Laatst bewerkt 8-03-2011 n
Home
Wie zijn wij
Projecten
Campagnes
Publicaties
Contact
Help het ASKV
Links
 
Seminar: ‘Binnenkomst, beoordeling, uitzetting: vluchtelingendrama in drie bedrijven'
Georganiseerd door ASKV, X min Y en LOS 27 november 2004.

Binnenkomst

Waar kreeg een Tamil die in de jaren tachtig vluchtte mee te maken? De muur was nog niet gevallen.Vluchtelingen die het Oostblok wisten te ontvluchten waren welkom, vertelt Jelle van Buuren (Eurowatch). Maar de Nederlandse overheid schrok toen de Tamils naar Nederland kwamen. De Tamils kwamen op eigen gelegenheid, en van ver.

In de jaren negentig kwam een omslag in de behandeling van asielzoekers. Het afgrenzen van de buitengrenzen van Europa werd steeds belangrijker. Er kwamen pre-flight checks, waarbij luchtvaartmaatschappijen verantwoordelijk werden voor het controleren op echtheid van identiteitspapieren. Er ontstaat een hele bedrijfstak, die van de mensensmokkelaars, om het vluchten nog mogelijk te maken. Maar maak je daar geen illusie over, natuurlijk vooral om veel geld te verdienen.

Op dit moment vraagt zo’n 80% van de asielzoekers om hulp in de regio van herkomst. In de toekomst wil Europa dat asiel alleen in de regio aangevraagd kan worden. De controle op de leefomstandigheden en rechtshulp zal zich dan aan ons zicht ontrekken.

Shahbaz is zelf gevlucht uit Iran. Openhartig vertelde hij over zijn vlucht. Via Turkije kwam hij naar Nederland. Het eerste deel van de reis ging over de bergen, daarna is hij met valse papieren naar Nederland gekomen. Er is geen andere keuze, een vluchteling kan niet op zijn eigen papieren reizen, dat is niet veilig als je gezocht wordt.

De zaal was benieuwd waarom hij juist naar Nederland was gekomen. De mensensmokkelaar had dit uitgekozen, Shahbaz zelf wilde alleen een veilig land. De mensensmokkelaar wilde alleen geld.

En wat kost dat nou, zo’n vlucht, wilde het Nederlandse publiek weten. Dit hangt af van het individu, zijn situatie, de haast die hij heeft. Zonder geld, geen vlucht. Shahbaz is hier 10 jaar geleden naartoe gekomen. Sindsdien is het veel moeilijker geworden. Als je je paspoort meeneemt, word je snel uitgezet omdat er dan geen verdere reisdocumenten nodig zijn. Als je geen paspoort hebt, gebruikt de Immigratiedienst dat tegen je.

Beoordeling

Madina is afkomstig uit Tsjetsjenië. Zij vertelde over haar ervaringen met de Nederlandse asielprocedure. De mensensmokkelaar heeft haar in 1999 afgezet bij Rijsbergen; hier was het aanmeldcentrum voor vluchtelingen. Ze werd toen samen met haar moeder en zussen ondergebracht in Mill, waar ze moest wachten tot er tijd was om naar haar vluchtverhaal te luisteren. In Mill sliepen ze onder papieren lakens, dunne dekens en naast een lawaaierige ventilator waar de kinderen ziek van werden. Ze kregen etensbonnen, maar als je iets te laat was kreeg je geen eten. Ook de handdoek was van papier. Er waren veel mensen, en mannen die aan haar zaten, maar Madina had geen idee welke rechten ze had en hoe ze zich daarop kon beroepen.

