20-12-01
Geen uitzettingen naar Irak !
Nieuws

Artikelen

Internationaal

Parlementair

Hongerstaking

Voor Advocaten

Links

Wat kunt u doen?

Steunbetuiging
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 
Ý

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Ý
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Ý
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Ý
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Ý
 
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Ý
 
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Ý
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Ý
De hongerstaking van 5 Iraakse Koerden in de maanden februari tot mei 2001 vormde de aanleiding voor het ontstaan van een werkgroep die zich bezighoudt met de situatie van Iraakse asielzoekers in Nederland. 

Deze werkgroep stelt vragen bij het Nederlandse ambtsbericht over Noord-Irak, de daarin beschreven veiligheid van het gebied, en de veronderstelde terugkeermogelijkheden.

In deze werkgroep werken samen: 

  • PRIME uit Den Haag
  • ASKV/Steunpunt Vluchtelingen uit A'dam  
  • Vluchtelingen onder Dak uit Wageningen
  • Vluchtelingen in de Knel uit Eindhoven   
  • Pauluskerk/KSA uit Rotterdam
Veiligheid voor vluchtelingen uit Irak?

1. Inleiding

Sinds november 1998 heeft Nederland het vvtv-beleid voor Irakezen afgeschaft. De reden hiervoor is, dat Noord-Irak volgens Nederland een veilig vestigingsalternatief is voor asielzoekers afkomstig uit Irak. Sindsdien worden asielzoekers uit Irak individueel beoordeeld, en worden vvtv's ingetrokken of niet meer verlengd.

Dit beleid van de Nederlandse regering werd door de Rechts Eenheids Kamer getoetst in september 1999. De REK was het eens met het intrekken van het vvtv-beleid voor koerden afkomstig uit Noord-Irak, maar niet voor irakezen die uit Centraal-Irak afkomstig waren en geen banden met Noord-Irak hadden.

Sinds de invoering van de nieuwe Vreemdelingenwet op 1 april 2001 is het mogelijk geworden irakezen die geen vvtv meer hebben en voor wie geen procedure meer loopt uit hun woning te zetten. Hierdoor dreigen bijna 5.000 irakezen die al jaren in gemeenten wonen binnen enkele maanden op straat gezet te worden.

De hongerstaking van 5 iraakse koerden in de afgelopen maanden vormde de aanzet voor het ontstaan van een werkgroep die zich bezighoudt met de situatie van iraakse asielzoekers in Nederland. Deze werkgroep stelt vragen bij het Nederlandse ambtsbericht over Noord-Irak, de daarin beschreven veiligheid van het gebied, en de veronderstelde terugkeermogelijkheden. In deze werkgroep werken samen: PRIME, ASKV, VidK

In dit stuk zal kort de geschiedenis van Noord-Irak beschreven worden. Vervolgens wordt ingegaan op de veronderstelde veiligheid van het gebied en de terugkeermogelijkheden.

2. Geschiedenis

De Golfoorlog in 1991 had voor Noord-Irak twee gevolgen: er werd een No-Fly zone in Noord- en Zuid-Irak ingesteld en er werd een embargo tegen Irak ingesteld om het land te dwingen aan wapeninspecties mee te werken.

De bloedige onderdrukking van de koerdische opstand, volgend op de Golfoorlog, leidde tot een grote stroom vluchtelingen naar de buurlanden, waaronder Turkije. Uit angst voor grote aantallen Iraaks-koerdische vluchtelingen sloot Turkije haar grenzen en stelde, met steun van de Verenigde Staten, Groot Brittanie en Frankrijk, een No-Fly Zone in boven de 36ste breedtegraad. Deze No-Fly Zone wordt gedekt door VN-veiligheidsraadresolutie nr. 688, aangenomen in april 1991, waarin de repressie van de bevolking in Noord-Irak veroordeeld wordt en aan Irak gevraagd wordt humanitaire hulporganisaties toe te laten.

De controle van de No-Fly Zone vond plaats door Operation Provide Comfort, na 1996 in gewijzigde vorm voortgezet als Operation Northern Watch. Sinds december 1998 erkent Irak de No-Fly zone niet meer en worden controlerende vliegtuigen met luchtdoelgeschut aangevallen. Deze aanvallen vinden sindsdien 1 tot 2 keer per week plaats, en ze worden steeds door de alliantie beantwoord.

Het embargo is het gevolg van resolutie 689 van de VN-veiligheidsraad, aangenomen in 1991, waarin het Irak verboden werd massavernietigingswapens te bezitten. Noord-Irak wordt als onderdeel van Irak ook door dit embargo getroffen. In mei 1996 wordt het Oil for Food-programma door Irak geaccepteerd. Hiermee kan Irak een beperkte hoeveelheid olie verkopen in ruil voor voedsel. Een relatief groot deel van de inkomsten van het Oil for Food-programma komt ten goede aan Noord-Irak.

