|
|
|
| Nieuws
|
De
hongerstaking van 5 Iraakse Koerden in de maanden februari tot mei 2001
vormde de aanleiding voor het ontstaan van een werkgroep die zich bezighoudt
met de situatie van Iraakse asielzoekers in Nederland.
Deze werkgroep stelt vragen bij het Nederlandse ambtsbericht over Noord-Irak, de daarin beschreven veiligheid van het gebied, en de veronderstelde terugkeermogelijkheden. In deze werkgroep werken samen: |
|
1.
Inleiding Sinds
november 1998 heeft Nederland het vvtv-beleid voor Irakezen afgeschaft.
De reden hiervoor is, dat Noord-Irak volgens Nederland een veilig vestigingsalternatief
is voor asielzoekers afkomstig uit Irak. Sindsdien worden asielzoekers
uit Irak individueel beoordeeld, en worden vvtv's ingetrokken of niet meer
verlengd. Dit
beleid van de Nederlandse regering werd door de Rechts Eenheids Kamer getoetst
in september 1999. De REK was het eens met het intrekken van het vvtv-beleid
voor koerden afkomstig uit Noord-Irak, maar niet voor irakezen die uit
Centraal-Irak afkomstig waren en geen banden met Noord-Irak hadden. Sinds
de invoering van de nieuwe Vreemdelingenwet op 1 april 2001 is het mogelijk
geworden irakezen die geen vvtv meer hebben en voor wie geen procedure
meer loopt uit hun woning te zetten. Hierdoor dreigen bijna 5.000 irakezen
die al jaren in gemeenten wonen binnen enkele maanden op straat gezet te
worden. De
hongerstaking van 5 iraakse koerden in de afgelopen maanden vormde de aanzet
voor het ontstaan van een werkgroep die zich bezighoudt met de situatie
van iraakse asielzoekers in Nederland. Deze werkgroep stelt vragen bij
het Nederlandse ambtsbericht over Noord-Irak, de daarin beschreven veiligheid
van het gebied, en de veronderstelde terugkeermogelijkheden. In deze werkgroep
werken samen: PRIME, ASKV, VidK In
dit stuk zal kort de geschiedenis van Noord-Irak beschreven worden. Vervolgens
wordt ingegaan op de veronderstelde veiligheid van het gebied en de terugkeermogelijkheden. 2.
Geschiedenis De
Golfoorlog in 1991 had voor Noord-Irak twee gevolgen: er werd een No-Fly
zone in Noord- en Zuid-Irak ingesteld en er werd een embargo tegen Irak
ingesteld om het land te dwingen aan wapeninspecties mee te werken. De
bloedige onderdrukking van de koerdische opstand, volgend op de Golfoorlog,
leidde tot een grote stroom vluchtelingen naar de buurlanden, waaronder
Turkije. Uit angst voor grote aantallen Iraaks-koerdische vluchtelingen
sloot Turkije haar grenzen en stelde, met steun van de Verenigde Staten,
Groot Brittanie en Frankrijk, een No-Fly Zone in boven de 36ste breedtegraad.
Deze No-Fly Zone wordt gedekt door VN-veiligheidsraadresolutie nr. 688,
aangenomen in april 1991, waarin de repressie van de bevolking in Noord-Irak
veroordeeld wordt en aan Irak gevraagd wordt humanitaire hulporganisaties
toe te laten. De
controle van de No-Fly Zone vond plaats door Operation Provide Comfort,
na 1996 in gewijzigde vorm voortgezet als Operation Northern Watch. Sinds
december 1998 erkent Irak de No-Fly zone niet meer en worden controlerende
vliegtuigen met luchtdoelgeschut aangevallen. Deze aanvallen vinden sindsdien
1 tot 2 keer per week plaats, en ze worden steeds door de alliantie beantwoord. Het
embargo is het gevolg van resolutie 689 van de VN-veiligheidsraad, aangenomen
in 1991, waarin het Irak verboden werd massavernietigingswapens te bezitten.
Noord-Irak wordt als onderdeel van Irak ook door dit embargo getroffen.
