September 1998 NIEUWSBRIEF  ASKV

Reactioneel  
Hulpverleningsoverleg  
Kerkasiel voor Iraniërs 
Nederlandse lessen 
Algerijnse vluchtelingen 
Poëzie 
"Er vallen ook doden ....." 
Leestip
 
 
REDACTIONEEL  

Vluchtelingen en andere migranten bestaan sinds jaar en dag.  Dat is een algemeen bekend gegeven.  Mensen verlaten hun land om uiteenlopende redenen.  Dat het land van herkomst economisch en politiek instahiel is, is vaak een belangrijke reden.  Grote structuren, waar ze niet altijd directe invloed op hebben, brengen desondanks directe gevolgen met zich mee.  Naast deze grote politieke, economische en sociale structuren, verlaat niet iedereen in een soortgelijke situatie het land van herkomst.  Ook persoonlijke overwegingen spelen een belangrijk aspect in de beslissing om het land te verlaten.  Het besluit om te migreren is dus niet puur een kwestie van individuele aard, noch dat het volledig bepaald wordt door politieke, sociale en economische structuren.  Beiden zijn met elkaar verbonden en beïnvloeden elkaar. 

In de Nederlandse en Europese politiek wordt dit vaak vergeten.  Migratie, al dan niet gedwongen, wordt overwegend benaderd als een individuele beslissing.  De structurele aspecten van migratie worden gemakshalve buiten beschouwing gelaten.  Het migratiebeleid is gebaseerd op een aantal categorieën migranten.  Zo zijn er grofweg de economisch actieven, de economisch inactieve en de asielzoekers en vluchtelingen.  Op zich lijkt deze verdeling op het eerste gezicht helder.  Het beleid en de praktijk staan hier echter op gespannen voet met elkaar.  Een van de problemen is dat migratie benaderd wordt als een op zichzelf staand fenomeen, als of het mogelijk is om migratie als een gesloten event te benaderen.  Migratie is immers onderdeel van het internationale politieke systeem.  Door migratie los van dit systeem te benaderen, en het voornamelijk te beschouwen als gevolg van een individuele beslissing, wordt de verantwoordelijkheid al snel volledig bij de migrant en vluchteling gelegd.  Door migratie anders te benaderen, als onder deel van de grotere structuren en het niet als een bedreiging te beschouwen, zou het beleid uiteindelijk een stuk rechtvaardiger kunnen worden.  Migratie heeft immers een aantal positieve gevolgen voor het ontvangende land.  Denk daarbij alleen al aan de verschillende restaurantjes en muziek soorten.  Op cultureel en economisch gebied is het veelal een verrijking. 
 

 
HULPVERLENINGSOVERLEG  OVER 1997-1998  EN DE VERANDERINGEN IN DE HULPVERLENING.  

Er is in 1997 en 1998 een hoop veranderd binnen het ASKV/SV.  Een aantal medewerkers zijn uit het ASKV/SV gestapt  maar er zijn ook weer nieuwe mensen bijgekomen. Bij de hulpverlening hebben we wegens hun drukke werkzaamheden elders helaas afscheid moeten nemen een drietal mensen. Drie anderen zijn uit de hulpverlening gestapt maar zijn gelukkig nog  zeer actief  in de Actie-groep, computercoordinatie en de financiele commissie van de organisatie. Amadou is nu in vaste dienst als Melkert-medewerker. Als nieuwelingen  konden we verwelkomen Monique, Lea, Alice,  Mohammed,  Shirley en Alies. Het inwerken van al deze nieuwe mensen gaf een hoop werk, maar er kwamen ook veel nieuwe energie, ideeen en impulsen.  

De samenwerking met andere organisaties in Amsterdam verloopt goed. Er wordt veel informatie uitgewisseld  in het  driemaandelijks stedelijk overleg (sva, vvn, askv, autonoom centrum en wou)  
en het tweewekelijks driepartijenoverleg(sva , wou en askv). Op aanvraag van de sociale Hogeschool de Horst heeft Dominique een gast-college gegeven over onze hulpverlening aan illegale vluchtelingen. De tekst hiervan zal tot een handleiding voor onze hulpverleners gaan dienen.  

