In 1999 – ik was toen twaalf jaar – kwam ik met mijn vader, moeder en broertje vanuit Azerbeidzjan naar Nederland. In 2002 zijn we uit de opvang gezet, omdat onze asielaanvraag was afgewezen. Mijn moeder had toen net een miskraam gehad. In ziekenhuizen werd zij niet geholpen, omdat we niet verzekerd waren. We hebben ongeveer een maand bij vrienden, kennissen en op stations geslapen. In die tijd hebben we alles geprobeerd om hulp te krijgen, maar alle deuren bleven dicht.
Mijn moeder werd steeds onwel. Het kon zo niet verder. Omdat we in Nederland nergens terecht konden, besloten we om naar België te gaan voor onderdak en hulp. Niet alleen omdat dit het dichtstbijzijnde land was, maar ook omdat dat ideaal was vanwege de taal. Een kennis bracht ons op weg.
In België aangekomen hebben we bij de autoriteiten onderdak gevraagd en het hele verhaal verteld. Mijn moeder heeft daarop medische hulp gekregen van het Rode Kruis. Na anderhalve maand zijn we door het IND teruggeroepen naar Nederland om herhaald asiel aan te vragen. Momenteel wonen we met z’n vieren in een AZC. Ik ben nu 21 jaar en volg een cursus om te worden toegelaten tot een hbo-opleiding. |