In mei 1996 wordt het Oil for Food-programma door Irak geaccepteerd. Hiermee
kan Irak een beperkte hoeveelheid olie verkopen in ruil voor voedsel. Een
relatief groot deel van de inkomsten van het Oil for Food-programma komt
ten goede aan Noord-Irak. In
1997 en 1998 weigerde Irak VN-wapeninspecteurs toe te laten. Ondanks een
aanbod om in ruil voor toelating van de wapeninspecteurs het embargo te
verzachten weigerde Irak ook in 1999 hun toelating. In mei 2001 doet Groot-Brittanie
een aanbod om het embargo om te zetten in smart sanctions, dat wil zeggen,
beperkt tot die goederen die voor wapenproductie Het
draagvlak voor het embargo neemt intussen snel af. Met toestemming van
de VN-veiligheidsraad vonden al diverse humanitaire vluchten naar Irak
plaats: in 2000 vanuit Rusland, Frankrijk, Griekenland, Syrie en Egypte
en in 2001 vanuit Duitsland. 3.
Situatie in Noord-Irak Ondanks
de ingestelde No-Fly zone heeft Noord-Irak geen autonome status. Internationaal
gezien valt het onder de Iraakse soevereiniteit en bestuursmacht. Voor
zijn voortbestaan en veiligheid is het volledig afhankelijk van de bescherming
door de alliantie. Hoe lang de alliantie deze bescherming nog zal bieden
is onduidelijk. Maar
zelfs de bescherming van de alliantie kan niet voorkomen dat de buurlanden
het gebied binnenvallen. Zo kwam het Iraakse leger in 1996 binnen om de
KDP te helpen de stad Arbil te veroveren. In 1995 en weer in 2001 viel
het Turkse leger binnen om de basis van de PKK in het gebied te vernietigen.
Daarbij werden ook Iraakse dorpen aangevallen en Iraakse dorpsbewoners
gedood. Ook vanuit Iran zijn dorpen over de grens aangevallen. Op
29 mei 2001 meldt de Kurdisch Observer de aanwezigheid van Turkse militairen
op diverse plaatsen in Noord-Irak en de troepenbewegingen van het Iraakse
leger aan de grens. In
Noord-Irak zelf bestaat geen democratisch gekozen regering die het bestuur
uitoefent. In 1992 zijn vrije verkiezingen gehouden maar de toen ingestelde
regering werd door geen enkel land erkend en kon daarom geen machtsbasis
creeeren. De twee machtigste koerdische partijen (KDP en PUK) hebben sindsdien
het land verdeeld. Van 1994 tot 1997 vonden hevige onderlinge gevechten
plaats over de verdeling van de grote steden en het grensgebied. Uiteindelijk
werd in 1998 in Washington een vredesaccoord getekend. Hoewel er nog op
diverse plaatsen gevochten is hebben er sindsdien geen grote gevechten
meer plaatsgevonden. Maar andere onderdelen van het accoord van Washington
zoals verkiezingen, de opbouw van een gemeenschappelijke juridische struktuur,
uitruil van gevangenen, terugkeer van ontheemden, schadeloosstelling van
inbeslaggenomen goederen en vrij verkeer voor mensen en goederen zijn niet
of nauwelijks uitgevoerd. In
de praktijk is het land nu opgedeeld tussen de twee partijen die ieder
in hun gebied heer en meester zijn. Elk van deze partijen heeft zijn eigen
bestuurssysteem ingesteld, met eigen verkiezingen en eigen rechtspraak.
Maar diverse mensenrechtenorganisaties (Amnesty, Human Rights Watch, de
UNHCR) noemen tal van mensenrechtenschendingen die in het afgelopen jaar
plaatsvonden, zowel tegenover leden van oppositiepartijen als tegenover
vrouwen en leden van etnische of religieuze minderheden. Economisch
is het gebied helemaal niet levensvatbaar. De landbouw was al tijdens het
bewind van Saddam ingestort door de hervestiging van de bevolking in centrale
steden. Door het embargo kan ook de industrie niet opgebouwd worden. In
de steden is 90% van de bevolking werkloos. Bovendien wonen er volgens
het UN-Centre for Human Settlement 900.000 vluchtelingen. Van de 4 miljoen
inwoners zijn er 3,3 miljoen afhankelijk van voedselhulp via het Olie voor
Voedsel programma. Voor een groot deel verloopt deze hulp via de twee partijen
die daarop hun macht baseren. De KDP kan bovendien profiteren van de lucratieve
smokkelroute via Turkije, de PUK in veel mindere mate van smokkel via Iran. 4.