De hulpvragen die binnenkwamen waren meestal van juridische of financiele aard. Het  merendeel van onze clienten en de hulpvragers is van afrikaanse afkomst. Door het opstarten van een actie-campagne voor Algerijnse vluchtelingen is ook het aantal Algerijnse clienten toegenomen.  
Hieronder is een overzicht van  de hulpverlening in ‘97 en ‘98.  
  
Er kwamen in 1997 totaal ongeveer 93  vluchtelingen van 32 verschillende nationaliteiten.  
Eind december waren er 43 lopende zaken waaronder vijf families. De meeste clienten waren mannen maar er kwamen ook 23 vrouwen met of zonder familie en 8 kinderen.  
  
  

KERKASIEL VOOR IRANÏERS  

Op 15 juni 1997 startte het kerkasiel voor uitgeprocedeerde Iranïers. Het ASKV/SV heeft met vele andere kerkelijke, linkse en solidariteitsgroepen deelgenomen aan het SKIA (Steunpunt Kerkasiel Iraanse Asielzoekers) dat met de Iraanse asielzoekers en asielverlenende kerken het kerkasiel organiseerde.  

De eis van van het kerkasiel luidt als volgt: Stop uitzettingen naar Iran. De veiligheid van teruggestuurde asielzoekers is, door de slechte mensenrechtensituatie, niet gewaarborgd bij uitzetting.  

Een groep van 10 Iranïers die symbool stonden voor alle uitgeprocedeerde Iranïers namen deel aan een kerkasielestafette. Voor een uitgebreid verslag van het kerkasiel verwijs ik u naar de bundel “Terugblik op het kerkasiel in 1997, een ervaring rijker.” Te bestellen door overmaking van ƒ7,50 per exemplaar (inclusief verzendkosten) op girorekening 4293761, t.n.v. Werkgroep Kerk en Asielzoekers, Haarlem o.v.v. “Evaluatiemap kerkasiel”.  

Wat heeft het ASKV/SV kunnen betekenen voor het kerkasiel? Allereerst zijn er de vergaderingen waarin we meegedacht en -besloten hebben. Hierin konden we de ervaringen van het Zairese kerkasiel goed gebruiken. Tijdens de 40 dagen dat het kerkasiel in de Duif in Amsterdam was hebben we allerlei hand en spandiensten vericht. In samenwerking met de Duif hebben we geprobeerd om met beperkte middelen een comfortabel verblijf te realiseren voor de Iraanse gasten. Aan het eind van deze peiode was er een solidariteitsmaaltijd. Op 30 november konden de Iranïers terug in de asielprocedure en -opvang. Daarna is door het ASKV/SV de evaluatie voorbereid en begeleid.  

Thans moet nog blijken of kerkasiel voor Iranïers weer nodig is en worden de Iranïers door de kerngroep van het SKIA gevolgt. Mocht blijken dat aan onze eisen niet voldaan wordt dan zullen we met z’n allen weer verdere aktie ondernemen.  

