Pardon voor Grensgevallen

 

   
  
   
dublin_kinderen
 
 
 
Soedan 2000 II

 

Ik ben Soedan ontvlucht vanwege mijn lidmaatschap van een Nubische organisatie. In 2000 heb ik asiel aangevraagd in Nederland. Ik was toen 28 jaar. Tijdens de behandeling van mijn dossier ben ik niet bijgestaan door een advocaat. In 2003 was ik uitgeprocedeerd. Ik kreeg vier weken de tijd om Nederland te verlaten.

 

Om me heen zag ik dat de Nederlandse regering veel mensen naar Soedan terugstuurde. Ik was erg bang om terug te gaan. Mij werd geadviseerd naar een ander land te gaan om daar asiel aan te vragen. Ik ben toen naar België gegaan.

 

Na zes weken werd ik teruggestuurd naar Nederland. Ik had toen nog nooit gehoord van een Dublinclaim. Een advocaat vertelde mij dat hij niets voor me kon doen. Toen heb ik het plan opgevat om naar Canada te gaan, omdat daar een oom van mij woont.

 

In 2004 vroeg de Canadese immigratiedienst mij om een bewijs van goed gedrag. Vanwege mijn verblijfsstatus kon ik dat bewijs niet bij de gemeente ophalen. Ik ben naar de vreemdelingenpolitie van een AZC gegaan met de vraag mij te helpen. Toen ben ik opgepakt. Drie maanden heb ik in de gevangenis gezeten. Toen de ambassadeur van Soedan stelde dat mijn papieren niet geldig waren, ben ik vrijgelaten. Ik kreeg onderdak bij vrienden. Momenteel verblijf ik in noodopvang.

 

In Soedan heb ik gestudeerd. Momenteel zoek ik sponsors om een Nederlandse taalopleiding te kunnen volgen. Daarna wil ik graag studeren in een technische richting. Ik ga vaak naar de universiteitsbibliotheek. Daar praat ik ook veel met mensen, wat mij weer helpt om mijn Nederlands te verbeteren. In juni 2006 heeft mijn advocaat een nieuw verzoek ingediend op basis van schrijnendheid. Ik wacht nog steeds op de uitslag.

 

 


 

 

 

 


 
 
 
 
         
    © ontwerp en fotografie door Bas Baltus