In 1997 en 1998 weigerde Irak VN-wapeninspecteurs toe te laten. Ondanks een aanbod om in ruil voor toelating van de wapeninspecteurs het embargo te verzachten weigerde Irak ook in 1999 hun toelating. In mei 2001 doet Groot-Brittanie een aanbod om het embargo om te zetten in smart sanctions, dat wil zeggen, beperkt tot die goederen die voor wapenproductie gebruikt kunnen worden. Weer weigert Irak.

Het draagvlak voor het embargo neemt intussen snel af. Met toestemming van de VN-veiligheidsraad vonden al diverse humanitaire vluchten naar Irak plaats: in 2000 vanuit Rusland, Frankrijk, Griekenland, Syrie en Egypte en in 2001 vanuit Duitsland.

3. Situatie in Noord-Irak

Ondanks de ingestelde No-Fly zone heeft Noord-Irak geen autonome status. Internationaal gezien valt het onder de Iraakse soevereiniteit en bestuursmacht. Voor zijn voortbestaan en veiligheid is het volledig afhankelijk van de bescherming door de alliantie. Hoe lang de alliantie deze bescherming nog zal bieden is onduidelijk.

Maar zelfs de bescherming van de alliantie kan niet voorkomen dat de buurlanden het gebied binnenvallen. Zo kwam het Iraakse leger in 1996 binnen om de KDP te helpen de stad Arbil te veroveren. In 1995 en weer in 2001 viel het Turkse leger binnen om de basis van de PKK in het gebied te vernietigen. Daarbij werden ook Iraakse dorpen aangevallen en Iraakse dorpsbewoners gedood. Ook vanuit Iran zijn dorpen over de grens aangevallen.

Op 29 mei 2001 meldt de Kurdisch Observer de aanwezigheid van Turkse militairen op diverse plaatsen in Noord-Irak en de troepenbewegingen van het Iraakse leger aan de grens.

In Noord-Irak zelf bestaat geen democratisch gekozen regering die het bestuur uitoefent. In 1992 zijn vrije verkiezingen gehouden maar de toen ingestelde regering werd door geen enkel land erkend en kon daarom geen machtsbasis creeeren. De twee machtigste koerdische partijen (KDP en PUK) hebben sindsdien het land verdeeld. Van 1994 tot 1997 vonden hevige onderlinge gevechten plaats over de verdeling van de grote steden en het grensgebied. Uiteindelijk werd in 1998 in Washington een vredesaccoord getekend. Hoewel er nog op diverse plaatsen gevochten is hebben er sindsdien geen grote gevechten meer plaatsgevonden. Maar andere onderdelen van het accoord van Washington zoals verkiezingen, de opbouw van een gemeenschappelijke juridische struktuur, uitruil van gevangenen, terugkeer van ontheemden, schadeloosstelling van inbeslaggenomen goederen en vrij verkeer voor mensen en goederen zijn niet of nauwelijks uitgevoerd. 

In de praktijk is het land nu opgedeeld tussen de twee partijen die ieder in hun gebied heer en meester zijn. Elk van deze partijen heeft zijn eigen bestuurssysteem ingesteld, met eigen verkiezingen en eigen rechtspraak. Maar diverse mensenrechtenorganisaties (Amnesty, Human Rights Watch, de UNHCR) noemen tal van mensenrechtenschendingen die in het afgelopen jaar plaatsvonden, zowel tegenover leden van oppositiepartijen als tegenover vrouwen en leden van etnische of religieuze minderheden.

Economisch is het gebied helemaal niet levensvatbaar. De landbouw was al tijdens het bewind van Saddam ingestort door de hervestiging van de bevolking in centrale steden. Door het embargo kan ook de industrie niet opgebouwd worden. In de steden is 90% van de bevolking werkloos. Bovendien wonen er volgens het UN-Centre for Human Settlement 900.000 vluchtelingen. Van de 4 miljoen inwoners zijn er 3,3 miljoen afhankelijk van voedselhulp via het Olie voor Voedsel programma. Voor een groot deel verloopt deze hulp via de twee partijen die daarop hun macht baseren. De KDP kan bovendien profiteren van de lucratieve smokkelroute via Turkije, de PUK in veel mindere mate van smokkel via Iran.

4. Nederlandse beoordeling

Nederland baseert haar stelling dat Noord-Irak veilig is op drie elementen: (1) de iraakse autoriteiten kunnen het gebied nauwelijks binnenkomen, (2) de twee koerdische partijen beheren ieder hun eigen gebied en hebben een wapenstilstand afgesproken, en (3) er is een systeem van rechtspraak, politie, ziekenhuizen, scholen en universiteiten. Nederland volgt daarmee het beleid van de meeste Europese landen. 