Na een paar weken werd Madina met haar familie weer naar Rijsbergen gebracht voor het interview met de Immigratiedienst (IND). Madina en haar moeder werden tegelijk, maar in aparte ruimtes geïnterviewd. Ieder miniem verschil werd tegen hen gebruikt, zo zei Madina dat haar vader in zijn hand gewond was geraakt, terwijl haar moeder het over zijn arm had. En was het nu links, of rechts waaraan hij gewond was geraakt? Ook gingen er dingen mis omdat niet altijd nauwkeurig vertaald werd. Maar ook in dat geval lag het nadeel van de twijfel bij Madina en haar gezin. De IND vond het ook ongeloofwaardig dat ze al zoveel meegemaakt had voor haar jonge leeftijd. Een ander punt van discussie was of er werkelijk oorlog is in Tsjetsjenië. De leefomstandigheden in Rijsbergen waren allerbelabberdst. Vijf dagen aten ze alleen boterhammen met kaas en appels. Van 6 uur ’s ochtends tot 10 uur ’s avonds moesten ze op een stoel zitten in de hal.

Na het aanmeldcentrum werd hen gezegd dat ze zouden worden gedeporteerd. Vluchtelingenwerk bracht hen onder om het beroep voor de rechtbank af te wachten. De Rechter geloofde niet dat ze moslim waren, want: ‘Waarom heeft maar een dochter een hoofddoek?’ De rechter wees hun verzoek af.

Steeds werd de familie weer door een andere vluchtelingenorganisatie opgevangen. In Eindhoven hebben ze een tweede asielverzoek voorbereid. Ook dit interview ging moeizaam. Inmiddels sprak Madina aardig Nederlands, daarom wilde ze het gesprek zelf in het Nederlands voeren, in plaats van via de tolk die bij het eerste interview ook fouten had gemaakt. Haar werd gezegd niet zo moeilijk te doen, anders zou ze uitgezet worden. Toen Madina niet over bepaalde privézaken wilde praten (dingen waarover ze nog nooit met iemand had kunnen praten), werd weer gedreigd dat ze dan uitgezet zou worden. Hierop is Madina weggegaan. Sindsdien wordt in haar asielverzoek tegen haar gebruikt dat ze zelf niet wilde praten.

Madina raakte depressief en lag alleen nog op bed. Toen het zo ernstig werd dat ze uitgedroogd raakte is ze naar een ziekenhuis gebracht. Daarna werd ze opgenomen in de psychiatrie. Inmiddels gaat het beter en volgt ze een opleiding. Er loopt een aanvraag voor verblijf bij haar partner. Haar moeder is met geweld op straat gezet. Zij huurt nu illegaal een woning, samen met de rest van het gezin.

De zaal verbaast zich erover dat interviews door de Immigratiedienst niet worden opgenomen. Zo kun je immers ook geen discussie krijgen over wie wat heeft gezegd.
Een andere vraag: is de media niet op de hoogte van dergelijke wantoestanden? Regelmatig komen dergelijke verhalen wel in het nieuws, dus het is geen onwetendheid. Ook zelfmoorden zijn gewoon geworden, en geen nieuws meer.

Er wordt ingebracht hoe jammer het is dat vluchtelingen met veel talent op straat gezet worden, zoals artsen. Daar wordt tegen ingebracht dat een beroep op vluchtelingenschap niets heeft te maken met opleiding. Ook een boer moet asiel kunnen vragen. De acceptatie van vluchtelingen moet niet afhangen van het feit of mensen hoogopgeleid zijn, Nederlands spreken en boerenkool eten.

Uitzetting

Rens den Hollander (ex-Autonoom Centrum) vertelt dat de afgelopen jaren maatregel op maatregel is gestapeld. Eind jaren tachtig waren er nog maar een paar honderd cellen voor de detentie van mensen zonder verblijfsvergunning. Het doel is nu om binnenkort 2000 cellen voor vreemdelingendetentie te hebben. Hier worden mensen zonder verblijfsvergunning opgesloten ‘ter voorbereiding van hun uitzetting’. 30% van deze gevangenen wordt daadwerkelijk uitgezet, de rest wordt op straat gezet, sommigen lukt het om alsnog een procedure voor verblijf in Nederland te openen.