NEDERLANDSE LESSEN  

In het seizoen 1997-1998 hebben in totaal 72 cursisten deelgenomen aan de lessen.  
Hun herkomst was, uit:  
West Europa    9  
Oost Europa  15  
Afrika   20  
Azië   12  
Noord Amerika   2  
Zuid Amerika    8  
Onbekend   11  
Het aantal  lessen dat men volgde varieerde van 1 tot 52  van de mogelijke 72 lessen.  
Een verschil met vorige jaren was, dat het hele jaar door cursisten konden instromen in een  
‘ beginnende beginners’  groep. Daarnaast startte een beginnersgroep en een gevorderden groep in september 1997. Gedurende de cursus beschikten we over in totaal 7 docenten, van wie er tussentijds 1 niet meer beschikbaar was wegens ziekte. Verder konden we over 3 invallers beschikken. Op teamvergaderingen werden organisatorische en inhoudelijke zaken besproken.  
De methode IJsbreker deel 1 werd door de beginnende beginners en de beginners gebruikt. Deel 2 door de gevorderden. Daarnaast zijn andere methoden in beperkte mate aangeschaft, met name voor de gevorderden.  De IJsbreker voldoet goed; alleen het herhalen om het geleerde te laten beklijven laat te wensen over.  Er is op verzoek een bescheiden poging gedaan huiswerk op te geven aan de gevorderden,  maar het succes was gering. Ter gelegenheid van Nederlandse feesten zoals Sinterklaas zijn zogenaamde praat avonden gehouden; een welkome aanvulling op het aanbod aan mondeling taalgebruik van de methode.  Aan het einde van de cursus ontvingen de cursisten een certificaat.  
Een probleem blijft, dat nogal wat cursisten door diverse problemen afhaken, niet in het minst vanwege stress die voortvloeit uit problemen van asielzoekers en uitgeprocedeerden.  
Ook dit jaar zijn de lessen gegeven in het Buurtcentrum De Pijp in de Tweede Vasn de rHelststraat 66. Dank zij het Stadsdeel de Pijp konden de kosten van huur, copiëren, aanschaf van lesmateriaal en dergelijke worden voldaan.  
De cursus  1998-1999 begint op 3 september. Wekelijks worden 2 lessen gegeven van 20 tot 22 uur op maandag en donderdag, behalve in de schoolvakanties. Het docententeam heeft plannen ontwikkeld om door motiverende afspraken het bezoek te intensiveren  en de administratie meer te benutten ter voorkoming van absentie.  
  
  

ALGERIJNSE VLUCHTELINGEN  

Eind vorig jaar is het ASKV/Steunpunt Vluchtelingen benaderd door een Algerijnse Zelforganisatie: Algerijnse Vluchtelingen voor Vrede (A.V.V.). Zij kwamen met de vraag of we samen met hen akties wilden gaan voeren tegen de uitzetting van Algerijnse vluchtelingen. Justitie had de uitzettingen naar Algerije weer hervat. We zijn tweewekelijks gaan vergaderen. Omdat er in januari 1998 (tijdens de Ramadan) in Algerije vreselijke bloedbaden werden aangericht hebben we een manifestatie georganiseerd op het Plein voor de Tweede Kamer onder het motto ‘Roepen in de woestijn’.  

Algerijnse asielzoekers hebben er verschillende keren bij de overheid op aangedrongen dat de situatie in Algerije onveilig is om Algerijnen terug te sturen. Zij wilden dat het vvtv-beleid op hen van toepassing zou worden, maar er werd niet naar hen geluisterd. Ook Vluchtelingenwerk Nederland heeft schriftelijk aan de Staatssecretaris gevraagd om dit beleid toe te passen. Tot op vandaag worden Algerijnse asielzoekers naar het verwijdercentrum Ter Apel gestuurd. Dit zorgt voor grote paniek en onrust onder de Algerijnen. Het oorspronkelijke idee achter het motto “roepen in de woestijn” wilden we beelden maken door een grote berg zand te storten op het plein. Verschillende spanborden in het Nederlands en Arabisch speelden in op dit thema: ‘Wij laten ons geen zand in de ogen strooien’, ‘Politiek steek je kop niet in het zand’, en dergelijke. Het zand is echter nooit komen opdagen, omdat de vrachtwagen in Amsterdam opgehouden was wegens de dreigende ontruiming van een kraakpand, waar ze de vrachtwagen voor nodig hadden. Er werd een petitie aangeboden aan Leoni Sipkes, die ons te kennen gaf dat zij die ochtend schriftelijk vragen gesteld had aan Elizabeth Schmitz, de Staatssecretaris. De strekking van haar vragen kwam overeen met de doelstelling van de actie.  

Hoewel er een aantal logistieke tegenvallers te verwerken waren, was er ruime aandacht vanuit de media. De ochtend van 21 januari kreeg onder andere Nederland een stevige veeg uit de pan van de UNHCR, het Hoge Commissariaat voor Vluchtelingen van de Verenigde Naties, ten aanzien van het terugsturen van Algerijnse asielzoekers. Naar aanleiding hiervan en de voorgenomen actie werd er door het ASKV/SV na het acht uur journaal een aantal vragen beantwoord bij de VARA op radio 2. s’ Middags waren de wereldomroep (radio), het radio 1 journaal, de VPRO (Lopende Zaken) en 2 Vandaag aanwezig. De brede aandacht vanuit de media is zeker een van de sterke punten van de actie geweest.  