Nederlandse beoordeling Nederland
baseert haar stelling dat Noord-Irak veilig is op drie elementen: (1) de
iraakse autoriteiten kunnen het gebied nauwelijks binnenkomen, (2) de twee
koerdische partijen beheren ieder hun eigen gebied en hebben een wapenstilstand
afgesproken, en (3) er is een systeem van rechtspraak, politie, ziekenhuizen,
scholen en universiteiten. Nederland volgt daarmee het beleid van de meeste
Europese landen. Ten
eerste moeten vraagtekens gesteld worden bij de bronnen die Nederland hiervoor
gebruikt heeft. Omdat Nederland geen ambassade heeft is zij voor haar informatie-voorziening
afhankelijk van derden, waaronder de lokale koerdische partijen. Veel kritische
organisaties is in de afgelopen jaren de toegang geweigerd. De speciale
rapporteur van de VN wordt nog steeds niet toegelaten. Artsen zonder Grenzen
komt niet binnen. Het Rode Kruis komt niet in alle gevangenissen en interneringscentra
binnen. Lokale mensenrechtengroepen worden in hun bewegingsvrijheid gehinderd.
Met veel moeite werd Amnesty International toegelaten. Maar
ook inhoudelijk moeten vraagtekens gesteld worden bij de Nederlandse analyse,
met name over de vraag hoe duurzaam de hierin beschreven situatie is. Hoewel
het iraakse leger op dit moment niet in het gebied actief is, heeft de
iraakse geheime dienst vrij spel en klopt (1) dus niet. Het iraakse leger
is al eens binnengevallen en dreigt dat weer te doen. Met het afnemend
draagvlak voor het embargo groeit de macht van Saddam en neemt ook de kans
dat hij Noord-Irak binnen zal vallen toe. Tegen
een inval van het iraakse leger kunnen de beide partijen PUK en KDP niets
beginnen. Hun gebied wordt in dat geval direkt weggevaagd en de daarin
bestaande infrastruktuur vernield. Daarmee vervallen ook de stellingen
(2) en (3). Overigens is de wapenstilstand tussen deze partijen maar betrekkelijk
en bestaat de infrastruktuur bij de gratie van de humanitaire hulp die
de regio ontvangt. De VN en de UNHCR beschrijven de situatie in Noord-Irak
in 2000 dan ook als 'volatile', instabiel. Interessant
in dit verband is dat de Zwitserse Rekurskommission (tweede instantie bij
de asielbeoordeling) op 12.7.'00 de staatsstruktuur in Noord-Irak als niet-duurzaam
bestempelt en Noord-Irak als binnenlands vluchtalternatief afwijst. 5.
Terugkeermogelijkheden In
de praktijk kunnen afgewezen Iraakse asielzoekers nauwelijks naar Noord-Irak
terugkeren. In alle andere Europese landen mogen afgewezen Iraakse asielzoekers
dan ook voorlopig blijven. Vanzelfsprekend
gaan er geen vluchten naar dit gebied. De enige reismogelijkheid verloopt
via Turkije, waarvoor dan een transitvisum verkregen moet worden. Het IOM
meldt dat zij slechts 2 transitvisa per maand kan verkrijgen. Overigens
kan op deze manier alleen maar naar het KDP-gebied gereisd worden. Zowel
de PUK als de KDP hebben grote moeite met een eventuele terugkeer van grote
groepen naar hun gebied. Zij vragen de Europese landen eerst de veiligheid
van het gebeid te garanderen en mee te werken aan de economische en bestuurlijke
opbouw ervan. Het
Duitse Bundesverwaltungsgericht besloot op 16 januari van dit jaar dat
een binnenlands vluchtalternatief alleen tegengeworpen kan worden als er
een feitelijke terugkeermogelijkheid naar dit gebied bestaat. Al
eerder werd terugkeer naar het gebied door duitse rechters verworpen vanwege
de kans dat teruggekeerde asielzoekers vervolgd worden vanwege landverraad
(Oldenburgs Verwaltungsgericht op 25.8.'99 en Bayerisch Verwaltungsgericht
op 23.3.'00). Bijlagen:
|