je dit vergeleek
met het aantal verkeersdoden in Turkije. Verder kwam zij met twee A-viertjes,
die ze als ambtsbericht wilde laten gelden. Dit werd door de rechters van
de REK niet geaccepteerd. Er werd afgesproken, dat het nieuwe ambtsbericht
binnen drie weken zou verschijnen. Ruim drie maanden later wachten we er
nog steeds op.
Steeds meer Algerijnse vluchtelingen raken uitgeprocedeerd en worden
naar Ter Apel gestuurd. Als ze hieraan geen gevolg geven en in het AZC
blijven wonen wordt hun financiële ondersteuning stopgezet. Kortom
Justitie is gewoon bezig de Algerijnse vluchtelingen uit te roken: de voorziening
uit en de illegaliteit in. Om dit onder de politieke aandacht te brengen
hebben we onlangs een ‘vergeet hen nietjes’ aktie gehouden bij het gebouw
van de tweede kamer. Daar zijn namens verschillende Algerijnse vluchtelingen
organisaties vergeet-me-nietjes aangeboden aan de leden van de tweede kamer
met een brief erbij, waarin we de situatie van de Algerijnse vluchtelingen
duidelijk gemaakt wordt. We zijn bang dat deze situatie nog tot na de zomer
gaat duren.
Momenteel zitten we met verschillende Algerijnse organisaties om
de tafel om te kijken of er samenwerking mogelijk is. Mocht de REK tot
de uitspraak komen dat Algerije veilig genoeg is om Algerijnse vluchtelingen
terug te sturen dan hopen wij daar met vereende krachten verzet tegen te
gaan bieden. Ondanks dat er in de Nederlandse media relatief weinig aandacht
is voor de situatie in Algerije vallen er wekelijks tientallen doden. De
slachtoffers betreffen nog steeds onschuldige burgers. Een vraag die steeds
vaker gesteld wordt ‘Pourquoi ce silence’?
In de ijdele hoop
herhaal ik de nutteloze wetten van contact
Mijn gedachten
bezien zelfs de toekomst
met de speciale spot van een hoge heer
in het cliché van het leven
zoekend naar hoogdravende woorden van
bedrog
Gevoelens die de mensheid waardig zijn
worden vastgelegd
met een noodzakelijke ketting
Zij drinkt water op een andere manier
Zij eet op een andere manier
Zij gebruikt de woorden op een andere manier
Maar haar hart klopt als het mijne
Ik onderging erosie
in de aanvang van de aanpassing
Drempelvrees
afscheid nemend van onbepaalde momenten
met een onbekende melodie
Hunkering naar vinden
was het geheim van mijn erosie
‘ER VALLEN
OOK DODEN IN HET VERKEER IN TURKIJE’
Een kort verslag van de zitting van de rechtseenheidskamer over
Algerije
Op 9 april jl. is er een zitting van de rechtseenheidskamer (REK)
gehouden in Den Haag. De reden hiervan is om te bepalen of Algerijnse asielzoekers
in aanmerking komen voor een tijdelijke verblijfsvergunning, een VVTV.
De verschillende meningen hierover werden uiteengezet door enerzijds drie
advokaten van Algerijnse asielzoekers en anderzijds de landsaadvokaat namens
het Ministerie van Justitie. Schokkend was met name het aantal drogredenen
dat het Ministrie uit de kast haalde om te onderbouwen waarom zij van mening
zijn dat een VVTV beleid niet van toepassing is op Algerije.
Om te beginnen overlegde de verweerder twee A4tjes aan de rechters.
Twee halve pagina’s gingen daarbij op aan begin en aftiteling. De tekst
waar het om ging besloeg uiteindelijk èèn vel papier.
”Naar aanleiding van het verzoek t.b.v. de REK-zitting van 9 april
a.s. tenminste te beschikken over een ambtsbericht inzake de veiligheidssituatie
in Algerije moge het volgende dienen”, begon de brief. Op twee ruim opgemaakte
vellen papier werd de veiligheidssituatie in Algerije uiteengezet, door
het Ministerie van Buitenlandse zaken, waarvan verondersteld mag worden
dat ze goed op de hoogte zijn van de situatie in het land. Op miraculeuze
wijze bleken zij echter niet in staat om meer gegevens op papier te zetten.
“U bedoelt toch niet dat deze twee velletjes papier voor een ambtsbericht
kunnen doorgaan?”, stelt een rechter enigzins retorisch. De landsadvokaat
mompelt wat, waarop de rechter haar duidelijk maakt dat er binnen drie
weken een ambtsbericht moet verschijnen over de veiligheidssituatie in
Algerije. De poging om èèn A4tje tekst door te laten gaan
voor een ambtsbericht werd terplekke van tafel geveegd.
De volgende stap had betrekking op de pleitnota van de landsadvokaat.
Hoewel de zitting betrekking had op het al dan niet voeren van een VVTV
beleid gaf de advokaat te kennen dat, ondanks de zorgelijke situatie in
Algerije, er geen aanleiding is om een dergelijk beleid toe te passen op
Algerije. Zij begint met het stellen dat de situatie in Algerije verre
van rooskleurig (sic) is en iedere organisatie die de ontoelaatbare toestanden
aankaart natuurlijk gelijk heeft. Zij heeft daar begrip voor, maar dat
is niet meer dan een uiting van machteloosheid, al;dus de landsadvokaat.
De landsadvokaat gaat verder met aan te geven dat het aantal doden in Algerije
in 1997 tussen de 6 à 7 duizend mensen ligt. Hoewel zij de situatie
in Algerije niet wil bagateliseren komt zij ter illustratie letterlijk
met het volgende:
“ Laatst waren er berichten in de media over de uiterst onveilige
situatie op de Turkse wegen met als gevolg dat er in Turkije per jaar 5
à 6 duizend doden vallen in het verkeer... Moeten we nu zeggen dat
het onaanvaardbaar is naar Turkije te gaan en daan aan het verkeer deel
te nemen?”
Onbegrijpelijk dat het Ministerie van Justitie in een land dat zich
democratisch noemt dergelijke agrumenten durft te gebruiken. Dat de Algerijnse
vluchtelingen hier de directe gevolgen aan de lijve ondervinden maar het
extra schrijnend.
LeesTip
Khalida Messaoudi in gesprek met Elisabeth Schemla.
Het verzet van een Algerijnse vrouw.
Vertaald uit het Frans door Truus Boot.-Amsterdam: van Gennep, 1996.-
ISBN 90-5515-098-3
Hoe houdt iemand die vanwege het voortdurende risico van een moordaanslag
moet onderduiken en alleen onder zware bewaking het huis kan verlaten het
vol?
De Algerijnse Khalida Messaoudi (1958) is zo iemand. Als moslim
en feministe strijdt zij voor vrouwenrechten en democratie, en tegen de
dreigende fundamentalistische machtsovername in haar land. In 1993 werd
zij door het Islamitisch Heilsfront FIS ter dood veroordeeld.
In gesprek met Elisabeth Schemla, hoofdredacteur van Le Nouvel Observateur,
vertelt zij over haar leven onder de fatwa. Veel van haar medestanders
zijn al gedood, maar hoe zwaar de druk ook is, zij blijft zich op bewonderenswaardige
wijze verzetten tegen de fundamentalistische terreur.