Gelukkig waren er in deze periode ook rechters, die vraagtekens zetten bij het terugsturen van uitgeprocedeerde Algerijnse vluchtelingen. Een aantal zaken werden voorgelegd aan de rechtseenheidskamer (REK). Wij hebben zo veel mogelijk informatie verzameld en deze toegestuurd naar de desbetreffende advocaten. Voorafgaande aan de zitting van de rechtseenheidskamer is er een persconferentie belegd, waarin een aantal uitgeprocedeerde vluchtelingen aan het woord kwamen.  

Tijdens de REK werd er door de landsadvocaat gesteld, dat het met het dodenaantal in Algerije nog wel mee viel, zeker als je dit vergeleek met het aantal verkeersdoden in Turkije. Verder kwam zij met twee A-viertjes, die ze als ambtsbericht wilde laten gelden. Dit werd door de rechters van de REK niet geaccepteerd. Er werd afgesproken, dat het nieuwe ambtsbericht binnen drie weken zou verschijnen. Ruim drie maanden later wachten we er nog steeds op.  

Steeds meer Algerijnse vluchtelingen raken uitgeprocedeerd en worden naar Ter Apel gestuurd. Als ze hieraan geen gevolg geven en in het AZC blijven wonen wordt hun financiële ondersteuning stopgezet. Kortom Justitie is gewoon bezig de Algerijnse vluchtelingen uit te roken: de voorziening uit en de illegaliteit in. Om dit onder de politieke aandacht te brengen hebben we onlangs een ‘vergeet hen nietjes’ aktie gehouden bij het gebouw van de tweede kamer. Daar zijn namens verschillende Algerijnse vluchtelingen organisaties vergeet-me-nietjes aangeboden aan de leden van de tweede kamer met een brief erbij, waarin we de situatie van de Algerijnse vluchtelingen duidelijk gemaakt wordt. We zijn bang dat deze situatie nog tot na de zomer gaat duren.  

Momenteel zitten we met verschillende Algerijnse organisaties om de tafel om te kijken of er samenwerking mogelijk is. Mocht de REK tot de uitspraak komen dat Algerije veilig genoeg is om Algerijnse vluchtelingen terug te sturen dan hopen wij daar met vereende krachten verzet tegen te gaan bieden. Ondanks dat er in de Nederlandse media relatief weinig aandacht is voor de situatie in Algerije vallen er wekelijks tientallen doden. De slachtoffers betreffen nog steeds onschuldige burgers. Een vraag die steeds vaker gesteld wordt ‘Pourquoi ce silence’?  
  
  

In de ijdele hoop   
 herhaal ik de nutteloze wetten van contact  
 Mijn gedachten   
 bezien zelfs de toekomst   
 met de speciale spot van een hoge heer  
 in het cliché van het leven  
 zoekend naar hoogdravende woorden van bedrog  
 Gevoelens die de mensheid waardig zijn  
 worden vastgelegd  
 met een noodzakelijke ketting  
  

Zij drinkt water op een andere manier  
Zij eet op een andere manier  
Zij gebruikt de woorden op een andere manier  
Maar haar hart klopt als het mijne  
  

Ik onderging erosie  
in de aanvang van de aanpassing  
Drempelvrees  
afscheid nemend van onbepaalde momenten  
met een onbekende melodie  
Hunkering naar vinden  
was het geheim van mijn erosie  
  
  
  

  

‘ER VALLEN OOK DODEN IN HET VERKEER IN TURKIJE’  
Een kort verslag van de zitting van de rechtseenheidskamer over Algerije  

Op 9 april jl. is er een zitting van de rechtseenheidskamer (REK) gehouden in Den Haag. De reden hiervan is om te bepalen of Algerijnse asielzoekers in aanmerking komen voor een tijdelijke verblijfsvergunning, een VVTV. De verschillende meningen hierover werden uiteengezet door enerzijds drie advokaten van Algerijnse asielzoekers en anderzijds de landsaadvokaat namens het Ministerie van Justitie. Schokkend was met name het aantal drogredenen dat het Ministrie uit de kast haalde om te onderbouwen waarom zij van mening zijn dat een VVTV beleid niet van toepassing is op Algerije.  

