Asielzoekers ontbeerden eerlijk proces
TROUW 2004-02-06, podium

Minister Verdonk handelt 'schrijnende gevallen' volgens de regels van de rechtsstaat af . Ze kan zich beter afvragen of de Vreemdelingenwet asielzoekers een eerlijke proces biedt.

Toeval bepaalde kans en/of geluk van asielzoeker

UITZETTINGSBELEID

R. J. Hamerslag

Van de 9800 afgewezen asielzoekers die de afgelopen tijd om een verblijfsvergunning hebben gevraagd is in 220 gevallen het verzoek gehonoreerd. Van alle aanvragen is duidelijk dat de rechter in ieder geval het eerste asielver zoek heeft afgewezen. Dit lijkt een cruciaal argument voor de minister te zijn, want in de afwijzingsbrieven wordt dit criterium aangehaald. Kennelijk wil zij niet dat er aan de rechtstaat wordt getornd.

uit de wijze waarop de minister het probleem van de schrijnende gevallen aan de hand van de rechtstaatgedachte wil afwikkelen, blijkt dat zij door haar ambtenaren slecht is voorgelicht.

Het merendeel van de asielzoekers dat een beroep doet op de schrijnende gevallenregeling is tussen 1993 en 1998 Nederland binnengereisd. In 1994 is zowel een nieuwe, ingewikkelde, vreemdelingenwet als' de Algemene Wet Bestuursrecht ingevoerd. Bij de vreemdelingenwet werd het hoger beroep uitgesloten. De rechtbank Den Haag werd aangewezen als de enige rechter en er werd recht gesproken op nog vier nevenzittingsplaatsen. Ondanks de waarschuwing voor wille- keur is de wet toch ingevoerd. Ook werd er in de Vreemdelingenwet in afwijking van de algemeen geldende norm in het algemene bestuursrecht, een artikel ingevoerd (33b Vw), dat de rechter in vreemdelingenzaken de mogelijkheid biedt in een vroegtijdig stadium de taak van de IND over te, nemen en voortvarend de asielprocedure te beëindigen. Daarmee kon dan ' ook voorbij gegaan worden aan de in het bestuursrecht verankerde hoor plicht in bezwaarprocedures, ingevoerd ter bescherming van de belangen van de burger. Voor vele bestuursrechters was deze ongenuanceerde uitzondering op een, fundamenteel recht een gruwel. Al snel bleek dat twee van de vijf betrok ken rechtbanken er wel voor voelden van dit artikel gebruik te maken en twee zeer duidelijk daartegen stelling namen. Willekeur werd hierdoor van meet af aan in de asielprocedure geïntroduceerd. 

De Vreemdelingenwet 1994 was gewoon te ingewikkeld om goed uit te voeren. Bovendien bleken de IND-ambtenaren niet opgewassen tegen de extreem hoge instroom van asielzoekers in die tijd. De consequentie hiervan was: onvolledige interviews met asielzoekers en slecht gemotiveerde beslissingen. De rechtshulp mag als het gaat om zorgvuldigheid de hand in eigen boezem steken en hetzelfde geldt voor de magistraten, vooral diegenen, die er niet voor terugdeinsden om met grote regelmaat gebruik te maken van art 33b Vwo. Ook zal de rol van Buitenlandse Zaken in de ongelukkige afloop van vele procedures niet moeten worden onderschat. In asielzaken is de minister van Buitenlandse Zaken adviseur van Justitie. Buitenlandse Zaken informeert in de ambtsberichten over de politieke situatie in de landen van herkomst en onderzoekt ook of mensen rechten worden gerespecteerd. Een 'asielverzoek moet altijd tegen de ach- tergrond van zo'n ambtsbericht worden beoordeeld. Het is dus van zeer groot belang dat dat ambtsbericht actueel op een politieke situatie ingaat. Niet zelden bleken de ambtsberichten gedateerd en onvolledig met het gevolg dat er onvoldoende recht werd gedaan aan de asielzoeker. Zo zijn er in die jaren veel asielverzoeken afgewezen. 

In tegenstelling tot de jaren daarvoor werden de afgewezen asielzoekers niet snel uit Nederland verwijderd of uit de opvang gezet. Omdat er jaren niets gebeurde, hebben sommige afgewezen asielzoekers zich van rechtsbijstand verzekerd en hun zaak opnieuw laten beoordelen. Er is al jaren geen oog voor de wijze waarop de diverse consulaten van de landen van herkomst zich vaak met succes onttrekken aan de verplichting om eigen onderdanen terug te nemen. Daarin komt naar het zich laat aan zien niet snel verandering nu zij hun onderdanen liever kwijt dan rijk zijn. Het is duidelijk dat door al deze 'variabelen' zaken niet op gelijke wijze zijn beoordeeld. Dit betekent dat de ene asielzoeker door toeval van plaats of tijd meer kans en/of geluk heeft gehad dan de ander. Zo'n situatie wijst op willekeur, zodat niet gesteld kan worden dat er altijd sprake is geweest van een 'eerlijke procedure', een van de fundamenten van ons rechtsbestel. 

In Trouw van 4 februari stelt de minister dat afgewezen asielzoekers worden omringd door een ijzeren ring van advocaten en hulpverleners, die de afgewezenen als zielig bestempelen en geen oog hebben voor de werkelijkheid, maar gewoon doorgaan met procederen. Zij verwijt hen de mensen blij te maken met een dode mus en de situatie nog erger te maken voor de asielzoekers dan die al is, niet wetend dat de nieuwe procedures in veel gevallen gunstig zijn afgelopen. De minister is kennelijk vanaf het begin van haar ambtsperiode niet goed ingelicht en weigert nu in te zien dat het niet zozeer gaat om de 'zieligheid' van de mensen, maar om het feit dat zij nooit een eerlijk proces hebben gehad. De minister moet zich over deze inbreuk op de rechtstaat zorgen maken en conclusies trekken.

R. J. Hamerslag is asieladvocaat en voorzitter van de Adviescommissie Vreemdelingen recht van de Nederlandse Orde van Advocaten.

Terug naar persberichten