De druk neemt toe, er zijn razzia’s waarbij veel mensen tegelijk worden opgepakt. En maandelijks worden er ongeveer drie charters uitgezet naar bijvoorbeeld Congo en Oost-Europa. Dit gebeurt vaak razendsnel, zonder dat er rechtshulp aan te pas komt. Er vinden steeds meer schendingen van mensenrechten plaats in Nederland, zonder dat zelfs maar gediscussieerd wordt over het opsluiten van onschuldige mensen en hun kinderen. Het is ‘wij’ en ‘zij’ geworden: mensen met en mensen zonder rechten. In EU-verband worden terugnameovereenkomsten gesloten, waarin wordt geregeld dat mensen die asiel hebben gevraagd kunnen worden uitgezet, ook als er geen papieren zijn waaruit blijkt uit welk land zij komen.

In de toekomst zal er meer opsluiting zijn, meer uitzetting en zal het voor veel mensen niet eens meer mogelijk zijn om hierheen te komen. Nu al zie je dat bijvoorbeeld de KLM de taak heeft overgenomen om asielzoekers tegen te houden. Van de Nederlandse staat heeft zij apparatuur gekregen om reisdocumenten op echtheid te checken, anders komt een vluchteling het vliegtuig niet eens in.

Atefeh, een vluchteling uit Iran

Atefeh is zelf gedetineerd geweest in het uitzetcentrum Zestienhoven in Rotterdam. Ze is afkomstig uit Iran, vierenhalf jaar geleden is ze met haar man en dochter naar Nederland gekomen. Na slechte rechtshulp van de haar toegewezen advocaat raakte ze uitgeprocedeerd. Hierna werd ze op het politiebureau uitgenodigd voor een gesprek. Ze belde haar advocaat, Vluchtelingenwerk en het COA (Centrale Opvang Asielzoekers) om te vragen of het veilig was om ernaartoe te gaan. Ze werd gerustgesteld. Maar zo gauw ze op het bureau waren, werden ze in een cel gezet. Gelukkig had ze haar mobiele telefoon bij zich en kon ze vrienden waarschuwen. Deze namen contact op met haar advocaat.

Haar dochter van zes jaar oud was bij hun arrestatie nog op school. Onder politiebegeleiding moest Atefeh haar dochter ophalen en enkele persoonlijke spullen uit het asielzoekerscentrum waar ze verbleven. In het asielzoekerscentrum mocht ze met niemand praten. De politie was bang voor rumoer op het centrum, daarom moesten ze binnen tien minuten weer weg.

Atefeh raakte overstuur van de detentie, het bracht herinneringen boven aan haar detentie als kind in Iran. Ze lag alleen nog op bed. Er is geen daglicht, en haar dochter vroeg steeds: ‘Is het dag of is het nacht?’ Atefeh werd op vrijdag opgepakt; op zondag had ze met haar gezin in het vliegtuig naar Iran moeten zitten. Deze tijd is opzettelijk zo kort. Zo is het bijna onmogelijk om hulp te zoeken. Dankzij het verzoek van hun advocaat bij het Europees Hof werd hun uitzetting stopgezet. Nu studeert Atefeh weer en leeft ze met haar gezin in een kamer in de noodopvang.

Monitoring

De zaal vroeg zich af of vluchtelingenorganisaties vluchtelingen na hun uitzetting nog monitoren. Dat blijkt erg moeilijk, soms lukt het via zelforganisaties, of via Amnesty International. Of via de vluchtelingen zelf, als ze uitgezet zijn en daarna terug naar Nederland gekomen, bijvoorbeeld omdat hen de toegang geweigerd is.

Een ander: vluchtelingen die getrouwd zijn worden gescheiden uitgezet, kinderen worden opgesloten. Hoezo, het gezin is de hoeksteen van de samenleving? Hebben politici eigenlijk enig idee wat er in de praktijk gebeurt? Rens: ‘Ik denk het wel, de film 26.000 gezichten spreekt voor zich. Maar politici zijn zo hard, ze willen er niet verder over na denken.’

Actie is nodig. Ook door vluchtelingen die wel een status hebben gekregen, zei een Congolese vluchteling. Wij mogen ons niet afzijdig houden, alleen omdat wij het wel hebben gered. De asielzoekers om wie het nu gaat hebben steun nodig om hun verhaal te kunnen vertellen, of dat nu bij het NSF is, bij kerkasiel of bij de bezetting van een openbaar gebouw als het stadhuis.