Tien jaar heeft hij gewerkt als onderofficier in het leger van Desi Bouterse. Hij heeft veel misstanden gezien. Verschrikkelijke dingen, waaraan hij niet herinnerd wil worden. Als logistiek medewerker heeft hij gezien hoe Bouterse drugshandel dreef. Op een gegeven moment moest hij vluchten omdat hij te veel wist. Ook wilde hij niet langer dienen onder Bouterse.
In 1998 week hij uit naar Nederland omdat hij hier familie heeft. Al vlug wordt hij opgepakt. In het huis van bewaring vraagt hij asiel aan. Dit verzoek wordt afgewezen. Daarna wordt hij tot twee keer toe opgepakt door de vreemdelingenpolitie en gepresenteerd aan de Surinaamse ambassade. Daar wordt gezegd dat hij niet in Suriname staat geregistreerd. Bij familie kan hij niet blijven aankloppen. Hij leeft een dakloos bestaan en raakt verslaafd aan drugs en alcohol. Hij wordt ziek.
In de kerk die hij regelmatig bezoekt, ontmoet hij in 2006 een pastoor. Omdat hij in Nederland geen medische hulp krijgt, adviseert de pastoor hem naar België te gaan en daar om medische redenen asiel aan te vragen. In België wordt hij al snel geholpen. Onder meer wordt hij aan beide ogen geopereerd. Wanneer hij zich beter voelt, trekt hij zijn asielaanvraag in en gaat terug naar Nederland. Hij komt terecht in de daklozenopvang.
Sinds ruim een jaar woont hij in Utrecht. Hij is niet langer afhankelijk van drugs en alcohol en heeft een kamer gehuurd. Via dagloon en schoonmaakwerk sprokkelt hij zijn huur bij elkaar. Voedsel krijgt hij van de voedselbank, waar hij helpt als vrijwilliger. Dit jaar wordt hij veertig. Hij vreest voor represailles wanneer hij teruggaat naar Suriname. Hij zou erg graag in Nederland willen blijven en uiteindelijk voor de klas staan.
|