Om te beginnen overlegde de verweerder twee A4tjes aan de rechters. Twee halve pagina’s gingen daarbij op aan begin en aftiteling. De tekst waar het om ging besloeg uiteindelijk èèn vel papier.  
”Naar aanleiding van het verzoek t.b.v. de REK-zitting van 9 april a.s. tenminste te beschikken over een ambtsbericht inzake de veiligheidssituatie in Algerije moge het volgende dienen”, begon de brief. Op twee ruim opgemaakte vellen papier werd de veiligheidssituatie in Algerije uiteengezet, door het Ministerie van Buitenlandse zaken, waarvan verondersteld mag worden dat ze goed op de hoogte zijn van de situatie in het land. Op miraculeuze wijze bleken zij echter niet in staat om meer gegevens op papier te zetten.  
“U bedoelt toch niet dat deze twee velletjes papier voor een ambtsbericht kunnen doorgaan?”, stelt een rechter enigzins retorisch. De landsadvokaat mompelt wat, waarop de rechter haar duidelijk maakt dat er binnen drie weken een ambtsbericht moet verschijnen over de veiligheidssituatie in Algerije. De poging om èèn A4tje tekst door te laten gaan voor een ambtsbericht werd terplekke van tafel geveegd.  

De volgende stap had betrekking op de pleitnota van de landsadvokaat. Hoewel de zitting betrekking had op het al dan niet voeren van een VVTV beleid gaf de advokaat te kennen dat, ondanks de zorgelijke situatie in Algerije, er geen aanleiding is om een dergelijk beleid toe te passen op Algerije. Zij begint met het stellen dat de situatie in Algerije verre van rooskleurig (sic) is en iedere organisatie die de ontoelaatbare toestanden aankaart natuurlijk gelijk heeft. Zij heeft daar begrip voor, maar dat is niet meer dan een uiting van machteloosheid, al;dus de landsadvokaat. De landsadvokaat gaat verder met aan te geven dat het aantal doden in Algerije in 1997 tussen de 6 à 7 duizend mensen ligt. Hoewel zij de situatie in Algerije niet wil bagateliseren komt zij ter illustratie letterlijk met het volgende:  

“ Laatst waren er berichten in de media over de uiterst onveilige situatie op de Turkse wegen met als gevolg dat er in Turkije per jaar 5 à 6 duizend doden vallen in het verkeer... Moeten we nu zeggen dat het onaanvaardbaar is naar Turkije te gaan en daan aan het verkeer deel te nemen?”  

Onbegrijpelijk dat het Ministerie van Justitie in een land dat zich democratisch noemt dergelijke agrumenten durft te gebruiken. Dat de Algerijnse vluchtelingen hier de directe gevolgen aan de lijve ondervinden maar het extra schrijnend.  
  

LeesTip  

Khalida Messaoudi in gesprek met Elisabeth Schemla.   
Het verzet van een Algerijnse vrouw.  
Vertaald uit het Frans door Truus Boot.-Amsterdam: van Gennep, 1996.- ISBN 90-5515-098-3  
Hoe houdt iemand die vanwege het voortdurende risico van een moordaanslag moet onderduiken en alleen onder zware bewaking het huis kan verlaten het vol?  
De Algerijnse Khalida Messaoudi (1958) is zo iemand. Als moslim en feministe strijdt zij voor vrouwenrechten en democratie, en tegen de dreigende fundamentalistische machtsovername in haar land. In 1993 werd zij door het Islamitisch Heilsfront FIS ter dood veroordeeld.  
In gesprek met Elisabeth Schemla, hoofdredacteur van Le Nouvel Observateur, vertelt zij over haar leven onder de fatwa. Veel van haar medestanders zijn al gedood, maar hoe zwaar de druk ook is, zij blijft zich op bewonderenswaardige wijze verzetten tegen de fundamentalistische terreur.