Ten eerste moeten vraagtekens gesteld worden bij de bronnen die Nederland hiervoor gebruikt heeft. Omdat Nederland geen ambassade heeft is zij voor haar informatie-voorziening afhankelijk van derden, waaronder de lokale koerdische partijen. Veel kritische organisaties is in de afgelopen jaren de toegang geweigerd. De speciale rapporteur van de VN wordt nog steeds niet toegelaten. Artsen zonder Grenzen komt niet binnen. Het Rode Kruis komt niet in alle gevangenissen en interneringscentra binnen. Lokale mensenrechtengroepen worden in hun bewegingsvrijheid gehinderd. Met veel moeite werd Amnesty International toegelaten.

Maar ook inhoudelijk moeten vraagtekens gesteld worden bij de Nederlandse analyse, met name over de vraag hoe duurzaam de hierin beschreven situatie is. Hoewel het iraakse leger op dit moment niet in het gebied actief is, heeft de iraakse geheime dienst vrij spel en klopt (1) dus niet. Het iraakse leger is al eens binnengevallen en dreigt dat weer te doen. Met het afnemend draagvlak voor het embargo groeit de macht van Saddam en neemt ook de kans dat hij Noord-Irak binnen zal vallen toe.

Tegen een inval van het iraakse leger kunnen de beide partijen PUK en KDP niets beginnen. Hun gebied wordt in dat geval direkt weggevaagd en de daarin bestaande infrastruktuur vernield. Daarmee vervallen ook de stellingen (2) en (3). Overigens is de wapenstilstand tussen deze partijen maar betrekkelijk en bestaat de infrastruktuur bij de gratie van de humanitaire hulp die de regio ontvangt. De VN en de UNHCR beschrijven de situatie in Noord-Irak in 2000 dan ook als 'volatile', instabiel.

Interessant in dit verband is dat de Zwitserse Rekurskommission (tweede instantie bij de asielbeoordeling) op 12.7.'00 de staatsstruktuur in Noord-Irak als niet-duurzaam bestempelt en Noord-Irak als binnenlands vluchtalternatief afwijst.

5. Terugkeermogelijkheden

In de praktijk kunnen afgewezen Iraakse asielzoekers nauwelijks naar Noord-Irak terugkeren. In alle andere Europese landen mogen afgewezen Iraakse asielzoekers dan ook voorlopig blijven.

Vanzelfsprekend gaan er geen vluchten naar dit gebied. De enige reismogelijkheid verloopt via Turkije, waarvoor dan een transitvisum verkregen moet worden. Het IOM meldt dat zij slechts 2 transitvisa per maand kan verkrijgen. Overigens kan op deze manier alleen maar naar het KDP-gebied gereisd worden. 

Zowel de PUK als de KDP hebben grote moeite met een eventuele terugkeer van grote groepen naar hun gebied. Zij vragen de Europese landen eerst de veiligheid van het gebeid te garanderen en mee te werken aan de economische en bestuurlijke opbouw ervan.

Het Duitse Bundesverwaltungsgericht besloot op 16 januari van dit jaar dat een binnenlands vluchtalternatief alleen tegengeworpen kan worden als er een feitelijke terugkeermogelijkheid naar dit gebied bestaat.

Al eerder werd terugkeer naar het gebied door duitse rechters verworpen vanwege de kans dat teruggekeerde asielzoekers vervolgd worden vanwege landverraad (Oldenburgs Verwaltungsgericht op 25.8.'99 en Bayerisch Verwaltungsgericht op 23.3.'00).

Bijlagen:

- Saddam komt terug, uit: Groene Amsterdammer, 12 mei 2001 
- Noord-Irak: veilig, zolang het duurt, uit: de Volkskrant, 12 mei 2001 
- oude sancties in nieuwe zakken, uit: Trouw, 19 mei 2001 
- Tragödie in Nord-irak, verslag van Ulla Jelpke in Junge Welt, 24 februari 2001 
- Geloofwaardigheid van het Nederlandse asielbeleid tegenover het elementaire recht op veiligheid en welzijn, MERA-rapport, Robert Soeterik, april 2001 
- UNHCR-rapport over Noord-Irak als binnenlands vluchtalternatief, januari 2001 
- Besluit van het Bundesverwaltungsgericht over feitelijke terugkeermogelijkheid, januari 2001 
- Besluit van de Schweizerische Rekurskommission over de duurzaamheid van de quasi-staat Noord-Irak, 12 juli 2000 
- Uittreksel uit de Amnesty- en Human Rights Watch rapporten van 1999 en 2000